Niemand debuteerde ooit zo sterk in de Formule 1 als Lewis Hamilton, niemand maakte in zijn eerste jaar meteen kans op de wereldtitel. Maar het scheelde niet veel.
Ron Dennis
Soms kan een gebroken turbolader verstrekkende gevolgen hebben. Want als de Renault motor van Alain Prost tijdens de laatste Grand Prix van 1983 niet kapot zou zijn gegaan - en de Fransman dus wel wereldkampioen zou zijn geworden - dan had hij waarschijnlijk nooit ruzie met zijn teambaas Gérard Larousse gekregen en was hij nooit voor een habbekrats vertrokken naar McLaren, waar John Watson zijn toekomst op het spel had gezet door te veel geld te eisen voor een nieuw contract. En dus zou de kans groot geweest zijn - erg groot - dat Ron Dennis alsnog zou hebben gekozen voor de jonge Ayrton Senna, die dan in de beste auto van 1984 zou hebben gezeten. Maar het liep allemaal anders.
Fenomeen
Ayrton Senna is in de zomer van 1983 al een fenomeen. De op dat moment 22-jarige Braziliaan domineert met zijn Ralt RT3 van West Surrey Racing het Britse Formule 3 kampioenschap en levert op de baan, op dagen dat Martin Brundle in de buurt kan komen, angstaanjagende gevechten met de coureur van Eddie Jordan.
Karting
Wie heeft zitten opletten heeft Senna van verre zien aankomen - of Da Silva, zoals hij eigenlijk heet. Ayrton geldt als één van de snelste kartcoureurs ter wereld als hij in het voorjaar van 1981 bij de Van Diemen fabriek in Engeland arriveert om voor Ralph Firman in een Formule Ford 1600 te racen.
Achternaam

Hij is dan al getrouwd en schrijft zichzelf in onder de achternaam van zijn moeder: Senna, omdat Da Silva in Brazilië een te veel gehoorde naam is. Senna is dat eerste jaar sensationeel snel, wint meteen het Engelse kampioenschap. Toch gaat hij terug naar Brazilië, om te werken voor zijn steenrijke vader, die hem meteen weer naar Engeland stuurt als hij ziet dat zijn zoon maar één ding wil: autoracen.
Jordan
In 1982 is Senna dus terug, alleen, gescheiden, rijdend voor Rushen Green Racing in de Formule Ford 2000,. Niemand kan hem bijhouden. Jordan zet Senna in een Formule 3 auto en weet niet wat hij ziet. “Hij was zo verschrikkelijk snel…”
Frank Williams
De Formule 1 wereld vangt soms een glimp op van zijn kunnen, als hij in het voorprogramma van een Grand Prix met zijn gele Rushen Green Van Diemen de vloer aanveegt met alles en iedereen. In het vliegtuig van Londen naar Amsterdam, onderweg naar de Grote Prijs van Nederland op Zandvoort, zit Frank Williams toevallig naast Senna. Die zal de F1 teambaas vanaf dat moment regelmatig bellen, om te bedelen om een testrit.
Test
Amper een jaar later, op weg naar de Britse F3 titel, zwermen alle Formule 1 teams al om hem heen. Williams geeft hem eindelijk zijn eerste kans: op 19 juli mag Senna de FW08C van regerend kampioen Keke Rosberg testen. De cockpit is eigenlijk te klein, Keke’s stoel te krap, maar hij kent het circuit: “Alle races die ik hier reed heb ik gewonnen”, zegt Senna terwijl hij zich omkleedt in de vrachtwagen. Buiten loopt hij om de auto heen en fluistert in het Portugees: “Chegou o dia” – dit is de dag, het moment is aangebroken.
God

Frank Williams is er ook, wil er zijn, voelt dat dit wellicht geen gewone dag gaat worden. Hij is laat, omdat zijn Jaguar stilvalt op de snelweg vanuit Didcot naar de Midlands. In de pits, wachtend op het startsein, zegt Senna vanuit de cockpit tegen Reginaldo Leme, een verslaggever van het Braziliaanse TV Globo: “Ik geloof dat God me een geschenk heeft gegeven waar ik lang op heb gewacht. En hij helpt me om kalm te blijven.” Leme ziet dat zijn vriend “stilletjes in zijn helm zat te huilen. ‘Wat is er aan de hand?’, vroeg ik. ‘Maak je geen zorgen, ik was aan het bidden’, zei Ayrton.”
Versnellingen
Op de baan gaat hij als een gek tekeer, draait een snelste tijd van 1.00,05, is daarmee een waanzinnige 1,4 seconde sneller dan Jonathan Palmer, die hier kort geleden nog met dezelfde Williams heeft getest. Een monteur herinnert: “We haalden hem naar binnen en zeiden dat hij wel iets rustiger aan mocht doen, maar hij zei dat hij nog niet echt iets geprobeerd had...” Een ander weet nog “dat Senna me na de eerste snelle ronden vroeg hoewel versnellingen de auto eigenlijk had. ‘Zes’, zei ik. ‘Okay, ik heb er pas vijf gebruikt’, was het antwoord.”
Fout
Al na twintig ronden stapt Senna uit, hij heeft genoeg laten zien. Frank is verrast en een paar van zijn medewerkers dringen aan om de Braziliaan meteen te contracteren. Maar Williams ziet er vanaf, een fout die hij probeert te verklaren, maar nooit zal vergeten: “Het blijft een gok. Je kijkt naar alle feiten en neemt een beslissing. We namen nooit jonge, onervaren coureurs aan. En we hadden nu eenmaal onze coureurs al vastgelegd voor 1984.”
Zelvertrouwen

