800 gram biefstuk van de haas (aan 1 stuk)
1 potje(s) kappertjes
1 potje(s) ansjovisfilet
1 beker(s) marsala
1 potje(s) zwarte olijven zonder pit
1 potje(s) geconcentreerde tomatenpuree
2 eetlepel(s) roomboter
4 eetlepel(s) olijfolie
1 bakje(s) rucola
3 beker(s) risottorijst
2 stuk(s) pastinaken
1 stuk(s) komkommer
3 stuk(s) tomaten
2 stuk(s) sjalotjes
500 milliliter kippenbouillon
1 beker(s) witte wijn
1 stuk(s) Parmezaanse kaas
Verwarm de oven voor op 100 graden.
Pastinaakpuree: schil de pastinaken, snijd ze in stukken en kook ze in 20 min gaar met wat zout.
Begin met de risotto. Zorg er voor dat je kippenbouillon in een pannetje naast de risottopan staat. Verhit wat olijfolie in de pan en bak de sjalotjes 2 minuten. Voeg de risottorijst er bij en roer tot de korrels mooi glimmen. De witte wijn er bij doen en af en toe roeren. Giet vervolgens telkens een soeplepel kippenbouillon over de risotto. Herhaal dit 2 of 3 keer. Een goede risotto hoort minimaal 17 minuten op het vuur te staan. Als de risotto gaar is, de pastinaakpuree er door heen roeren, en wat krullen Parmezaanse kaas.
Biefstuk minstens een half uur van te voren uit de koelkast halen en op kamertemperatuur laten komen. Snijd vier gelijke biefstukken en braad ze in de koekenpan om en om bruin. Controleer of de biefstukken mooi rosé zijn en plaats ze in de oven. Verwarm tegelijk de borden.
In de pan van de biefstuk de kappertjes en de olijven bakken. Voeg de ansjovis en de tomatenpuree toe, en tot slot de marsala. Mocht de saus wat dik zijn, wat water toevoegen.
Serveer de biefstuk met de saus, de risotto en de sla (rucola, tomaten, komkommer) op één bord.