Haïtianen lopen snikkend over straat
Nederlanders
De beving, met een kracht van 7.0 op de schaal van Richter, hield vooral huis in de hoofdstad Port-au-Prince. Gevreesd wordt dat tienduizenden mensen zijn omgekomen. Veel slachtoffers liggen nog onder het puin. Ook Nederlanders worden vermist. Verhalen van Nederlanders van wie wel bekend is dat zij de ramp hebben overleefd, zijn soms schrijnend.
God moet helpen
De inwoners van Port-au-Prince zijn bang om terug te keren naar hun beschadigde huizen. Grote groepen sliepen bij elkaar in de openlucht. Vrouwen zongen traditionele religieuze liederen en baden voor de doden. "Ze zingen omdat ze willen dat God iets doet. Ze willen dat God hen helpt. Dat willen we allemaal", zegt Dermene Duma, een medewerkster van het zwaar beschadigde Hotel Villa. Duma verloor vier familieleden door de aardbeving.
Chaos
De toestand in het toch al straatarme land is chaotisch. Er is nog geen georganiseerde hulp op gang gekomen. Tienduizenden lopen verdwaasd en snikkend door de stad, op zoek naar hulp die er nog niet is.
Lijken
In de hele stad liggen lijken: onder puin, op de trottoirs, in vrachtwagens die de lichamen ophalen. Vanuit het puin klinkt geschreeuw om hulp. Overlevenden proberen met man en macht, vaak met blote handen, slachtoffers onder het puin vandaan te krijgen. Een jonge man schreeuwt naar journalisten: "Er gaan te veel mensen dood. We hebben internationale hulp nodig. Er is geen voedsel, geen telefoon, geen water, niets."
President weet niets
De Haïtiaanse president René Preval zegt niet te weten hoeveel doden er zijn: "Ik weet 't niet. Ik hoorde tot nu toe dat 't er 50.000 zijn...30.000." Hij zei niet waar die aantallen vandaan kwamen.
Blauwhelmen
Zeker is dat er 16 VN-blauwhelmen zijn omgekomen. De VN heeft een vredesmacht van 9000 man in Haïti. Het vijf verdiepingen hoge hoofdkwartier van de VN is door de beving ingestort. Waarschijnlijk is de leider van de VN-missie, Hedi Annabi, omgekomen, maar dat is nog niet bevestigd.
Rode Kruis
Het Haïtiaanse Rode Kruis zit zonder medicijnen. "Er zijn te veel mensen die hulp nodig hebben. We hebben geen apparatuur, geen lijkenzakken," zegt een woordvoerder.



