De feiten in de zaak-Lucia de B.
Levenslang
Lucia de B. zat een levenslange straf uit voor zeven moorden en drie pogingen tot moord. Haar veroordeling is altijd omstreden geweest. De feiten op een chronologisch rijtje:
2001
Op 10 september zet het Juliana Kinderziekenhuis de verpleegster Lucia de B. op non-actief. Zij had dienst toen een baby met ernstige afwijkingen een niet-natuurlijke dood stierf. Een week later meldt het ziekenhuis dat de verpleegster ook werkte tijdens of vlak voor de dood van vijf kinderen en enkele oudere patiënten. Half december wordt Lucia de B. opgepakt.
2002
In mei wordt Lucia de B. aangeklaagd voor dertien moorden en vijf pogingen tot moord. Justitie noemt de verpleegster een psychopaat met een obsessie voor de dood. Voor de Haagse rechtbank stelt in september een statisticus dat het geen toeval is dat Lucia de B. zo veel sterfgevallen en reanimaties meemaakte. Het OM eist levenslang.
2003
Het Pieter Baan Centrum concludeert in maart na onderzoek dat Lucia de B. geen psychopaat is. Diezelfde maand wordt zij veroordeeld tot levenslang voor vier moorden en drie pogingen daartoe. Lucia de B. gaat in hoger beroep. Justitie denkt dat zij voor meer moorden veroordeeld kan worden en gaat ook in beroep.
2004
Eind januari begint het hoger beroep in de zaak-Lucia de B. In mei eist justitie opnieuw levenslang. Het hof veroordeelt haar een maand later voor zeven moorden en drie pogingen. Ook krijgt ze tbs opgelegd. Lucia de B. gaat in cassatie tegen de uitspraak. De zaak gaat naar de Hoge Raad.
2006
Verpleegarts Metta de Noo en wetenschapsfilosoof Ton Derksen onderzoeken de zaak en concluderen dat er geen goede argumenten zijn om de sterfgevallen aan te merken als moorden. Op 14 maart verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het gerechtshof in Amsterdam: de combinatie levenslang en tbs is onmogelijk. Vijf dagen later krijgt Lucia de B. een herseninfarct. In juli veroordeelt het hof haar opnieuw tot levenslang. De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) start een onderzoek naar haar zaak.
2007
Eind oktober adviseert de commissie dat de zaak-Lucia de B. herzien moet worden. Lucia de B. vraagt om tijdelijke vrijlating.
2008
Op 2 april laat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad weten dat er binnenkort een herziening wordt geëist in de zaak-Lucia de B. Minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak besluiten haar daarom tijdelijk vrij te laten, in eerste instantie voor drie maanden.
De Hoge Raad bepaalt 7 oktober dat de zaak tegen de B. overnieuw moet worden gedaan. De belangrijkste reden voor herziening is aanvullend onderzoek naar de zaak. Daaruit zou blijken dat de verdenking van De B. op losse schroeven staat.
2009
Het Openbaar Ministerie maakt op 5 februari bekend dat het inzet op een volledige nieuwe behandeling van de zaak tegen Lucia de B. Justitie kondigde aan alle levensdelicten weer inhoudelijk te willen behandelen. Volgens het OM betekent de twijfel over de vergiftiging van een baby, een van de slachtoffers, niet dat die vergiftiging buiten beschouwing gelaten kan worden. Deze vergiftiging vormde de kern van het bewijs tegen De B.
2010
Het Hof spreekt Lucia de B. op 14 april vrij.



