DNB waarschuwt voor kredietrantsoenering door Nederlandse banken

dinsdag 08 december 2009, 17:03:50
DNB waarschuwt voor het feit dat de mogelijkheid van kredietrantsoenering door de Nederlandse banken aanwezig blijft voor de komende jaren. "Het gebrek aan krediet kan een beperkende factor worden voor verder economisch herstel."

Uit het rapport van DNB van vandaag:

: De banken die zwaar zijn geraakt in de crisis, zullen hun balansen willen saneren. Dit is een traag proces, ook omdat bedrijven op basis van eerder afgesloten kredietlijnen nog toegang hebben tot bankfinanciering. Mocht op termijn de beschikbaarheid van krediet worden beperkt, zodat zelfs bedrijven met goede vooruitzichten geen nieuw krediet meer kunnen krijgen, zelfs tegen minder gunstige voorwaarden, dan kan men van kredietrantsoenering spreken.

Rantsoenering

De mogelijkheid van rantsoenering blijft aanwezig, zaker voorbij de huidige ramingsperiode tot 2011. Juist als vanaf de tweede helft van 2011 de economie weer wat steviger op haar benen komt te staan en gezinnen en bedrijven meer willen gaan besteden, zal de kredietvraag aantrekken. Bij een onvolledige herstructurering van de balansen zouden banken echter op dat moment wellicht nog niet in de positie kunnen zijn om volledig aan de hernieuwde vraag te voldoen.

Gebrek aan krediet

Indien overheden bovendien na 2011 er onvoldoende in slagen de begrotingstekorten terug te dringen, zou het vraagoverschot in de kredietmarkt nog groter kunnen worden. In dat geval zou het gebrek aan krediet een beperkende factor kunnen worden voor verder breed gedragen economisch herstel.

Lees hier het hele rapport (9 pagina's pdf):

