
| Uitzenddatum: 07-12-2008 |
| Paspoort |
| Beste reistijd: November t/m april |
| Tijdsverschil: 7 uur vroeger |
| Taal: Spaans |
| Valuta: Costaricaanse colon |
| Visum: Ja |
| Vaccinatie: Ja |

Costa Rica ligt op 14 uur vliegen van Schiphol. Het is ingeklemd tussen twee wateren. De Caraibische Zee in het oosten en de Stille Oceaan aan de westkust. Beide hebben hun eigen sfeer. De surfer en partyganger zal de swingende oostkust opzoeken. De natuurliefhebber voelt zich meer thuis in het ruige westen. Waar de jungle tot aan de zee reikt. Nog mooier is om het allebei te gaan zien en bij de tocht over land langs vulkanen en door de jungle te trekken. Hieronder volgen de zeven hoogtepunten van Costa Rica die je niet mag overslaan.
7. Arenal – vulkaan in La Fortuna
Het plaatsje La Fortuna maakt dankbaar gebruik van de natuurlijke warmte van de Arenal – vulkaan, die hoog boven het dorpje uittornt, meestal verstopt achter een dek van laag hangende wolken. Er zijn zestien verschillende thermale baden aangelegd met een temperatuur variërend van 35 tot 65 graden, al naar gelang de behoefte. Het zwavelhoudende water is goed voor je spieren en de plaatselijke Tico's zeggen dat ze er jonger van worden.
--> Oerkracht
Wonen in La Fortuna is niet zonder risico. De Arenal rookt nog steeds vervaarlijk. In 1968 werd hij na 400 jaar plotseling weer actief. De uitbarsting kostte het leven aan negentig dorpelingen. Voot zes euro kun je met een kabelbaan omhoog en de top van dichtbij bewonderen. Maar de meeste toeristen komen hier voor de nacht omdat je dan bij helder weer de oerkracht van de aarde kunt ervaren. Het levenselixer uit het binnenste van de aardbol, dat wij kennen als lava, seipelt dan via de flanken van de Arenal gloeiend en kokend naar buiten. Magnifiek!
6. Tokkelen door de jungle
Een kwart van Costa Rica bestaat uit jungle. Daar kun je op verschillende manieren van genieten. Je kunt je over de grond door het dichte woud laten gidsen. Of daar waar water stroomt met een boot. Je kunt ook een Canopy-tour maken. Hierbij scheer je net als de apen boven de boomtoppen. Op verschillende plekken in de jungle hebben onderzoekers een soort kabelbaan route aangelegd waarbij je over honderden meters van platform naar platform vliegt. Door de route ook voor toeristen open te stellen, financieren zij een deel van hun onderzoek. Je stapt in een lederen tuigje doet je benen omhoog en er kan niks misgaan. Zeggen de gidsen. De tocht duurt ongeveer driekwart uur en eenmaal begonnen kun je niet meer terug. Mocht op het tweede platform de angst toch in je benen schieten dan glij je samen met een gids verder.
5. Chocolade maken in Sarapiqui
Koffie en bananen zijn de belangrijkste exportprodukten van Costa Rica. Omdat de Tico's niet te afhankelijk willen zijn van de wispelturige markten voor deze produkten richtten zij hun vizier op de ontwikkeling van het (eco-) toerisme. Met succes, naast de natuurlijke rijkdom van het land is het hier als één van de weinige landen in de regio stabiel en rustig.
--> Chocomelk in de jungle
Costa Rica is niet vermaard om zijn cacoa-plantages, maar in Sarapiqui staat een bijzondere. Hier kun je op de plantage zelf chocolade maken. In jungle-achtig gebied groeien de enorme cacaovruchten aan honderden planten. Een rijpe vrucht sla je traditioneel kapot op een steen. Dan openbaart zich het witte vruchtvlees, dat smaakt als een sappig stukje fruit. Zodra je het vruchtvlees gaat opwarmen kruipt de geur van chocolade langzaam je reukorgaan binnen. Een beetje suiker, kaneel en warm water erbij: een puurder kopje chocolademelk zul je in je leven niet drinken.
