Betekenisvolle stap
De verhoging van de pensioenleeftijd zou volgens het CPB in principe de gewenste 4 miljard euro opleveren. Maar in een gepubliceerde doorrekening van het Planbureau zijn de rekenmeesters kritisch over het plan om in 2020 te beginnen met het verhogen van de AOW-leeftijd van 65 naar 66 en in 2025 naar 67 jaar. "Een betekenisvolle eerste stap" zou uiterlijk in 2015 gezet moeten worden om te voorkomen dat een nieuw kabinet de plannen later nog ongedaan kan maken.
Negatief effect
Verder werken minister Donner en staatssecretaris Klijnsma nog aan maatregelen om mensen die vroeg begonnen zijn met werken en zware beroepen hebben, te ontzien. Volgens het CPB is het "waarschijnlijk" dat dit een "negatief effect" heeft op de gewenste besparingen.
Lagere inkomens
De verhoging van de AOW-leeftijd zal volgens het CPB vooral lagere inkomens treffen. Ten opzichte van hogere inkomens maakt het staatspensioen bij mensen met een lager salaris een groter deel uit van hun oudedagsvoorziening.
Inkomensvooruitgang
De effecten zijn wel sterk afhankelijk van de vraag of mensen blijven werken op hun 65e en 66e jaar of met vervroegd pensioen gaan. Als werknemers door het wegvallen van de AOW in deze jaren een beroep moeten doen op de WW of arbeidsongeschiktheidsuitkering kan er ook sprake zijn van een inkomensvooruitgang ten opzichte van de huidige situatie.
Aanvullend pensioen
De aanpassing van het belastingvriendelijk regime voor het sparen van aanvullend pensioen aan de hogere AOW-leeftijd zal daarentegen vooral de hogere inkomens treffen. Ten opzichte van lagere inkomens sparen mensen met een hoger loon meer aanvullend pensioen naast hun AOW.
Hoge inkomens
Ook wijst het CPB erop dat vooral hogere inkomens worden getroffen door de maatregel die al is genomen om mensen met een redelijk aanvullend pensioen die in 2011 of later 65 jaar worden, extra belasting te laten betalen.
©RTLZ.nl
