GAAG, AART VAN DER (AFL. 1)

ABU-directeur Aart van der Gaag wil weten wat afnemers willen. De uitzendbranche is de barometer van de conjunctuur. Vlak voor de economie aantrekt, maken uitzendbureaus overuren. Eerst vraagt de sector techniek meer uitzendkrachten. Daarna volgen industrie en dienstverlening. Tenminste, zo ging dat tot drie jaar geleden.
De economie trok toen aan, maar de industrie liet niet van zich horen. Tijdens een creatieve sessie met vertegenwoordigers van grote bedrijven, uitzendorganisaties en onderzoekers sprak Van der Gaag erover met Anneke Goudswaard van TNO Kwaliteit van Leven. Het draaide niet om de vraag of de conjunctuur wel zo bestendig was, maar om de vraag wat er gebeurde binnen de grote afnemers van uitzendwerk. Waren de behoeftes ineens anders dan tien jaar geleden? En als dat zo was, wat betekende dat voor de toekomst? TNO Kwaliteit van Leven kreeg van de ABU de opdracht om de antwoorden op die vragen te vinden. Ze voert daarvoor onder 900 bedrijven met tien of meer medewerkers, in negen sectoren, onderzoek uit naar de strategische behoefte aan uitzendwerk. Willen bedrijven in de toekomst vooral met eigen of met extern personeel werken? Of willen ze een mix van vaste en externe krachten? En bestaat een deel van die mix dan uit oproepkrachten, flexkrachten of uitzendkrachten? Via het onderzoek wil de ABU erachter komen hoe uitzendbureaus hun positie op de arbeidsmarkt kunnen versterken. Want er is nog groei mogelijk, denkt Van der Gaag. ‘In 1999 hadden we onze absolute top, ook in de wereld. Uitzendwerk maakte toen ongeveer 4,5% van de totale arbeid uit. Nu zitten we rond de 3,5 %. Dat is heel behoorlijk. In heel de wereld gaat het over het algemeen niet verder dan 2%, met een paar uitzonderingen zoals Groot-Brittannië en Nederland. Ik denk dat we hier wel kunnen groeien naar 6%.’ Van de Gaag verwacht niet dat uit het onderzoek naar voren komt dat de totale vraag naar flexwerk, waaronder uitzend-, detacheringsen outsourcingswerk, zal toenemen. Het marktaandeel flexwerk ligt immers al jaren tussen de 10 tot 12%. Als daaraan al iets verandert, dan is dat op korte termijn eerder een af- dan een toename. Want er is spanning tussen vraag en aanbod. Van der Gaag: ‘Werknemers zijn niet zo flexibel als we vaak denken. Het liefst willen ze allemaal een vaste baan. Eigenlijk ook wel logisch. Als je een hypotheek wilt afsluiten dan is de regel bij banken nog steeds zo dat een dienstverband voor onbepaalde tijd gevraagd wordt. Zodra de arbeidsmarkt krapper wordt, zoals nu, dan kiezen werkgevers het liefst voor vaste contracten.’