Wat is er heerlijker dan buiten op straat of in het park spelen? In tegenstelling tot in huis is er alle ruimte. En het is ook nog eens heel gezond: kinderen leren creatief te zijn, samen te spelen en ze krijgen hun dagelijkse beweging. Om de kids een beetje op weg te helpen staan hieronder alvast een paar straatspelen.
Bellen blazen
Bellen blazen kan natuurlijk uit zo’n klein potje, maar dan krijg je maar kleine bellen. Veel stoerder is het om enorme bellen te kunnen blazen.
Die komen niet uit de bellenblaas die je in de speelgoedwinkel koopt, maar uit een emmer met een
zelfgemaakt recept.
Voetballen
Een potje voetballen kan op een simpel grasveldje, maar je maakt meer indruk op je kinderen als je een opblaasbaar voetbaldveld regelt. Te koop bij
Praxis.
Straattekenspel
Met dit spel kun je meerdere dingen doen. Het begint met het kiezen van een figuur. Quinty en Maarten maakten een
walvis, maar dat kan natuurlijk van alles zijn (koe, giraffe, varken). Teken het figuur groot op de straat en maak dan met verf puntjes op de lijn van het figuur. Houd ongeveer dertig centimeter tussen de verschillende punten. Zet daarna in de goede volgorde cijfers bij de puntjes. De kinderen kunnen nu hinkelen tussen de puntjes of lijntjes trekken en zo zelf een tekening maken.
Vlieger maken
Een vlieger maak je heel makkelijk met een zelfbouwpakket uit de speelgoedwinkel, maar het kan nog goedkoper en leuker. Klik
hier
voor een beschrijving om zelf een vlieger te maken.
Ballon trappen
Ieder kind krijgt een ballon aan zijn been gebonden, ter hoogte van de enkel. De bedoeling is dat de kinderen bij elkaar de ballonnen kapot trappen.
Knikkeren
Verwijder in je achtertuin een terrastegel en leg hier een knikkertegel voor in de plaats. Zo kunnen de kinderen het aloude knikkerspel spelen. Leuk hierbij is dat ze hun eigen regels kunnen bepalen.
Race
Zet een race uit in de buurt, markeer belangrijke punten met vlaggetjes. Het leuke aan deze race is dat de kinderen hem met van alles kunnen afleggen: skateboards, skippyballen, inline skates, op houten klosjes met een touwtje eraan etc.
Lummelen
Twee kinderen gooien de bal over en de derde is de lummel. Deze moet de bal proberen af te pakken terwijl hij bijvoorbeeld gegooid wordt. Degene die de bal als laatste gooide, is nu de lummel en moet in het midden gaan staan.
Touwtikkertje
Maak een lang stuk touw aan een boom of een paal vast en het andere eind aan een kind, die is de ‘tikker’. De andere kinderen moeten in het loopgebied van de tikker rondrennen terwijl de tikker ze moet aftikken.
Jeu de voetbal
Gooi een tennisbal weg en probeer in zo weinig mogelijk trappen met een voetbal bij de tennisbal te komen. De voetbal moet de tennisbal uiteindelijk raken, maar de tennisbal mag niet wegrollen. Als dat gebeurt, wordt de tennisbal opnieuw weggegooid en tel je door met trappen. Degene die in zo weinig mogelijk trappen bij de tennisbal is, heeft gewonnen.
Stand in de bal
Iemand gooit de bal ver weg en roept ‘Stand in de bal en de bal is voor…(naam)’. Iedereen rent weg, de omgeroepen persoon vangt de bal en de rest staat stil. Degene met de bal probeert de bal door de benen van de kinderen te rollen.
Flessenbal
Per persoon vul je een plastic fles met water en die je voor je op de grond zet. Vervolgens probeert iedereen met een bal de fles van de ander om te gooien of rollen. Een spannend spel, want als de fles om is, moet de eigenaar van de fles eerst de bal pakken en pas dan de fles weer recht zetten. Degene bij die het water eerst uit de fles is, is af.