Afscheid Boudewijn Büch

Afgelopen maandag (25-11) hebben we in een speciale uitzending afscheid genomen van Boudewijn Büch, van onze Boudewijn.

Normaal nemen we op woensdag afscheid van Boudewijn, met drie dikke kussen. Tot volgende week woensdag, Boudewijn. Vorige woensdag zat ik iets te lang in de studio. Toen ik op de gang kwam, was Boudewijn al gevlogen. Dus geen drie kussen.

Zondagmiddag werden we gebeld door Erica Reijmerink, vriendin, manager, rechterhand en manus van alles van en voor Boudewijn. Zit je, vroeg ze. Nee. Ga dan even zitten. ‘Boudewijn is gisteren overleden.’ Nee, dat is niet waar, kan niet waar zijn.

We waren door een toeval met de hele redactie bij elkaar, voor een personeelsfeestje. Boudewijn was te moe, vroeg belet. Of hij thuis mocht blijven. We vonden het niet leuk, maar okee. Maandag zou hij de boekenkast van Pim Fortuyn en boekenkasten van andere politici behandelen. Zou, want zaterdag was hij tijdens het lezen van Heinrich Heine overleden, in het harnas dus. We konden en wilden het niet geloven en kunnen het nog steeds niet geloven. Laat staan dat we kunnen accepteren dat we nooit meer die jongensachtige, erudiete, belezen vriend zullen zien, spreken en zoenen.

Was ik vorige week woensdag nu maar eerder de studio uitgekomen. Nu weet ik alleen dat hij voor die uitzending zei, terwijl we met Ronald Koeman zaten te kijken naar Duitsland-Nederland: ‘Ik heb een heel leuk boek voor je vrouw, ik heb iets gevonden wat ze volgens mij al heel lang zocht. En voor jou heb ik ook een boek wat je mooi zult vinden, neem ik maandag mee.’

Het vervolg is bekend. Hij zal nooit meer een boek voor ons meenemen, nooit meer met pretoogjes de kijkers laten meedelen in zijn collectie botjes, borstbeelden, Goethes, prenten, eerste drukken, Mick Jaggers en Donald Ducks. Jezus Boudewijn, wat zullen we je allemaal missen.

Hoe zeer we hem missen, blijkt uit de massale wijze waarop onze web-site gisteren en vandaag is bezocht, hoeveel mensen maandag hebben gekeken naar de uitzending over Boudewijn. Jezus Boudewijn, wat hielden we allemaal van je.

Frits Barend



Na het rouwbezoek van donderdag 28 november kwam ik Guus van Rijswijck tegen die mij de volgende brief overhandigde die ik jullie niet wil onthouden:

De eerste keer dat ik Boudewijn Büch ontmoette was negen jaar geleden in Maastricht, waar ik toen studeerde, na afloop van een lezing die hij gaf over 'primitieve volken'. Hij vond het best om met me op de foto te gaan en ik liet hem een boek over de Rolling Stones signeren, waarin hij een voorwoord had geschreven. Hij merkte op dat ik hem een wel erg slonzig 'bieb-exemplaar' voorlegde, dat ik 'waarschijnlijk gejat' had. Ik probeerde hem uit te leggen dat mijn moeder op een bibliotheek werkte, en dat ze het had 'afgeschreven'. Zijn reactie: "O, dus je moeder heeft het gejat?"

Na mijn studie in Maastricht verhuisde ik naar Amsterdam, waar ik een baantje nam bij boekhandel De Slegte. Büch was er kind aan huis. Elk obscuur boek over een mogelijke teennagelafwijking van Goethe werd voor hem apart gelegd, waardoor er zich vaak een behoorlijke stapel curieuze werkjes onder de kassa bevond, met daarbij een kaartje: 'Büch'. Op een dag in september vorig jaar besloot ik hem eens aan te spreken. Ik vertelde hem dat ik me destijds in Maastricht met hem op polaroid had laten vereeuwigen. Wist-ie niks meer van. Hij was niet eens ooit in Maastricht geweest. Toen hij merkte dat ik een van de verkopers was, die voor hem de vitrine zou gaan openen om een of ander zeldzaam boekwerk over oude indianen in het Oeralgebergte tevoorschijn te toveren, draaide hij bij. Ik vertelde dat ik voorlopig nog bij deze boekhandel werkte, maar dat ik van plan was journalistiek te gaan studeren. Hij was oprecht geïnteresseerd, en we praatten nog wat over die 'Greatest Rock'n Roll Band In The World', die ons beider hart had gestolen. "Nee, dat concert in de Royal Albert Hall was niet in 1964, maar in 1966", verbeterde hij.

Eind oktober van dit jaar kruisten onze wegen zich opnieuw op het Singel in Amsterdam, nabij het Muntplein. Ik was inmiddels aan de studie journalistiek begonnen. Een poging bij zijn productiemaatschappij om hem telefonisch te strikken voor een interview voor mijn eindopdracht, was op niets uitgelopen. "Meneer Büch doet geen interviews" had het gedecideerd geklonken aan de andere kant van de lijn. Maar ineens liep-ie daar, aan de overkant van het trottoir. "Nu moet ik hem eigenlijk vragen voor dat interview," flitste het door mijn hoofd. Helaas, de stress die ik had in verband met het maken van een werkstuk over een media-onderzoek, waar ik me geen woord meer van herinner, won het op dat moment.

Afgelopen zaterdag moest het er dan maar van komen. Met medestudent Robert, die ook wat aanhang had meegenomen, verzamelden we ons bij theater De Meervaart in Amsterdam. Bij de kassa vroegen we naar onze gereserveerde kaartjes. We waren wat laat, en de zaal was al zo goed als vol. "Helaas," zei de jongen achter de kassa. "Büch is spoorloos. We gaan het zo direct aan de zaal vertellen." Bij de voorstelling, genaamd Op reis - een diavoorstelling zonder dia 's, ontbrak nu dus ook de spreker zelf. De voorstelling werd afgelast. Sommige theatergangers mokten wat na. Ik hoorde een jongen zeggen: "Voortaan boycot ik die kolererijst." Een vreemd voorgevoel maakte zich van mij meester. De volgende dag werden mijn onheilspellende vermoedens bevestigd. Büch is niet meer.

"No one will harm you, nothing will stand in your way," zingt Mick Jagger in het decennia- oude Stones-nummer Heaven. Laat het vooral zo zijn. Dat-ie gewoon een bakkie zit te drinken met Goethe.

Guus van Rijswijck



terug

homepage
Barend & van Dorp
Elke werkdag, 22:50, RTL 4