Koningin leest troonrede voor
Leden van de Staten-Generaal,
Ons land heeft veel dat hoop geeft en vertrouwen. De economische vooruitzichten zijn gunstig. Ondernemers en consumenten zijn optimistisch. Jongeren vinden snel een baan. Ook buiten de economie zijn er hoopvolle ontwikkelingen. Steeds meer mensen willen zich inzetten voor elkaar en voor een betere leefomgeving. Juist nu zijn er goede mogelijkheden om maatregelen te nemen die ons land sterker maken. Het is nodig die mogelijkheden ten volle te benutten. Ons land staat voor aanzienlijke opgaven. We weten dat de gemiddelde leeftijd van onze bevolking stijgt. Bedrijven en publieke sectoren als de zorg en het onderwijs krijgen te maken met een tekort aan menskracht. Dat stelt ons voor de vraag hoe in de toekomst ons welzijn en onze welvaart veilig te stellen. Ook zal de groei van de economie op een duurzamer manier moeten worden gerealiseerd. Te veel mensen voelen zich onveilig. Het voorkomen en bestrijden van terrorisme, criminaliteit en geweld blijven volop aandacht vragen. De Nederlandse samenleving verandert snel en de bevolking wordt meer pluriform. Mensen voelen zich soms onzeker en zoeken naar houvast en geborgenheid. Die gevoelens kunnen diep ingrijpen. Daarom is extra inspanning nodig om de samenhang in ons land te vergroten en verdraagzaamheid en onderling respect te versterken. Veranderingen kunnen een bron van kracht zijn. In het verleden heeft vernieuwing ons vooruitgang gebracht. Juist ons vermogen tot veranderen en vernieuwen geeft ons de dynamiek die onmisbaar is om in te spelen op de uitdagingen van de toekomst. De regering levert met haar begroting voor 2008 daaraan een bijdrage. De begroting voor volgend jaar laat een overschot zien. De regering verwacht dat dit ook in de jaren na 2008 het geval zal zijn. Zo sparen we voor de toekomst. Om een schonere en zuinigere economie te bevorderen, verhoogt de regering de belastingen op consumptie en op activiteiten die onvriendelijk zijn voor het milieu. De opbrengsten wil de regering gebruiken om de lasten op arbeid te verlagen. Dat helpt meer mensen aan het werk. Al deze maatregelen samen betekenen dat voor velen de koopkracht in 2008 niet zal stijgen. Zij die een lager inkomen hebben, worden zo veel mogelijk ontzien. Van de hogere inkomens wordt een grotere bijdrage gevraagd. De regering verwacht dat over het geheel van de komende jaren haar beleid de lasten voor burgers en bedrijven niet zal doen stijgen en dat de koopkracht zal toenemen. In de begroting voor 2008 worden extra uitgaven van bijna drie miljard euro voorzien. Deze intensiveringen zijn gebaseerd op het beleidsprogramma dat de regering voor de komende vier jaar heeft opgesteld. Dit beleid steunt op zes pijlers waarvoor in het beleidsprogramma concrete doelstellingen, programma’s en projecten zijn aangegeven. Jaarlijks vult de regering de daarbij behorende maatregelen in, te beginnen met de begroting die zij vandaag indient. De eerste pijler is een actieve internationale rol. Nederland wil een relevante en constructieve partner blijven in de wereld en in Europa. Daar waar Nederland zich inzet voor vredesoperaties, vervult onze krijgsmacht een verantwoordelijke taak. De regering zal nadere voorstellen indienen over onze bijdrage aan de internationale missie in Afghanistan. Nederlandse militairen doen hun zware werk met moed en volharding. Wij allen delen het leed van hen die een dierbare in een missie hebben verloren. Militaire middelen alleen zijn niet genoeg om mensen in conflictgebieden een betere toekomst te geven. Het beleid van de regering combineert militaire inzet met diplomatie en met ontwikkelingssamenwerking. Op vele plaatsen in de wereld worden de rechten van de mens niet geëerbiedigd. Nederland zal zijn lidmaatschap van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties benutten om de bescherming van deze rechten te bevorderen. Ons land blijft zich inzetten in de strijd tegen armoede. Met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties werkt de regering aan de verwezenlijking van de Millenniumdoelstellingen. Extra geld wordt uitgetrokken om het gebruik van duurzame energie in ontwikkelingslanden te bevorderen.



