

Volgens de Rijksrecherche heeft DNB zelfs niets afgesproken over hoe de noodregeling moet worden voorbereid, wie wel en niet worden geïnformeerd, en hoe de geheimhouding wordt gewaarworgd. Deze harde conclusie van de Rijksrecherche is door het kabinet niet aan de Tweede Kamer gemeld.
De verwijten van de Rijksrecherche blijken uit geanonimiseerde documenten die het College van procureurs-generaal vandaag heeft vrijgegeven. RTL Nieuws vroeg het onderzoek op met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het onderzoek van de Rijksrecherche werd vorig jaar juist ingesteld omdat het uitlekken van de aanvraag van de noodregeling DSB alsnog in een faillissement stortte. De Amsterdamse rechtbank wees de eerste aanvraag voor een noodregeling door DNB af, maar zag zich later genoodzaakt die alsnog goed te keuren, nadat de aanvraag was uitgelekt. De DSB-top vindt dat DNB dit te verwijten valt.
In het proces-verbaal van de Rijksrecherche staat letterlijk: ,,Uit verklaringen van getuigen werkzaam bij DNB blijkt dat DNB niet beschikt over een protocol waarin staat beschreven welke stappen uitgevoerd moeten worden bij het indienen van een verzoek tot het toepassen van de noodregeling.'' Volgens de Rijksrecherche bestaan er geen goede afspraken over de voorbereiding en uitvoering, en het handhaven van vertrouwelijkheuid. In de brief die minister Hirsch Ballin op 21 december vorig jaar naar de Tweede Kamer stuurde, wordt deze conclusie niet vermeld. Hirsch Ballin schrijft alleen dat zijn toenmalige collega Bos van Financiën zou gaan overleggen met DNB hoe in de toekomst de kring van betrokkenen kan worden verkleind en geheimhouding gewaarborgd. Ook minister Bos maakte in een debat met de Tweede Kamer op 16 december geen melding van dit verwijt van de Rijksrecherche.
Verder blijkt uit de vrijgegeven stukken dat de Rijksrecherche slechts 20 betrokkenen als getuigen heeft gehoord, terwijl uit het onderzoek blijkt dat minimaal 450 tot 500 mensen op de hoogte waren dat DNB de noodregeling op zondag 11 oktober zou aanvragen. Tegen de Tweede Kamer werd in december nog gezegd dat 'een groot aantal' getuigen door de Rijksrecherche was verhoord. Uit de stukken blijkt nu dat veel van de betrokkenen (onder meer bij het ministerie van Financiën, DNB en de banken) helemaal niet zijn verhoord. Niettemin concludeert de Rijksrecherche: ,,Het onderzoek heeft geen feiten opgeleverd op grond waarvan vermoed kan worden dat door één van deze personen of instanties in dat weekend vertrouwelijke informatie naar de pers is gelekt.''
Uit de documenten blijkt ook dat DNB méér mensen op de hoogte heeft gebracht dan DNB-president Nout Wellink tot dusver publiekelijk heeft toegegeven. Het kabinet was vooraf geïnformeerd, de Nederlandsche Vereniging van Banken was op de hoogte gesteld, en een reeks anderen, zoals uitzendbureaus, bankiers, de Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en het Openbaar Ministerie. Zij waren allen gehouden aan een geheimhoudingsplicht. Toch concludeert de Rijksrecherche dat het onderzoek 'geen redelijk vermoeden' heeft opgeleverd dat één of meer mensen buiten DNB ten onrechte zijn geïnformeerd. De integrale documenten in pdf:
Het volledige procesverbaal van het onderzoek naar lekken Noodmaatregel DSB. Onderzoek GOUDRIAAN Voor de fijnproevers: De brief die minister Hirsch Ballin naar de Tweede Kamer stuurde over het onderzoek En het verslag van het debat in de Kamer, waarin op de eerste pagina de hoofdconclusies van Wouter BosRTLZ.nl