Vrijdag diende een kort geding waarmee ABN Amro onder meer een zelfportret van Rembrandt per direct wilde opeisen, maar tijdens de zitting zag de bank daar voorlopig van af.
Onderhandelingen
In de nacht voorafgaande aan het kort geding sprak de bank nieuwe leenvoorwaarden af met belegger Reijtenbagh. Volgens een woordvoerder van ABN Amro heeft Reijtenbagh extra onderpand aan de bank beloofd, bovenop de beroemde schilderijen van Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw als Rembrandt en Gerrit Berckheyde.
Verkoop schilderij 'De Gouden Bocht'
ABN Amro leende Reijtenbagh 52 miljoen euro met de kunstcollectie als onderpand. De bank spande een kort geding aan toen bleek dat de belegger zijn kunstverzameling ook had ingezet als onderpand bij de Amerikaanse zakenbank JPMorgan Chase. Een van de schilderijen heeft Reijtenbagh een halfjaar geleden zelfs verkocht aan het Rijksmuseum in Amsterdam, zonder medeweten van beide banken. Dit betreft het topstuk De Gouden Bocht van de Herengracht (1671-1672) van Berckheyde. Het museum onderzoekt de zaak samen met het ministerie van OCW.
JP Morgan
Als verrassing kwam ook advocaat Marc van Zanten van JPMorgan Chase vrijdag tijdens de zitting opdagen. Hij zei na afloop dat JPMorgan Chase aanspraak blijft maken op de schilderijen, inclusief De Gouden Bocht en vooral de Rembrandt. Het is niet bekend waar Rembrandts zelfportret zich momenteel bevindt. Dit doek uit 1632 heeft een geschatte waarde van 7,5 miljoen euro.
Volgende week
ABN Amro eiste vrijdag in ieder geval het geleende geld (52 miljoen plus 8800 euro rente per dag) van Reijtenbagh terug. Daarover doet de rechter op 29 april uitspraak. Reijtenbagh verscheen niet op de zitting.
©RTLZ.nl
