Geef nooit opHij is inmiddels een bekend gezicht in de wachtruimte van Idols. ![]() Walkman Even terugblikken… Bij Idols 1 schreeuwde Martin zijn stembanden uit zijn strot toen hij met een walkman op zijn hoofd een lied van de rockband Van Halen probeerde te vertolken. Zijn excuus voor zijn rauwe stem was dat er verfdamp op zijn keel was geslagen. En ook bij Idols 2 stond hij voor de jury. Dit keer als een lopende reclamezuil met logo’s van diverse bedrijven op zijn kleding genaaid. Hij zong toen een Nederlandstalig liedje. Blijven proberen De walkman en het reclamepak heeft hij deze keer thuis gelaten. Dit jaar heeft Martin ervoor gekozen om auditie te doen als zichzelf. In een gewone spijkerbroek, een trui en met een petje op zijn hoofd. Met het nummer ‘Thunderstruck’ van ACDC hoopt hij voor de derde keer de eerste ronde door te komen. “Ik blijf het gewoon proberen”, zegt Martin. “Want je weet wat ze zeggen: driemaal is scheepsrecht. Ik wil leren hoe ik mijn stem het beste kan gebruiken. En ik hoop dat ik dat in de theaterronde mag doen.” Schade aan stembanden Martin vindt het jammer dat zijn eerdere pogingen op niets uitliepen. “Dat de jury zegt dat ik waarschijnlijk permanente schade aan mijn stembanden heb overgehouden aan het verven, dat vind ik onbegrijpelijk” zegt hij. “Als ik deze keer niet doorga, hebben ze gewoon drie keer een talent naar huis gestuurd. Ik weet dat ik kan zingen. Zet er een pianist bij of laat de band lopen en het komt goed. Maar het is zo verschrikkelijk moeilijk om te zingen zonder muziek.” 'Jongen van Idols' Zelfs nu nog wordt Martin herkend als ‘die jongen van Idols’. “Ik heb verschrikkelijk veel reacties gekregen. Mensen die uit het raam van de auto gaan hangen als ze me zien en dan roepen: “Dat heb je goed gedaan jongen!” Soms krijg je ook wel minder leuke reacties, van mensen die zeggen: “Dat zingen moet je maar aan professionals over laten”. Maar dat doet me niks.” Helaas denkt de jury er hetzelfde over. De eerste keer was leuk, de tweede gezocht en nu moet het ophouden, vinden zij. Of Martin het daar mee eens is… |