Milieudefensie vraagt het parlement te kiezen voor een veehouderij zonder bio-industrie. Wat is de bio-industrie eigenlijk en wat is er tegen?
Definitie?
Bio-industrie is een Nederlandse term voor dierhouderij voor productiedoeleinden. Het oorspronkelijke woord komt van de Engelse term Factory Farming, dat werd gebruikt om aan te geven dat de intensieve veehouderij was veranderd in fabrieksmatige productie. In Nederland gaat het om circa 370 miljoen dieren. Legbatterijen en kistkalveren zijn kenmerkend in deze industrie. Overvolle vrachtwagens op de snelweg met dieren. Onderweg naar de slachthuizen om na een relatief kort leven te voorzien van een gehaktbal of kabonaadje.
Milieudefensie
Al 35 jaar lang richt Milieudefensie zich op milieu-problemen in binnen- en buitenland. Een belangrijk punt is de strijd tegen de bio-industrie. Milieudefensie vindt het hoog tijd voor 'echte kwaliteit': voor een doorbraak van biologische producten (herkenbaar aan het EKO-keurmerk).
Weinig biologisch aanbod
Het aanbod van biologische producten groeit. Toch loopt Nederland nog achter in vergelijking met Duitsland, Engeland en Denemarken. Zij hebben in grote supermarkten tussen de 750 en 1000 biologische producten in de schappen. In Nederland zijn dat er gemiddeld nog geen 100, zo blijkt uit de tellingen van het EKO-aanbod in supermarkten van Milieudefensie en Greenpeace. Bij biologische producten uit de landbouw worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.
Dubbele rol overheid
De rol van de overheid op het gebied van de bio-industrie is dubbel. Aan de ene kant verhoogt export van varkensvlees en pluimveeproducten het bruto nationaal product. Aan de andere kant draait de overheid er voor op om de schade aan het milieu te beperken.
Richtlijnen
De regering heeft veel regels en richtlijnen voor de bio-industrie. Mest mag maar in bepaalde mate geproduceerd worden en alleen van half februari tot september in de grond geinjecteerd worden. Dit wordt streng gecontroleerd. Bovendien wordt een varkenshouder één keer in de 17 jaar gecontroleerd op het welzijn van zijn dieren. Desondanks overtreedt de meerderheid van de varkenshouders één of meer aspecten van het varkensbesluit. Dit bleek uit een jaarverslag van de Algemene Inspectiedienst. In de kamer is bio-industrie de laatste twee jaar niet aan de orde geweest. Dierenwelzijn staat wel op de agenda, maar niet als geheel zoals nu ter sprake is (dierenwelzijn, milieu en import van soja).
Voordelen
In de eerste instantie is de bio-industrie ontstaan doordat het kostenbesparing, arbeidsbesparing en uitgebreide mechanisatie met zich mee bracht. De kostenbesparing geldt voor zowel de boeren als de consumenten. Het vlees dat uit de bio-industrie komt is een stuk goedkoper, omdat de productie ook goedkoper is. De boeren realiseren grondbesparing door veel dieren op betrekkelijk weinig grond houden. Veel mensen kopen daardoor eerder vlees uit de bio-industrie dan biologisch vlees. Voor ecologische boeren is de markt dus helemaal niet aantrekkelijk meer. De consument zal er financieel wat meer voor over moeten hebben, maar dan moeten zij zich wel eerst bewust worden van de bio-industrie.
Nadelen
De leefomstandigheden en de uiteindelijke slacht van de dieren kunnen enorm verbeterd worden. Bovendien veroorzaken de enorme mestoverschotten van al deze dieren een aanslag op ons milieu. Natuurgebieden en bossen hebben al jaren te kampen met verzuurde regen. Kwetsbare plant- en diersoorten verdwijnen daardoor. Maar niet alleen hier, ook in ontwikkelingslanden veroorzaakt de vleesindustrie grote schade. De vele hoeveelheden voer waar de dieren mee worden vetgemest, wordt voor een groot deel verbouwd in landen als Brazilië, Thailand en Maleisië. Hiervoor worden enorme stukken tropisch regenwoud gekapt of afgebrand. Bio-industrie is in de eerste instantie voordeliger en goedkoper, totdat er ziektes uitbreken. Virussen als de gekke koeienziekte, mond- en klauwzeer, varkenspest etc. kosten het ministerie van Volksgezondheid een hoop geld.
Bio-industrie altijd slecht?
De Universiteit van Wageningen vraagt zich af of bio-industrie altijd wel zo slecht is. Volgens Paul Vriesekoop, directeur van veehouderij Wageningen Universiteit, is er de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor dierenwelzijn en milieu.
Ontwikkeling niet tegen te houden
"In de varkensflats is het dierenwelzijn wel op peil. In zo’n varkensflat kun je én je kostprijs op orde houden en qua welzijn veel verbeteren. Het is goed voor grote bedrijven, omdat zij voldoende kapitaal hebben om ook een slachterij en verwerkingsfabriek op dezelfde locatie te hebben. Dan heb je voor de dieren geen stressvol transport meer nodig. Ook zijn er mogelijkheden op milieugebied, zoals vergisting en energieproductie. Milieutechnisch is er dus winst te halen. Dat is voor bedrijven van kleinere schaal zo niet te organiseren. Dus waarom moeten koste wat kost kleine (familie)bedrijfjes in stand worden gehouden? Veel bedrijven worden groter om te kunnen investeren in de toekomst, ontwikkeling, welzijn en milieu. Bovendien komen er zo meer arbeidsplaatsen beschikbaar. Het is een ontwikkeling die je niet tegen kunt gaan."
Verbeteringen haalbaar?
Het is niet haalbaar de bio-industrie (op kort termijn) volledig te laten verdwijnen. Volgens LTO voorlichter Jack Luiten is er de afgelopen tien jaar veel met biologische veehouderijen geprobeerd, maar de markt pakt het heel moeilijk op. "Er zal altijd een vraag en aanbod op de markt zijn en je zult de vraagzijde moeten beïnvloeden om de situatie te veranderen. Het is een illusie om te denken dat alle varkens en kippen in Nederland buiten kunnen lopen, want dat kan praktisch gewoon niet." Er wonen twee keer zoveel consumenten van de Nederlandse bio-industrie in het buitenland. Er zullen vergelijkbare eisen moeten worden gesteld aan geïmporteerd vee en vlees om te voorkomen dat Nederlandse boeren worden weggeconcurreerd door buitenlandse boeren die niet aan dergelijke eisen hoeven te voldoen. Boeren die voor een schone en diervriendelijk productie kiezen, verdienen steun om dit economisch mogelijk te maken. Zelfs al zou de consument massaal de ecologisch verantwoorde veehouderij steunen door haar duurdere EKO-eieren of scharrelvlees te kopen, dan nog is er de export die de bio-industrie rendabel houdt.
Bekijk ook:
Website milieudefensie
Website Wakker Dier link
Website dierenbescherming
Website BN'ers tegen bio-industrie
Website Compassion In World Farming
Lees ook:
Succesvol burgerinitiatief tegen bio-industrie
© RTL Nieuws.nl