Verdrag van Lissabon, de hoofdpunten
Europese president
In het verdrag krijgt de Europese Unie een president. Hij is de vaste voorzitter van het overleg tussen de regeringsleiders van de EU-landen. Hij moet hun samenhang bevorderen. De president vertegenwoordigt ook de EU bij het buitenland- en veiligheidsbeleid. De regeringsleiders benoemen hun voorzitter voor 2,5 jaar. De president is eenmaal herkiesbaar voor 2,5 jaar.
Veto
Landen leveren hun vetorechten in op een aantal terreinen. Beslissen bij gewone of gekwalificeerde meerderheid wordt gebruikelijker. Voor de EU-begroting, delen van justitie, buitenlands beleid en belastingzaken blijft een vetorecht bestaan.
Parlementen
Het Europees Parlement en de nationale parlementen krijgen meer invloed. Het Europarlement gaat voortaan meebeslissen over justitie en landbouw. De nationale parlementen krijgen inspraak via een 'oranje kaart procedure'. Dat betekent een meerderheid van de parlementen kan Brussel dwingen wetgeving te heroverwegen.
Europese Commissie
De EU-landen zien voorlopig af van het plan dat slechts twee derde van de EU-landen bij toerbeurt een EU-commissaris mag sturen. De aanpassing was nodig om Ierland over te halen een referendum te houden.
EU-voorzitter
Een land leidt niet langer zes maanden alle vergaderingen van ministers en regeringsleiders. Groepjes van telkens drie lidstaten regelen de voorzitterschappen op termijn onderling.
Miljoen handtekeningen
Burgers of actiegroepen die een miljoen handtekeningen verzamelen, kunnen de Europese Commissie vragen wetsvoorstellen te doen.
Vlag en volkslied
De Europese Unie houdt zijn eigen vlag (blauw met een cirkel van twaalf sterren) en eigen volkslied (Ode aan de Vreugde van Beethoven). Maar die symbolen staan op aandringen van Nederland niet meer apart vermeld in het EU-verdrag. Ook verdween de naam 'grondwet'.
Defensie
De EU-landen verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren. Als een lidstaat op zijn grondgebied militair wordt aangevallen, moeten de andere EU-landen met alle mogelijke middelen hulp en bijstand verlenen.
Ambassades
Er komt een eigen diplomatieke dienst van de EU. De nationale ambassades buiten Europa moeten veel meer samenwerken.
Terugtrekken
Voor het eerst regelt het EU-verdrag hoe een land zich uit de EU kan terugtrekken. Het verdrag bepaalt dat zo'n land met de EU moet onderhandelen over de voorwaarden. Het Europarlement en de EU-landen beslissen dan bij meerderheid over de vertrekregeling.



