RTL Nieuws stelde het ministerie van Volksgezondheid kritische vragen over het onterecht bestellen van 34 miljoen griepvaccins.

Waarom 34 miljoen vaccins (2 per persoon) terwijl er vanuit NVI grote twijfel was over het nut van een tweede vaccin?
Op het moment van beslissen was veel onbekend. Het was onduidelijk hoe de ziekte zich zou ontwikkelen. We hadden eerst vrij dramatische cijfers uit Mexico ontvangen, daarna bleek het in de VS wel mee te vallen, maar in het VK werden opeens wel heel veel mensen ziek.
Op het moment van aanschaf was ook niet duidelijk of er specifieke groepen risico liepen of dat eigenlijk iedereen hetzelfde risico liep.
Wetenschappers hebben de plicht om een wetenschappelijke afweging te maken van de situatie. De minister moet wetenschappelijke informatie politiek wegen. Daarom heeft hij de Gezondheidsraad (GR) gevraagd om alle wetenschappelijke meningen te verzamelen en met een advies te komen.
De GR is in staat om de beschikbare kennis in Nederland te bundelen en biedt op die wijze ook een platform voor discussie waar de deskundigen onderling voors en tegen kunnen afwegen. Dit levert een weldoordacht advies op, op basis waarvan de minister een besluit neemt. Bij dit soort complexe vraagstukken wordt er vanuit VWS eigenlijk altijd op deze wijze advies gevraagd. Juist om te voorkomen dat de minister moet besluiten op basis van verschillende (en soms tegenstrijdige) adviezen van afzonderlijke deskundigen.
Het GR-advies gaf de minister twee beleidsopties:
1. Afwachtend beleid, totdat meer bekend is over het risico dat het Mexicaanse griepvirus aan de basis staat van een pandemie.
2. Nu al inzetten op aanschaf van een vaccin gericht tegen het virus. Met de eerste optie bespaart men nu geld; nadeel van deze optie is dat een latere – eventueel toch noodzakelijke – bestelling, te laat geleverd wordt of zelfs in het geheel niet meer mogelijk is. Een voordeel van de tweede beleidsoptie is de rust en zekerheid dat er in een situatie van onzekerheid alles gedaan is, dat redelijkerwijs mogelijk is, om een ernstig gezondheidsrisico binnen de perken te houden.
De minister moest daarbij kiezen tussen twee kwaden:
1. De mogelijkheid dat het mee zou vallen en hij teveel vaccin zou hebben besteld.
2. De mogelijkheid dat het zou tegenvallen en hij te weinig vaccin zou hebben besteld.
Uiteindelijk is het besluit van de minister een politiek besluit, gebaseerd op inhoudelijke argumenten. Het is geen wetenschappelijke besluit.
De minister heeft gekozen voor het voorzorgprincipe en heeft besloten om voor iedere Nederlander 2 doses vaccin aan te schaffen.
Overigens heeft de GR zich gedurende de pandemie meermalen uitgelaten over de vraag of één dosis ook genoeg zou zijn. Tot en met het laatste advies heeft de GR geadviseerd om niet af te wijken van het twee-dosis-schema en vooral omdat de registratie van het vaccin duidelijk een twee-dosis-schema bevatte.

Waarom 34 miljoen vaccins (2 per persoon) terwijl vaccineren vooral zin heeft als het vaccin op tijd beschikbaar zou zijn en dat al snel duidelijk was dat GSK en Novartis niet op tijd konden leveren?
Op het moment van afsluiten van de contracten heeft Novartis zich contractueel vastgelegd om op tijd voldoende vaccin te leveren om de hele bevolking minimaal 1 keer te vaccineren.
De opbrengst van het vaccin viel in de praktijk tegen. Daarom is het vaccin later geleverd dan gewenst.
Een voordeel was dat de grieppandemie ook in Nederland later een piek had dan vooraf verwacht. Daardoor konden alle risicogroepen in ieder geval de eerste vaccinatie op tijd ontvangen.

