

Nu de regering is gevallen en een minderheidskabinet van CDA en Christen Unie geen geloofwaardige optie is, doet Nederland er verstandig aan om de aanstaande verkiezingen nadrukkelijk één richting in te duwen. Die van de economie. Door de economie tot centraal thema te verklaren, kunnen we de samenleving bij elkaar houden. Dat is dringend nodig. Ook in Nederland komt de recessie steeds dichterbij. De gevolgen beginnen merkbaar te worden en die zijn recht evenredig aan de mogelijkheden van economisch herstel. Hoe slechter het gaat, hoe minder ruimte er is voor toekomstgericht in plaats van bezuinigingsgericht, beleid. Economie van de daadkracht Dat heeft alles te maken met de consumenteneconomie, ofwel de economie van de draagkracht. In Nederland was die tot voor kort goed voor tenminste dertig procent van de economie. Sinds enige tijd gaat het snel bergafwaarts. Net als in andere landen. De consumenteneconomie is dood. Omdat het geen eerlijke economie is. Dus niet omdat mensen niet meer willen kopen. Dat willen ze wel. Maar burgers zijn het terecht zat om voor de gek gehouden te worden. Al sinds de euro klagen Nederlanders over te hoge prijzen. Daar hebben ze gelijk in. De politiek stond er bij en keek er naar Door falend politiek beleid hebben wij onszelf zo’n 10% te duur ingekocht in Europa en dat weet iedereen. Daarna brak een periode van ongekende prijsstijgingen aan. Van commercieel graaien, zo u wilt. Die wakkerde economische groei aan. We konden ons rijk rekenen. Dat is nu teneinde. Ik stel daarom een korte periode van geleide loon- en prijspolitiek voor. Laten we dat tot een leidend verkiezingsthema maken. Het klinkt ouderwets. maar is modern. Om twee redenen. Ten eerste moet het leven weer betaalbaar worden. Ten tweede moeten ondernemingen concurrerender zijn, niet alleen in hun eigen belang, maar in het belang van banen – en dus- consumenten. Prijsverlagingen dus. Deflatie Laten we de prijzen in één klap met 20% omlaag brengen. Het is ongekend. Ik weet het. Economen beginnen nu te brullen. Zij vormen de achterhoede. Tegelijkertijd streef ik geen feestje na. Ik stel daarom voor om ook de lonen en andere arbeidsvoorwaarden te verlagen. Met zo’n 10% over de gehele linie. Dat spaart werkgelegenheid. Uiteraard gaat het –ook voor ondernemingen- om de juiste verhouding tussen lonen en prijzen en die kan niet te lang onderwerp van politieke stellingname zijn. Wel van fiscaal beleid. Ook dat is politiek. Wat mij betreft gaat het bij de komende verkiezingen maar om één ding. Hoe krijgen we een economie die eerllijker en realistischer is. Daarvoor moeten we terug naar af ( lagere lonen) én moet er perspectief op een goed leven blijven (lagere prijzen). De politiek is nu aan zet. En dus zijn wij aan zet. René Tissen
RTLZ.nl