Van 5,25% naar 1%
Op 18 september 2007 ging de Amerikaanse rente voor het eerst in vier jaar omlaag. De Fed haalde een half procentpunt van het tarief van 5,25% af, dat daarmee uitkwam op 4,75 procent. De ingreep was het eerste signaal dat de Fed zich zorgen maakte over de Amerikaanse economie, die mogelijk geraakt zou worden door de problemen op de hypotheekmarkt. Door geld lenen goedkoper te maken, hoopte de Fed de kredietmarkten draaiende te houden en de economische groei te stimuleren.
Lager
Anderhalve maand later zag de Fed zich genoodzaakt het rentetarief met een kwart procentpunt te verlagen naar 4,5 procent. De centrale banken lieten daarbij weten in het vierde kwartaal van 2007 een lagere groei te verwachten. Op 11 december volgde een verdere renteverlaging met 25 basispunten. Het rentetarief kwam toen uit op 4,25 procent.
Forse stap januari
T Een forse en onverwachte ingreep kwam op 22 januari 2008. Het rentetarief ging met 0,75 procentpunt omlaag naar 3,5 procent. De laatste keer dat de Fed een dergelijke noodmaatregel toepaste was in 2001, na de aanslagen van 11 september. Het besluit volgde op forse koersvallen op de beurzen in New York en Europa.
Moeras?
Op 30 januari voerde de Fed een nieuwe renteverlaging door naar 3 procent. De geluiden dat de economie van de VS afglijdt naar een recessie of al in het moeras is terechtgekomen worden steeds sterker.
Pauze
Op 30 april werd de rente met 25 basispunten verlaagd tot 2 procent. Hierna laste de Fed een tijdelijke pauze in de renteverlagingen in.
Eerder deze maand
T Op 8 oktober volgde een verlaging van 50 basispunten tot 1,5 procent. Behalve de Federal Reserve, verlaagden ook de centrale banken van Europa, Groot-Brittannië, Canada, Zweden en Zwitserland hun rentetarieven in een gezamenlijke actie.
©RTLZ.nl
