"Mijn engeltjes zijn op, het is afgelopen"
"For helvede!!" schreeuwt cameraman John Kwant als de taxi met gierende banden een noodstop maakt op de snelweg naar Tunis. Het is een Deense krachtterm die ik hem heb geleerd op een eerdere reis. Hij lag te soezen op de achterbank van het taxibusje en is met zijn hoofd tegen een stang geslagen. Een druppel bloed loopt langs zijn slaap. Het is een peulenschil bij wat ons klaarblijkelijk staat te wachten. Een groep hysterische Tunesische tieners staat bewapend met keien, kapmessen en knuppels voor de taxi en eist dat de chauffeur de centrale vergrendeling van de deur openmaakt.
"Dit is een Hollandse filmploeg!!!" roept de chauffeur verschrikt. Maar de jongen die met een groot broodmes staat te zwaaien, heeft er geen boodschap aan. De deur moet en zal open. Op de een of andere manier komt er een soort gelatenheid over me. Dit is te overweldigend. Hier kan ik niks tegen doen. Mijn engeltjes zijn op. Het is afgelopen. Dit wordt een bloedige Arabische slachtpartij. De deur opent en het mes schiet onder mijn neus door. Maar de jongen is niet van plan om me neer te steken. Hij kijkt me niet eens aan. Haastig checkt hij de vloer van de taxi op wapens. Maar die liggen er niet. Hij gebaart ons om door te rijden en vliegt met bolle ogen op de volgende auto af. Een grotere opluchting is niet te beschrijven. Een kilometer verderop staat de volgende groep opgefokte pubers. Een jongen met een gigantische kei springt met de steen in de aanslag voor de taxi en dreigt die door de ruit te keilen als we niet stoppen. Het chaotische ritueel herhaalt zich. De angst is iets minder. Toch giert de adrenaline door mijn lichaam. Maar wij zijn het doelwit niet.
Militieleden van het oude regime schijnen nog steeds dood en verderf in Tunesië te zaaien, vandaar deze geïmproviseerde bendes. "De milities van Ben Ali doen er alles aan om de boel te destabiliseren, zodat we straks een beroep moeten doen op de 'sterke man' om terug te komen en orde op zaken te herstellen. Deze jongens nemen het heft in eigen hand, ze pikken het niet meer," zegt een vriendelijke man die toevallig met panne langs de weg staat en hulp krijgt van de groep jongens. En natuurlijk mogen we filmen en met ze praten.

Maar het wordt een onbruikbare kakofonie van hysterische verontwaardiging. Iedereen gilt door elkaar heen. Een jongen met een geïmproviseerde speer schreeuwt: 'Allah u akbar,' maar hij is de enige. Dit is geen jihad. Dit is opgekropte woede. Dit is een wraakactie. Een jongen haalt demonstratief een groot mes langs zijn keel en zegt: "Ben Ali!"
Opeens ontstaat er tumult. We zien een man uit een taxi de heuvel op sprinten. Hij wordt gevolgd door een meute gillende jongeren. Dit wordt een lynchpartij. We kunnen niet zien of ze hem te pakken krijgen. Na een paar minuten komen de jongens het talud weer afgerend. Mijn hart zit in mijn strot. Een in smerige lappen gehulde vrouw blèrt onophoudelijk in onverstaanbaar Arabisch in de microfoon. De chauffeur vertaalt al improviserend, maar ik versta er geen snars van. Dit is pure waanzin.
Het is een gewelddadige anticlimax na ons bezoek aan het toeristenstadje Hammamet. Daar heeft de geweldsorgie al een dag eerder plaats gehad. Banken, een politiepost en een kliniek zijn in brand gestoken. De villa van de neef van de president is leeggeroofd en daarna in brand gezet. De bewoners komen zich vergapen aan de verkoolde luxe. "Kijk eens meneer! Ziet u dat? Een bank gevuld met struisvogelveren. Is het niet schandalig? Daar hadden wij een huis van kunnen kopen!" zegt een verontwaardigde man in vlekkeloos Frans. Buiten bij het zwembad wordt de aluminium trap losgeschroefd en meegenomen. In de tuin staat een tiener de palmen uit de grond te rukken.
Er heerst een sfeer van opwinding en triomf. "Ben Ali is een schurk, een schoft en een dief!" schreeuwt een man door het open raampje van zijn auto. Hij komt van woede bijna niet meer uit zijn woorden.
De Tunesiërs willen massaal hun verhaal voor de camera kwijt. Een man haalt twee rekeningen voor water en elektriciteit uit zijn zak. "Hier met die camera, film deze rekening. Die heb ik gekregen van de nicht van Ben Ali. Kijk eens wat ik moet betalen!" De verdreven dynastie heeft in de 23 jaar dat ze de dienst uitmaakte klaarblijkelijk alle nutsfuncties naar zich toe getrokken en de bewoners uitgebuit. Het valt ter plekke allemaal niet te checken.
Een oude vrouw die wordt omringd door een groep druk gesticulerende mannen vertelt iedereen dat de villa van de neef van Ben Ali op haar grond is gebouwd. "Ze hebben me gewoon onteigend zonder een cent compensatie!" jammert ze. "Ze heeft alle bewijzen en papieren," zegt een man die zich opwerpt als haar advocaat.
Een puber loopt triomfantelijk met een brok marmer de badkamer uit. De verkoolde kroonluchters hangen op half zeven. Wat een verhaal. We moeten terug naar Tunis om te monteren. We zijn aangewezen op het internet om ons stukje door te stralen. Maar de internetverbinding is traag en het verzenden van een filmpje van 2 minuten neemt al snel 2 uur in beslag. We racen terug over de verlaten snelweg. Alles gaat goed, tot de Deense noodkreet van John.
Tunis
Volg Jaap van Deurzen op Twitter
Reportage Jaap van Deurzen vanuit Tunis