Economische ontwikkelingen en vooruitzichten voor Nederland Het betreffende hoofdstuk: Dalende kredietverlening aan bedrijven niet uit te sluiten Na enkele jaren van sterke groei is de zakelijke kredietgroei sinds medio 2008 sterk afgenomen. De jaar-op-jaargroei, tot voor kort nog in de dubbele cijfers, stevent af op de nullijn. Voor de kredietverlening aan huishoudens is de omslag minder groot geweest, maar zijn de gevolgen van de economische crisis eveneens zichtbaar. Grafiek 7 toont hoe de groei van de bancaire woninghypotheken inmiddels op het laagste niveau sinds begin jaren negentig ligt. De kanteling in de groei van krediet komt voor een belangrijk deel voort uit het feit dat het aantal woningtransacties is gedaald en er minder bedrijfsinvesteringen hoeven te worden gefinancierd. Daardoor loopt de kredietvraag snel terug. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Bank Lending Survey (bls), een enquête waarin banken onder meer wordt gevraagd naar de waargenomen en de verwachte kredietvraag van bedrijven en van huishoudens. Sinds het begin van 2009 ziet in alle categorieën de meerderheid van de banken een afname van de vraag over het laatste kwartaal. Naast dergelijke enquête-uitkomsten kan ook op basis van modelmatige analyses het belang van de vraagzijde van de markt voor de daling van de kredietgroei worden vastgesteld. Zo blijkt de ontwikkeling van de zakelijke kredietverlening samen te hangen met het bbp en de bedrijfsinvesteringen. Verder spelen kostenfactoren, zoals rentestanden, en de toegang tot andere financieringsvormen, zoals ingehouden winsten, een belangrijke rol. Op basis van deze verbanden kan ook vooruitgekeken worden, hoewel dit uiteraard met de nodige onzekerheid omgeven is. Gegeven de dnb-raming voor de Nederlandse economie in 2009-2011 is puur op basis van bovenstaande vraagfactoren niet uit te sluiten dat de zakelijke kredietverlening gedurende enige tijd zal dalen. Dit hangt sterk samen met de laagconjunctuur. De bezettingsgraad blijft naar verwachting de komende jaren laag, zodat bedrijven nog weinig prikkels hebben om uitbreidingsinvesteringen te doen. Het is daarom mogelijk dat de groei van de kredietverlening achter gaat lopen bij die van het bbp. Een dergelijke vertraging tussen het economische herstel en een opleving van de kredietverlening is ook historisch gezien niet ongebruikelijk. Naast de lage investeringen kan ook een verbetering van bedrijfswinsten dempend op de kredietgroei werken, omdat bedrijven dan meer intern kunnen financieren. Over de raminghorizon wordt een herstel van deze winsten voorzien, mede omdat bedrijven de arbeidskosten terug brengen. Naast de vraagzijde is het ook mogelijk dat de aanbodzijde van de kredietmarkt een rol zal spelen bij de ontwikkeling van de kredietverlening. Zo blijkt uit de bls dat banken hun voorwaarden hebben aangescherpt, door een hogere rente te vragen of door meer onderpand te eisen bij een lening. Voor kredietverlening aan bedrijven begon de verscherping eind 2007, terwijl de criteria voor huishoudens in de loop van 2008 aangescherpt zijn. De verscherping vond op brede schaal plaats. Zo gaven in het eerste kwartaal van 2009 alle ondervraagde banken aan hun criteria voor kredietverlening aan het bedrijfsleven verscherpt te hebben. Sindsdien is het netto percentage verscherpingen overigens wel weer aan het afnemen. Dat banken hun voorwaarden aanscherpen hoeft niet te betekenen dat zij de kredietkraan dichtdraaien. Ten gevolge van de crisis is de kredietwaardigheid van diverse bedrijven en huishoudens in het gedrang gekomen. Zo is het aantal faillissementen van bedrijven gestegen, terwijl huizen – het onderpand voor hypotheken – aan waarde hebben verloren. De raming voorziet voorts nog een verdere stijging van dewerkloosheid, waardoor de betrokken huishoudens een financiële terugslag te verwerken krijgen. Vanuit deze overwegingen is het niet onlogisch dat banken hun leenvoorwaarden hebben aangescherpt. Maar naast deze ‘normale’, conjunctuur-gedreven aanscherping kunnen ook de bijzondere omstandigheden in de financiële sector een rol gaan spelen. Banken die zwaar geraakt zijn in de crisis, zullen hun balansen willen saneren. Dit is een traag proces, ook omdat bedrijven op basis van eerder afgesloten kredietlijnen nog toegang hebben tot bankfinanciering. Mocht op termijn de beschikbaarheid van krediet worden beperkt, zodat zelfs bedrijven met goede vooruitzichten geen nieuw krediet meer kunnen verkrijgen, zelfs tegen minder gunstige voorwaarden, dan kan men van kredietrantsoenering spreken. Tegelijkertijd blijft het van belang om te beseffen dat een eventueel lager volume van de kredietverlening niet automatisch duidt op rantsoenering. Immers, wat betreft de zakelijke kredietverlening indiceren diverse conjuncturele factoren al dat een daling de komende twee jaren niet valt uit te sluiten. Wel blijft de mogelijkheid van rantsoenering aanwezig, zeker voorbij de huidige ramingsperiode. Juist als vanaf de tweede helft van 2011 de economie weer wat steviger op haar benen komt te staan en gezinnen en bedrijven meer willen gaan besteden, zal de kredietvraag aantrekken. Bij een onvolledige herstructurering van de balansen zouden banken echter op dat moment wellicht nog niet in de positie kunnen zijn om volledig aan de hernieuwde vraag te voldoen. Indien overheden bovendien na 2011 er onvoldoende in slagen de begrotingstekorten terug te dringen, zou het vraagoverschot in de kredietmarkt nog groter kunnen worden. In dat geval zou het gebrek aan krediet een beperkende factor kunnen worden voor verder breed gedragen economisch herstel.

RTLZ.nl