Het kabinet is het eens over de kilometerheffing. Er is besloten wat automobilisten straks gaan betalen en wat de heffing moet opleveren voor het milieu.
De kilometerheffing begint in 2012 voor personenenauto's met een gemiddeld basistarief van 3 cent per gereden kilometer, van snelweg tot woonerf. In de jaren erna loopt het tarief op naar gemiddeld 6,7 cent in 2018 (zie tabel hieronder).
| Jaar | Basistarief per km |
| 2012 | 3,0 cent |
| 2013 | 3,5 cent |
| 2014 | 4,0 cent |
| 2015 | 4,6 cent |
| 2016 | 5,3 cent |
| 2017 | 6,1 cent |
| 2018 | 6,7 cent |
| | |
De hoogte van het basistarief voor personenauto’s hangt net als nu af van de CO2-uitstoot. Bij andere voertuigen is het gewicht bepalend voor het basistarief. Naast het basistarief wordt er een spitstarief geheven voor structurele knelpunten in het wegennet en potentiële sluiproutes. Per locatie wordt besloten of er een spitstarief komt. In elk voertuig komt een gps-apparaatje dat bijhoudt hoeveel, wanneer en waar er wordt gereden.
De wegenbelasting en de aanschafbelasting bpm gaan verdwijnen bij de invoering van de kilometerheffing. Volgens minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat gaat in principe 59% van de automobilisten minder betalen, voor 25% blijven de kosten gelijk en 16% gaat meer betalen. De opbrengsten voor de overheid zullen hetzelfde blijven, zegt de minister.
De verwachting is dat we door de maatregel 15% minder gaan autorijden. Ook moet het aantal files halveren en zelfs het aantal verkeersdoden met 7% verminderen. De uitstoot van CO2 zou 10% minder moeten worden.
Voordelen volgens het kabinet
59% van automobilisten is voordeliger uit
15% minder files
7% minder verkeersdoden
6% meer gebruik van openbaar vervoer
10% daling van de CO2-uitstoot
De opbrengsten van de kilometerprijs gaan rechtstreeks naar het infrastructuurfonds. Uit dit fonds worden wegen, spoorlijnen en andere infrastructuur aangelegd, aldus Eurlings.
© RTL Nieuws.nl