8 stuk(s) coquilles
150 gram roomboter
100 milliliter pastis
4 eetlepel(s) crème fraîche
1 stuk(s) bosui
1 stuk(s) ui
150 gram zeekraal
150 milliliter kippenfond
325 milliliter room
1 eetlepel(s) knoflookpuree
1 eetlepel(s) grove mosterd
0,5 theelepel(s) sambal oelek
50 gram parmezaanse kaas (geraspt)
1 pakje(s) fijngesneden sla
1 stuk(s) parmezaanse kaas
1 pakje(s) brood croutons
1 snufje(s) peper en zout
Bestrooi de coquilles met zout en peper en bak ze in de boter in 3 minuten aan beide kanten goudbruin. Voeg de pastis toe en flambeer.
Laat de vlammen doven. Neem de coquilles uit de pan (houd ze warm). Voeg de crème fraîche toe en maak een gebonden saus. Leg de geblancheerde zeekraal (paar minuten blancheren) op het bord en leg de coquilles er op. Schenk de saus er overheen en garneer met bosui.
Voor de soep: Fruit de ui en schenk de fond en de room erbij en breng aan de kook. Voeg de knoflookpuree, mosterd, sambal en geraspte kaas toe en pureer de soep. Breng op smaak met peper en zout. Leg de gesneden sla onderin de kom/glas en schenk de soep er overheen, garneer met de stukjes parmezaan en de croutons.