Bijgeloof speelt een belangrijke rol in de sport, zie bijvoorbeeld de polsbandjes van Oranje. Maar de fans kunnen er ook wat van…
Ongeluk op de tribune
Dagobert Duck kan met zijn geluksdubbeltje een puntje zuigen aan het arsenaal aan bijgeloof dat rond het WK Voetbal is te zien. Zo heeft het 'balansbandje' zich een vaste plaats veroverd om de pols van veel Oranjespelers. En de vader van Wesley Sneijder komt niet naar Zuid-Afrika omdat hij bang is dat hij ongeluk brengt op de tribune.
Duits bijgeloof
Ook het huidige Duitse WK-team kampt met bijgeloof. Zo tikt de Duitse keeper Manuel Neuer voor de wedstrijd allebei de doelpalen aan. Middenvelder Schweinsteiger wil altijd als laatste op het veld komen, en hij wil ook altijd witte schoenen dragen.
Van alle tijden
Voetballers die zich dagenlang niet scheren, bij elke wedstrijd dezelfde (desnoods ongewassen) onderbroek dragen of zich voor de wedstrijd volgens een vaste volgorde omkleden, de verhalen van rare rituelen zijn van alle tijden. Bekend is het gelukbrengende rugnummer 14 van Johan Cruijff, net als de geluksonderbroek van David Beckham. In de jaren zeventig zou Ajacied Gerrie Mühren bij Europa Cup-wedstrijden een onderbroek van Sjaak Swart hebben gedragen; in die periode deed ook het gerucht de ronde dat de spelers van Feijenoord de slipjes van hun vriendinnen droegen - uit bijgeloof.
Kousen
Op het veld valt er ook het nodige aan bijgeloof waar te nemen: na elke sprint je kousen optrekken, het gras aanraken, een speciaal kruisje slaan of een bepaald dansje na een doelpunt, het is allemaal bijgeloof. Je zou ook bijna denken dat het meest verbreide bijgeloof onder voetballers op de grond spugen' is.
Niet plassen
In de huiskamers zijn er niet minder bezwerende rituelen. De wedstrijd kijken in het (liefst ongewassen) shirt dat je ook droeg toen Oranje de vorige keer won, niet met je ogen knipperen tijdens een aanval, niet (of juist wel) naar het toilet gaan tijdens de wedstrijd, iedereen heeft zijn eigen ritueel. Natuurlijk weet je wel dat het onmogelijk is dat de uitslag van een wedstrijd wordt beïnvloed door wat één van die miljoenen teelvisiekijkers doet, maar toch… baat het niet dan schaadt het niet.
Bijgeloof werkt
Toch is bijgeloof niet helemaal onzinnig. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat het werkt. Het blijkt dat mensen die zich gesteund voelen door één of ander bijgeloof, zoals een gelukspoppetje of een konijnenpootje, op een aantal gebieden beter presteren. De onderzoekers van de Universiteit van Keulen stellen dat mensen meer vertrouwen in zichzelf hebben door de ‘geluksbrenger’ en daardoor beter hun best bij het uitvoeren van een taak.
© RTL Nieuws.nl