4. Krokodillen voeren in de Tarcoles rivier
Costa Rica kent dertig Nationale Parken met een enorme diversiteit aan flora en fauna. Je kunt ze onmogelijk allemaal bezoeken, maar een tocht over de Tarcoles rivier door de unieke mangroven bossen mag zeker niet op je lijstje ontbreken. De Tarcoles is rijk gevuld met vis, dat vanuit de oceaan stroomopwaarts de rivier inzwemt. Voedsel voor roofdieren waaronder 2000 krokodillen die als boomstammen geduldig wachten langs de kant. Voor tien euro kun je mee met een boottocht over de Tarcoles.
--> Klappen van de kaken
De gids is in staat om de krokodillen heel dichtbij te laten komen. Hij slaat met wat vlees in het water en niet veel later komt één van de prehistorische monsters polshoogte nemen. Niet de kleinste. Als in een circusact kruipt hij naar de gids, die als een ware dompteur de krokodil omhoog laat reiken naar zijn maaltje. Hij zou de gids kunnen aanvallen, maar inmiddels hebben de twee zo'n relatie dat de krokodil misschien wel aanvoelt dat hij dan zijn wekelijkse maaltje kip kwijt is. Wie durft, mag de gids helpen, maar je mag het tafereel vanuit de boot aanschouwen. Ook dan klinkt het klappen van de kaken indrukwekkend.
3. Manuel Antonio National Park
Een ander 'National Park' dat je niet mag overslaan is Manuel Antonio NP, vlakbij het stadje Quepos. Het is het kleinste park van het land, maar in biodiversiteit vindt het weinig gelijken. Je bent hier continu tussen de dieren zowel op het land als in de Stille Oceaan. Het regenwoud loopt tot aan de grote witte stranden. Voor de kust liggen twaalf kleine eilandjes die onderdeel zijn van het park. Als je hier vroeg in de ochtend naar toe gaat, ben je op je eigen onbewoonde eiland. Dolfijnen in de lagoons kunnen het feest soms compleet maken. En tijdens de jaarlijkse trek komen kunnen ook walvissen worden geobserveerd.
2. Surfen in Puerto Viejo
De oostkust brengt je direct in Caraïbische sferen. Puerto Viejo wordt wel het reggeadorp van Costa Rica genoemd. Het leven kabbelt hier voort op het ritme van de relaxte muzieksoort. De mannen spelen domino in de schaduw. De jongeren tonen op de surfplan hun zongebruinde lijf aan de meisjes op het strand. Je kunt een privéles nemen en zelf in de branding gaan spartelen. Dat is vooral leuk voor de toeschouwers. Het avondleven speelt zich tot in de late uurtjes op straat af. Wil je goed eten ga dan Lydia's place. Voor vijf euro maakt ze de lekkerste visschotels klaar.
1. Tortuguero
In een land met zoveel natuurlijke rijkdom eindigen we uiteraard met een verhaal uit de natuur. Tortuguero is een dorp aan de rand van het nationaal park Tortuguero, 'schildpaddorp' in goed nederlands. De stranden van Tortuguero zijn namelijk de nestplekken voor een aantal soorten zeldzame zeeschildpadden. Het dorp kan slechts per boot door het oerwoud of met het vliegtuig worden bereikt, maar trekt desalniettemin vele toeristen om de zeeschildpadden te zien nestelen.
--> Honderd eieren
Dat gebeurt altijd 's nachts. Eén keer per jaar kruipt een zeeschildpad aan land om in het zand meer dan honderd eieren te leggen en te begraven. Als het laatste ei met zand is bedekt, gaat ze terug naar de zee. Ze kijkt niet meer om naar de eieren. Waarom ze er zoveel legt, wordt duidelijk als de eieren uitkomen. Slechts enkelen zullen uitgroeien tot volwassen zeelschildpadden. De tocht naar het water is voor de meesten te lang. Roofvogels slaan hun slag en ook in het water zijn de meeste schildpadjes nog niet veilig voor de roofvissen.