Vanaf Schiphol vlieg je in ruim acht uur rechtstreeks op Natal in het Noord-Oosten van Brazilië. In Natal neem je nog een klein vliegtuig dat je in een uur naar het paradijs brengt.
Geschiedenis
De eilandengroep werd rond 1500 ontdekt door een Spaanse avonturier en een portugese aristocraat, Fernando de Noronha, kreeg het strategisch gebied van Koning Dom Manuel als dank voor het hout dat hij vanuit Brazilië naar Europa bracht. De Noronha zelf zette nooit een stap op het eiland, dat al snel bezet werd door de Engelsen, daarna door de Fransen, daarna door de Nederlanders en in 1737 viel het definitief in handen van Portugal. In der loop der jaren is het eiland gebruikt als gevangenis, militaire basis (in de Tweede Wereldoorlog), weerstation, luchtmachtbasis en nu dus als toeristische bestemming vanwege het natuurschoon.
Slechts 400 toeristen tegelijk
Fernando de Noronha, met 1500 inwoners, ligt 350 kilometer ten oosten van Natal. Het is het belangrijkste eiland en met 17 km2 beslaat het 91% van het totale oppervlak van de archipel. Overige eilanden van enig belang zijn Rata, Sela Gineta, Cabeluda en São Jose, en de kleinere eilandjes Leão en Viúva. Met zijn kristalheldere water, een gemiddelde watertemperatuur van 24 °C en een rijke onderwaterwereld, is deze archipel de perfecte plaats om te duiken en snorkelen. Het is tegenwoordig een beschermd natuurgebied. Om de effecten van toerisme op dit unieke ecosysteem te beperken, mogen er maar ongeveer 400 toeristen tegelijk op deze archipel aanwezig zijn.
Alleen op het strand
Dat is goed voor de natuur, vooral dat, maar ook als toerist profiteer je want je kunt genieten van prachtige schone stranden, die bijna uitgestorven zijn. De stranden Caiera, Praia de Atalaia en Ponta das Caracas hebben een wat ruige branding. Het Cacimba do Padre strand is het enige zoetwaterstrand. Baia dos Golfinhos (Dolfijnen Baai) is verboden voor toeristen, toegang is wel mogelijk bij Mirante dos Golfinhos, een uitzichtpunt waar je elke ochtend honderden dolfijnen kan zien zwemmen.
Plaatselijk een bui (zeer plaatselijk)
Baia do Sancho is te bereiken met de boot of via een pad dat moeilijk begaanbaar is vanwege de dichte begroeiing. Eenmaal aangekomen bij Baia do Sancho kun je met een beetje geluk een meteorologisch fenomeen aanschouwen; zonder een wolkje in de hemel kan het hier mysterieus regenen op een stukje land van 10 meter breed.
Divers onderwaterleven
De wateren rond Fernando de Noronha worden gevoed door de warme zuid-Equatoriale stroom waarvan het heldere water een zichtbaarheid van gemiddeld 30 à 40 meter meebrengt. Dankzij de geografische ligging, ver weg van het vasteland, tref je een zeer divers onderwaterleven met schildpadden, tonijn, haaien, grote barracuda’s maar ook verschillende soorten schelpdieren, zeevruchten en koraal. De meest bijzondere bezienswaardigheid zijn misschien wel de Spinner Dolphins waarvan in dit gebied één van de grootste groepen ter wereld leeft! Die groep van honderden dolfijnen dankt zijn naam aan de acrobatische sprongen die ze boven het wateroppervlak maken en zijn het hele jaar door te zien.
Spinner Dolphins
Volgens schattingen leven er zo’n 700 tuimelaars in de Baia dos Golfinhos van het Braziliaanse eiland Fernando de Noronha, de grootste groep dolfijnen met een vaste verblijfplaats ter wereld! Iedere dag rond drie/vier uur’s middags trekken ze in grote aantallen de Atlantische Oceaan in, om te gaan jagen op voedsel, en rond zes uur ‘s morgens komen ze weer terug in de warme, veilige baai, om uit te rusten, te paren en vooral te spelen. Het is absoluut verboden om het spektakel van dichtbij te bekijken, zwemmend of vanaf een boot, en je moet naar het Mirante(uitkijkpunt), voor het beste zicht op het natuurlijke dolfinarium.
No, No, No...
Het eiland wordt ook wel het “Eiland van Nee” genoemd. Omdat er zoveel niet mag. De ruim 2000 inwoners moeten bijvoorbeeld goedkeuring vragen aan de IBAMA, het Braziliaanse Milieu-intstuut, voor de groenten die ze willen verbouwen en de materialen die ze willen gebruiken voor hun huis. Toeristen krijgen een hele waslijst verboden onder de neus: vissen en speervissen, planten en bloemen plukken, schelpen verzamelen, afval achterlaten, andere eilanden bezoeken (de archipel telt er 21), de mangroves in, dieren doden of voederen, voedsel in zee gooien en nog zo wat van die dingen.
Eieren zien uitkomen
Praia do Leão, (Leeuwenstrand, omdat een rots in zee met een beetje fantasie op een leeuwenkop lijkt), is een van de mooiste stranden: zacht, fijn, wit zand, ontzettend helder water en nauwelijks een mens te bekennen. Her en der staan stokken op het strand: daar moet je uit de buurt blijven, want er zit een schildpadnest onder. Van december tot mei leggen groene zeeschildpadden hier hun eieren en bij het infocentrum van Tamar kun je vragen of je mee mag de eieren zien uit komen. Tamar is een project ter bescherming van schildpadden en heeft 21 centra’s verdeeld over heel Brazilië.
Eén weg
Boven water is er ook een en het ander aan bijzondere beesten te vinden, waaronder 24 soorten zeevogels, en je kunt de mooiste wandelingen over het eiland maken. Er is één weg van een kleine zeven kilometer en verder zijn er zandpaden vol keien en kuilen. Ondoordringbaar. Slapen is hier geen straf. Het aanbod is logischerwijs beperkt. Toch kun je hier voor een zeer redelijke € 30 per nacht slapen in een van de familie pousadas. De luxere accomodatie kost € 250.
En je hoeft niet bang te zijn dat het eiland wordt overspoeld door toeristen. Hooguit moet je wat langer wachten om te kunnen afreizen.