
Wij hebben kennis genomen van het besluit van de rechter die het faillissement van DSB Bank NV heeft uitgesproken.
Het is een buitengewoon moeilijke week geweest voor alle betrokken partijen. Sinds het aanvragen van de noodregeling vorige week maandag en de uitspraak van de rechter zijn verschillende opties ter tafel gekomen die door diverse partijen bekeken en besproken zijn. Al het mogelijke is gedaan om een oplossing voor de ontstane situatie te vinden. Afgelopen weekend heeft de minister van Financiën zich nog laten informeren over de laatste voorstellen (‘Plan B’) van het bestuur van DSB. De conclusie is dat er geen sprake was van een levensvatbaar en haalbaar voorstel. Het laatste voorstel gaf ook geen aanleiding om terug te komen op het eerder ingenomen standpunt van het ministerie om geen financiële steun aan DSB te verlenen. De Nederlandsche Bank (DNB) en het ministerie van Financiën hebben gisterenavond de bewindvoerders geïnformeerd.
Uitgangspunt voor de Staat was, dat er uitzicht moet zijn op de opbouw van een structureel levensvatbaar bedrijf. De voorstellen die DSB zondag heeft toegelicht waren op dat punt niet overtuigend. In het plan is ten aanzien van de solvabiliteit een aanname gedaan dat er een kapitaalinjectie nodig was van 200 miljoen Euro. De helft daarvan moest worden opgebracht door de Nederlandse overheid. Ten aanzien van de liquiditeit veronderstelde het plan dat er geen uitstroom van spaarders zou plaatsvinden op het moment dat de noodregeling zou worden opgeheven. DSB rekende bovendien op meer dan herstel van de spaartegoeden. Vanwege de veronderstelling in plan B, dat er geen geld uitstroomt en DSB over voldoende liquiditeit zou beschikken, was een ander onderdeel van het plan dat DNB zogenoemde ‘haircut van 800 miljoen Euro’ terug zou draaien.
Deze aannames van DSB zijn voor het ministerie van Financiën en DNB onvoldoende realistisch. Door de situatie waarin de bank verkeert is het niet aannemelijk te veronderstellen dat de liquiditeit en solvabiliteit zich op korte termijn zoveel kunnen herstellen dat een levensvatbaar alternatief ontstaat dat het vertrouwen zou kunnen hebben van spaarders en financiers. Er is op verschillende manieren gezocht naar een oplossing voor DSB maar in alle varianten waren de risico´s voor de belastingbetaler onaanvaardbaar groot.
De problemen van DSB zijn niet veroorzaakt door de kredietcrisis. De bank is zelf in de problemen gekomen door de bedrijfsvoering, onrust bij klanten, onduidelijke communicatie en de onzekerheid die daardoor is ontstaan.
De bewindvoerders die door DNB zijn aangesteld zullen de activiteiten van DSB nu afbouwen, rekening houdend met de belangen van klanten en schuldeisers. Voor spaarders treedt het depositogarantiestelsel in werking.