Waarom 34 miljoen vaccins (2 per persoon) terwijl buurlanden veel minder vaccins bestelden (Duitsland ook 34 miljoen voor 82 miljoen inwoners).
Er is in verschillende landen om ons heen verschillend beleid gevoerd m.b.t. de aanschaf van vaccins:
In Zweden en Noorwegen is een contract gesloten zoals dat in Nederland ook gebeurd is: voor elke inwoner 2 doses.
Engeland heeft in twee contracten twee doses voor alle inwoners besteld (120 miljoen doses).
België heeft 1 dosis per inwoner gekocht en twee doses voor kinderen.
In Duitsland waren er 2 contracten, elk met de optie van levering van 82 miljoen doses (i.e. 2 doses voor alle inwoners). De federale staten, verantwoordelijk voor de vaccin-aankoop en vaccinatieuitvoering, bestelden in totaal 50 miljoen doses. Later werd dat gereduceerd tot 34 miljoen doses.
De meeste landen hebben – net als Nederland – bepaalde hoeveelheden vaccin kunnen afbestellen.

De minister heeft zich laten adviseren door een groep 'top-virologen'. Wie waren dat?
Deze namen willen we vrijgeven, op voorwaarde dat de personen daarmee instemmen. Zij worden daarvoor benaderd. Dit laten we dan z.s.m. weten.

Hoe kijkt de minister terug op de adviezen van die groep 'top-viroliogen' en waarom is de minister niet afgegaan op adviezen van de GR en NVI?
Op het moment van beslissen had de GR een advies met beleidsopties gegeven:
1. Afwachtend beleid, totdat meer bekend is over het risico dat het Mexicaanse griepvirus aan de basis staat van een pandemie.
2. Nu al inzetten op aanschaf van een vaccin gericht tegen het virus. Met de eerste optie bespaart men nu geld; nadeel van deze optie is dat een latere – eventueel toch noodzakelijke – bestelling, te laat geleverd wordt of zelfs in het geheel niet meer mogelijk is. Een voordeel van de tweede beleidsoptie is de rust en zekerheid dat er in een situatie van onzekerheid alles gedaan is, dat redelijkerwijs mogelijk is, om een ernstig gezondheidsrisico binnen de perken te houden.
Op basis hiervan moest de minister een politieke keuze maken. Hij heeft met een aantal top-virologen doorgepraat over de wetenschappelijke basis onder deze keuze; het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) heeft geadviseerd dat het om een politieke keuze ging. De top-virologen hebben aangegeven dat de kans dat dit virus zou uitmonden in een (zeer) ernstige pandemie ongeveer 5% was.
De minister heeft vervolgens een politiek besluit genomen op basis van het voorzorgprincipe. Ter vergelijking kan verwezen worden naar de politieke besluiten rond bijvoorbeeld het beperken van risico’s op overstromingen en dijkdoorbraken. Ook daar wordt fors geïnvesteerd op basis van een risicoinschatting.

Hoe kijkt de minister terug op de rol van de farmaceutische industrie, is de minister niet heel snel voor het blok geplaatst?
De minister heeft al eerder aangegeven dat hij vond dat de druk die de farmaceutische industrie op (o.a.) Nederland heeft uitgeoefend groot was en eigenlijk niet aanvaardbaar. De minister heeft – ondanks die druk – tijd genomen zich goed te laten voorlichten en adviseren alvorens een besluit te nemen. De druk is als zodanig niet van invloed geweest op de besluitvorming.

Wat hebben de vaccins gekost, waarom mag de belastingbetaler dat niet weten?
In de contracten is een geheimhoudingsclausule opgenomen. Dat is gebruikelijk bij dit soort grote aanschaffen op een competitieve markt. De minister heeft in een vertrouwelijk gesprek met de Tweede Kamer inzage gegeven in de kosten van de vaccins en heeft daarmee verantwoording afgelegd.

Wat heeft de minister geleerd van vorig jaar en wat moet de volgende keer anders?
Er zijn heel veel lessen te leren, op alle niveaus van de infectieziektebestrijding. Omdat dat een belangrijk proces is wordt er binnenkort een onafhankelijk bureau een opdracht gegund om voor het eind van dit jaar een evaluatie van de bestijding van de Mexicaanse griep uit te voeren. Zij zullen daarbij kijken naar het functioneren van de hele keten van de bestrijding.
Voor een volledig antwoord op deze vragen verwijs ik naar het Verslag van een schriftelijk overleg (met de Tweede Kamer), dd. 8 maart jongstleden (Kamerstuk 22894-263).