De brief van Anne Reijs naar staatssecretaris Ross

Beste mevr.Ross,

Ik werk op een afdeling waar 22 dementerende ouderen wonen.
Om 7 uur begin ik de dag met 2 collega’s met de verzorging. Aangezien we voor het middageten alle bewoners uit bed willen hebben wordt onze bejegening er één van een race tegen de klok. Een groot aantal bewoners wordt met de tillift uit bed gehaald. Niet te vergeten dat ik dan ook ondertussen medicijnen uit moet delen, insuline injecteren, wondverzorging toepassen en ga zo maar door. U weet vast niet dat alleen het verstrekken van de ochtendmedicatie, al ruim één uur in beslag neemt. Al met al betekent dit allemaal dat een groot aantal van onze bewoners hun ontbijt op bed krijgt. “Daar is toch niets mis mee”, hoor ik u denken. Maar weet u, mevr.Ross, dat de meeste bewoners niet goed rechtop kunnen zitten om in bed te kunnen eten? Ze krijgen dan pap omdat ze dit dan wel halfliggend kunnen eten, bovendien gaat het dan ook nog sneller. U moet zich ook realiseren dat deze mensen dan nog niet verschoond zijn en al langer dan 12 uur hun incontinentiemateriaal aanhebben.
Hebt u ooit zo een ontbijt genuttigd??

Als ik uiteindelijk de laatste bewoner verzorgd heb tegen het middaguur, dan heb ik meerdere bewoners uit hun natte nachtkleding en doordrenkte lakens gehaald. Wetende dat deze bewoners pas hun volgende verschoning krijgen als ze ‘s avonds naar bed gebracht worden.

Terwijl ik bezig ben met de ochtendverzorging, hoor ik mevrouw Jansma roepen vanuit de huiskamer: ‘Zuster’’. Ik onderbreek mijn werkzaamheden om naar haar toe te gaan. Ze weet echter niet meer waarom ze me riep. Snel, met wat sussende woorden en een aai over haar wang, want meer heb ik haar op dat moment niet te bieden, ga ik terug naar de bewoner die ik aan het wassen ben. Even later herhaalt het geroep zich “Zuster, zuster’… en dat hoor ik zo de gehele ochtend door, alleen roept ze geen ‘Zuster’ meer, maar ‘Help, help..’ Ik loop nu naar de medicijnenkar en besluit haar de medicatie te geven om tot rust te komen. Mijn, op dat moment nog enige, collega (de ander is om 11 uur afgewerkt) loopt nu ook steeds af en aan omdat andere bewoners onrustig zijn geworden door al het geroep. Mevrouw Pieterse begint te huilen, meneer van Dalen die niet zonder hulp alleen mag lopen dreigt steeds op te staan en meneer Peters wordt boos en vraagt of het allemaal wat stiller kan zijn.We hebben ook geen tijd om met mobiele bewoners te lopen, dus worden bewoners al snel in een rolstoel gezet. Hoe zou u het vinden als uw ouders om deze redenen eerder in een rolstoel terecht kwamen?

Het is ondertussen half 12 en één van ons gaat snel even een hapje eten voordat we aan tafel gaan met de bewoners, de ander gaat door met wassen ondanks de onrust in de huiskamer(s).

De afgelopen jaren is er fors bezuinigd in de ouderenzorg en voor ieder weldenkend mens is de grens van wat acceptabel is allang gepasseerd. Beleid maken in de zorg mevr.Ross, moet je ook met beleid doen!! En niet met een zoveelste controleur, die weer een controleur controleert, want daarmee komen er ondertussen geen extra handen aan het bed.
Ik hoor mijn collega’s vaak zeggen:”We hebben het weer gered”. Wat hebben we dan gered?? vraag ik me af. Het gezicht van de overheid of van de inspectie? Op het eind van de dag zijn alle werkzaamheden inderdaad klaar maar ten koste van de bewoners.
Ik moet hier mijn beroep neerzetten alsof ik een productiemedewerkster ben. Ik verzorg oude mensen, veelal gefixeerd in een rolstoel, die niet zelf kunnen eten en drinken, die niet zelfstandig naar het toilet kunnen, die hulpbehoevend zijn, die zorg nodig hebben, die verward zijn, die vaak niet weten waar ze zijn, die naar huis willen, die huilen omdat ze hun partner of ouders zoeken. Het zijn mensen die veelal aandacht en liefde nodig hebben, die afhankelijk zijn van mij, maar ook van u mevr.Ross.
Zij dienen niet bejegend te worden alsof ze een produkt zijn! Aan mijn linkerhand wordt er aan mij getrokken door de medicijnenkar, het ontbijt, de onrustige bewoner, artsenvisite, etc. en aan mijn rechterhand wordt getrokken door bewoners die ik moet wassen en ondertussen schopt u (met al uw bezuinigingen) de benen onder mijn kont uit.
We hebben geleerd dat dementerende ouderen met rust bejegend dienen te worden om zo voor hen een zo optimale, vertrouwde, veilige leefomgeving te creëren.

Mevrouw Ross, ik vraag voor onze oudere mensen, geen koninklijke behandeling, zoals Prinses Juliana heeft genoten, maar ik wil ze zo graag, samen met mijn collega’s, een fijne en waardige oude dag bezorgen.
Wat zou het fijn zijn als u nu besluit dat er meer handen aan het bed komen, zodat de bewoners op een fatsoenlijke tijd gewassen en verschoond kunnen worden. Dat ze gezellig bij elkaar aan de ontbijttafel kunnen zitten, genieten van een boterham en een warm kopje koffie, begeleid door de verzorgsters. Dat er dan een gesprek kan plaats vinden waarbij ik meerdere bewoners kan betrekken zodat iedereen voldoende aandacht krijgt en waarmee ik veel onrust zou voorkomen.
Dat bewoners op tijd naar het toilet gebracht kunnen worden die nog continent zijn en verschoond worden als dat nodig is, op ieder moment van de dag, zoals ieder waardig mens verdiend!

En mevr. Ross zou het niet fantastisch zijn als ik een onrustige bewoner mee kan nemen naar een snoezelruimte waar ik hem dan met rustgevende muziek, sfeerverlichting en persoonlijke aandacht op een natuurlijke manier weer tot rust kan brengen. Ik zou weer tijd hebben om de mensen levensvreugde te geven, ik zou mijn beroep weer op een waardige manier kunnen beoefenen!!!!
Ons verpleegtehuis scoort op alle punten een voldoende, maar mijn verhaal dateert van afgelopen week!!

Van dit alles kan ik wakker liggen. Ik vraag me af waar u wakker van ligt.
Hopelijk slaapt u niet meer na het lezen van mijn brief.

Hopende op meer handen aan het bed, verblijf ik.

Anne Reijs.

terug

homepage
Barend & van Dorp
Elke werkdag, 22:50, RTL 4