RTL Nieuws
RTL Nieuws


AEX
Volg ons:
facebook
twiter
google+
Uitgelicht:
Liveblog update alert. Klik op deze banner om direct te lezen.
RTL Nieuws | 13 januari 2010, 23:47

Eerste reactie Balkenende op cie-Davids

Reageer
Hieronder de tekst van de eerste reactie van premier Balkenende op het onderzoeksrapport van de commissie-Davids.

Op 2 februari 2009 heb ik de Kamer voorgesteld om een onafhankelijke commissie onderzoek te laten doen naar de voorbereiding en besluitvorming tussen zomer 2002 en zomer 2003 over de politieke steun van Nederland aan de inval in Irak. Het ging daarbij om algemene aspecten en om aspecten van volkenrechtelijke aard, van de inlichtingen- en informatievoorziening en van vermeende militaire betrokkenheid in het bijzonder.

Vanochtend, u heeft dat allemaal gezien, heeft commissievoorzitter Davids mij het eindrapport overhandigd. En op hetzelfde moment is het rapport gezonden aan de Eerste- en Tweede Kamer. Het kabinet, ik zei het vanochtend al, is de Commissie zeer erkentelijk voor het vele werk dat in relatief korte tijd is verricht.

Er is een gedegen studie verricht naar de gebeurtenissen in 2002 en 2003. Daarbij is gebruik gemaakt, intensief gebruik gemaakt van al het beschikbare bronnenmateriaal.

Uit de verantwoording blijkt nog eens dat de commissie haar werkzaamheden in volledige onafhankelijkheid heeft kunnen uitvoeren. Zij heeft toegang gehad tot alle informatie die zij nodig achtte, inclusief de notulen van de ministerraad en de informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Nooit eerder heeft een onderzoekscommissie zo uitgebreid kunnen putten uit onze informatiebronnen. Er ligt nu een omvangrijk rapport. Het kabinet zal de komende tijd het rapport grondig bestuderen en een kabinetsreactie voorbereiden.

Vandaag ga ik kort in op een aantal hoofdzaken uit het rapport, te weten:

Ik ben blij dat de Commissie een aantal hardnekkige geruchten naar het rijk der fabelen heeft verwezen. De commissie Davids heeft geen enkele aanwijzing gevonden voor Nederlandse militaire betrokkenheid bij de inval in Irak. Er is geen grond voor alle geruchten en speculaties die de afgelopen jaren in de media hebben gecirculeerd. Er zijn geen F16's ingezet boven Noord-Irak, er hebben geen Nederlandse commando's rondgestruind in Irak, het fregat en de Walrus-onderzeeboot hebben geen ondersteuning bij de aanval verleend. Ook ben ik blij dat er niets overblijft van de suggestie dat onze politieke steun was ingegeven door de wens Jaap De Hoop Scheffer Secretaris Generaal van de NAVO te maken. De schaduw van twijfel is op al deze punten nu weggenomen.

Dan kom ik bij het algemene kader. Het standpunt van het toenmalige kabinet was altijd glashelder. En dat wil ik ook hier herhalen.Het was aan Saddam Hussein om aan te tonen dat Irak geen massavernietigingswapens had. Het was niet aan de internationale gemeenschap om aan te tonen dat hij ze niet had. Dat is waar de internationale gemeenschap steeds via de Veiligheidsraadresoluties op heeft aangedrongen. Het besluitvormingsproces van het toenmalige kabinet is steeds, en ik heb dat vaak ook gezegd, gebaseerd op dit uitgangspunt. Dat kabinet heeft daarbij vastgesteld dat er geen breed maatschappelijk en politiek draagvlak was voor militaire acties tegen Irak. Het toenmalige kabinet heeft daarom besloten om alleen politieke steun uit te spreken. Daarin consequent gesteund door een ruime meerderheid van de Kamer. Ik ben van oordeel dat deze keuze naar eer en geweten is gemaakt.

Dan kom ik bij het volkenrecht. Over de juridische basis voor militair ingrijpen is veel discussie geweest. Daar werd en wordt verschillend over gedacht. Door de politiek en onder juristen. De meningen waren en zijn, zowel internationaal als nationaal, verdeeld. Nederland stond indertijd, net als veel andere landen, op het standpunt dat de bestaande resoluties van de Veiligheidsraad over Irak van 678 t/m 1441, de basis voor militair ingrijpen waren. Een nieuwe resolutie was weliswaar wenselijk, maar juridisch niet noodzakelijk. Dat er anders over geoordeeld kan worden blijkt tevens uit het rapport van de commissie-Davids. Overigens bestaan ook binnen de Commissie verschillende meningen. Zie de opvattingen van Commissielid de heer Van Walsum op pagina 270 van het rapport.

Het toenmalige kabinet was er echter van overtuigd dat er een zuivere en integere afweging is gemaakt. Hierover is uitvoerig met de Kamer van gedachten gewisseld. En zoals ik al zei, een ruime Kamermeerderheid heeft het kabinet daarin toen ook consequent gesteund. De Commissie stelt dat de kwestie van de volkenrechtelijke legitimatie ondergeschikt is gemaakt aan de door Buitenlandse Zaken uitgezette beleidslijnen. Het toenmalige kabinet heeft hier destijds tegenover gesteld dat is gezocht naar een verantwoord evenwicht tussen een goede juridische legitimatie en de vereisten van de internationale politiek. En wij komen hierop uiteraard terug in onze kabinetsreactie.

En dan het informeren van de Tweede Kamer. Wij hebben een ander beeld van de informatievoorziening aan het parlement dan door de Commissie is geschetst.

Dat geldt in ieder geval voor één punt dat ik specifiek hier wil noemen. Dat betreft de informatie aan de Kamer over het verzoek van de Verenigde Staten van 15 november 2002 om mee te werken aan de planningsfase in het kader van het opvoeren van de militaire druk. De Kamer is op 21 november van dat jaar geïnformeerd over de onderdelen van het verzoek die we zouden uitvoeren. Op 6 december is de Kamer vervolgens geïnformeerd over de effectuering in de vorm van overvliegvergunningen bijvoorbeeld. U moet hier denken aan de Host Nation Support. De andere delen van het verzoek zijn nooit zover gekomen dat ze hebben geleid tot besluitvorming. Wel is de Kamer gemeld dat er nader overleg zou zijn met de Amerikanen over aanvullende verzoeken. In de kabinetsreactie zullen we daar uiteraard nader zorgvuldig op ingaan en dat op de verschillende onderdelen zodat de Tweede Kamer hier ook zelf een oordeel over kan vellen.

En dan tenslotte. Zoals gezegd, er ligt nu een gedegen rapport van de commissie Davids. Het biedt een goede basis voor het debat met het parlement. Het vraagt ook om een zorgvuldige kabinetsreactie. Daar zal enige tijd mee gemoeid zijn. Het is zaak om het rapport de komende tijd grondig te bestuderen. In die kabinetsreactie zullen we ook uitgebreid ingaan op de conclusies van de commissie. Daarnaast zullen we bij de kabinetsreactie de antwoorden voegen op de door de Kamer gestelde vragen voor zover die niet in het rapport van de commissie worden geadresseerd. Ik zie uit naar het debat met de Tweede Kamer. Verantwoordelijkheid nemen betekent immers ook verantwoording afleggen. En daar ben ik uiteraard volledig toe bereid.

Reageer

Laatste gerelateerd nieuws:

Ook op RTL Nieuws:

Reageer ook:


// set up global javascript var weerArr[]

Videoplayer Overlay demo