Meteen na de test, in de pits, toont Senna in een TV interview met Leme zijn zelfvertrouwen, zijn ijzersterke wil om het maximale uit zijn talent te halen. Hij wil de Formule 1 in, ja, maar wel op zijn voorwaarden; “Ik heb een aanbod van een goed team, een heel goed team. Maar het is geen redelijk aanbod”, vertelt hij. “Hebben we het dan over Brabham?”, vraagt Leme. “Als Bernie Ecclestone een beter bod doet wel ja”, zegt Senna. “Wat is er dan mis met die aanbieding?”, wil Leme weten. Er volgt een veelzeggend antwoord: “Het erkent niet mijn prestaties tot dusver en de mogelijkheden die ik heb in de Formule 1.” En dat zijn er veel:
McLaren nodigt hem uit voor een test op Silverstone, samen met zijn Formule 3 rivaal Brundle en Stefan Bellof, de jonge ster van Porsche, de kersverse motorleverancier van McLaren. Het trio rijdt in oktober echter met de MP4/1C voorzien van een Ford Cosworth motor.
McLaren
''Vaste coureur John Watson zet er ’s ochtends een rondetijd mee neer waar de drie nieuwkomers zich die dag aan mogen optrekken. Senna mag eerst, is meteen snel, maar blaast de Cosworth op. Ron Dennis is not amused, maar laat zich - nadat Brundle en Bellof met een nieuwe motor gelijkwaardige tijden noteren als Senna - toch door de Braziliaan ompraten: Senna mag nog een paar ronden rijden, waarover vooral Brundle zich erg opwindt. Ayrton duikt onder de tijd van Watson. Dennis weet genoeg, maar heeft behalve Watson ook Niki Lauda al aan boord en wil Senna paaien met een voorstel: McLaren zal een Formule 2 seizoen voor hem betalen en een F1 contract voor 1985 garanderen.
Ecclestone

Senna weigert en test even later de Brabham BT52 op Paul Ricard, omdat Herbie Blash, Ecclestone’s teammanager, op Silverstone stiekem langs de baan heeft gestaan en daar heeft gezien wat Senna in de McLaren voor elkaar kreeg. Ook met de Brabham is hij snel, maar Nelson Piquet protesteert, dult zijn landgenoot niet naast zich. Ecclestone kan weinig anders doen dan gehoor geven aan de eis van zijn wereldkampioen en daarom besturen Teo en Corrado Fabi in 1984 de tweede Brabham, “omdat onze Italiaanse sponsor niets zag in twee Brazilianen”, luidt Ecclestone leugentje om bestwil. En zo glipt Senna als een vette vis door de handen van drie van de meest succesvolle teambazen van dat moment.
Toleman
Uiteindelijk tekent hij voor Toleman, een klein, op papier kansloos team. De Grand Prix van Brazilië, de eerste race van 1984, wordt gewonnen door Alain Prost, die dus onverwacht door Renault is ontslagen, waarop McLaren hem voor weinig geld heeft oppikt en Watson’s contract heeft verscheurd. Senna start in eigen land als 22e en valt al na acht ronden uit met een kapotte motor. Een resultaat dat Dennis, Williams en Ecclestone ongetwijfeld het gevoel geeft dat ze de juiste beslissing hebben gemaakt.
Contract
In Rio duidt niets erop dat Senna, als hij in Prost’s auto zou hebben gezeten, misschien wel zijn allereerste Grand Prix had kunnen winnen. Twee maanden later, na Monaco, waar Senna de leidende Prost in de regen degradeert tot figurant, weet iedereen wel beter. Het komt Dennis en Frank duur te staan. Letterlijk. Als Senna jaren later alsnog met McLaren en vervolgens Williams een contract tekent, zetten ze hun handtekening onder een duizelingwekkend aantal nullen.