

Tot voor kort kende eigenlijk niemand het begrip deflatie. Het was uit ons collectieve geheugen verdwenen. Vóór Tweede Wereldoorlog kwam deflatie regelmatig voor. Ná de Tweede Wereldoorlog was er alleen nog maar inflatie. Tot de afgelopen week.
Toen meldde Japan dat het in de maand mei met een deflatie van 1,1 % werd geconfronteerd. Naar verwachting zal die gedurende de zomer oplopen tot zo’n 2%. Ineens meldde ook de eurozone dat er sprake was van deflatie, negatieve inflatie genoemd. Wat nu weer, zo vragen politici en beleidsmakers zich waar ook ter wereld af. Hoe kan het dat na 15 jaar overheidsinterventie in de Japanse economie, het land nu ineens met ineenstorting wordt bedreigd?
Enorme steunbedragen zijn er in de Japanse economie gepompt. Maar het land is niet ‘back to growth’. Staan Amerika en Europa eenzelfde lot te wachten? Vaststaat dat er met deflatie iets raars aan de hand is. Er bestaat verschil van mening over.
Als er sprake is van deflatie -als tegenovergestelde van inflatie- wordt geld méér waard in plaats van minder. Dat is slecht voor de schuldenpositie van landen, ondernemingen en consumenten. Het wereldwijde kredietprobleem wordt er groter door. Daarentegen wordt het gewone leven door deflatie goedkoper. Mensen kunnen met hun geld meer kopen, dan als er sprake is van inflatie.
Hier begint de verwarring. Want er is ook nog zoiets als prijsdeflatie. Dan verlagen ondernemingen hun prijzen omdat ze met vraaguitval worden geconfronteerd. Ze proberen klanten te trekken. Dat is in Japan aan de gang. Ook Amerika kent prijsdeflatie. Van oudsher via kortingbonnetjes -het land is er beroemd om- nu ook structureel.
Voor consumenten wordt het leven elke dag goedkoper. Voor ondernemingen neemt echter de winst af en volgen er doorgaans ontslagen. Die maken dat de werkloosheid toeneemt. Dat is slecht voor consumenten. Die gaan oppotten -ook al hebben ze nog werk- en geven hun geld alleen uit als het niet anders kan. Als er al geld wordt uitgegeven dan is het aan de aflossing van dure kredieten.
In de praktijk zijn er twee vormen van deflatie. Gelddeflatie en prijsdeflatie. Beide zijn goed voor burgers. Maar slecht voor de economie. In het eerste geval wordt geld méér waard en hebben burgers meer ‘bezit’, in het tweede geval hoeven ze minder uit te geven en houden ze dus meer (bezit) over.
In alle gevallen ‘moet er geld bij’ om te voorkomen dat de economie tot stilstand komt, vanwege uitstelgedrag van ondernemingen en consumenten. Helaas laat Japan zien dat overheidssteun niet tot nauwelijks effect heeft. De economie krijgt er een jojo-karakter door. Even omhoog en dan weer snel omlaag.
Is er een oplossing? Voorlopig niet. Onze huidige economische modellen zijn gewoon niet op deze problemen gebouwd. Want inflatie hebben we niet en deflatie kennen we niet.
RTLZ.nl