DNB waarschuwt voor het feit dat de mogelijkheid van kredietrantsoenering door de Nederlandse banken aanwezig blijft voor de komende jaren. "Het gebrek aan krediet kan een beperkende factor worden voor verder economisch herstel."
DNB: fragiele economische groei in 2010 en 2011
Uit het rapport van DNB van vandaag:
:
De banken die zwaar zijn geraakt in de crisis, zullen hun balansen willen saneren. Dit is een traag proces, ook omdat bedrijven op basis van eerder afgesloten kredietlijnen nog toegang hebben tot bankfinanciering. Mocht op termijn de beschikbaarheid van krediet worden beperkt, zodat zelfs bedrijven met goede vooruitzichten geen nieuw krediet meer kunnen krijgen, zelfs tegen minder gunstige voorwaarden, dan kan men van kredietrantsoenering spreken.
Rantsoenering
De mogelijkheid van rantsoenering blijft aanwezig, zaker voorbij de huidige ramingsperiode tot 2011. Juist als vanaf de tweede helft van 2011 de economie weer wat steviger op haar benen komt te staan en gezinnen en bedrijven meer willen gaan besteden, zal de kredietvraag aantrekken. Bij een onvolledige herstructurering van de balansen zouden banken echter op dat moment wellicht nog niet in de positie kunnen zijn om volledig aan de hernieuwde vraag te voldoen.
Gebrek aan krediet
Indien overheden bovendien na 2011 er onvoldoende in slagen de begrotingstekorten terug te dringen, zou het vraagoverschot in de kredietmarkt nog groter kunnen worden. In dat geval zou het gebrek aan krediet een beperkende factor kunnen worden voor verder breed gedragen economisch herstel.
Lees hier het hele rapport (9 pagina's pdf):
Economische ontwikkelingen en vooruitzichten voor NederlandHet betreffende hoofdstuk: Dalende kredietverlening aan bedrijven niet uit te sluiten
Na enkele jaren van sterke groei is de zakelijke kredietgroei
sinds medio 2008 sterk afgenomen. De jaar-op-jaargroei, tot voor kort nog in de
dubbele cijfers, stevent af op de nullijn. Voor de kredietverlening
aan huishoudens is de omslag minder
groot geweest, maar zijn de gevolgen van de economische
crisis eveneens zichtbaar. Grafiek 7 toont hoe de
groei van de bancaire woninghypotheken inmiddels op
het laagste niveau sinds begin jaren negentig ligt.
De kanteling in de groei van krediet komt voor een
belangrijk deel voort uit het feit dat het aantal woningtransacties
is gedaald en er minder bedrijfsinvesteringen
hoeven te worden gefinancierd. Daardoor loopt de
kredietvraag snel terug. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de
Bank Lending Survey (bls), een enquête waarin banken onder meer wordt gevraagd naar de waargenomen en
de verwachte kredietvraag van bedrijven en van huishoudens.
Sinds het begin van 2009 ziet in alle categorieën
de meerderheid van de banken een afname
van de vraag over het laatste kwartaal. Naast dergelijke
enquête-uitkomsten kan ook op basis van modelmatige
analyses het belang van de vraagzijde van de markt voor
de daling van de kredietgroei worden vastgesteld. Zo
blijkt de ontwikkeling van de zakelijke kredietverlening
samen te hangen met het bbp en de bedrijfsinvesteringen.
Verder spelen kostenfactoren, zoals rentestanden,
en de toegang tot andere financieringsvormen, zoals
ingehouden winsten, een belangrijke rol. Op basis van
deze verbanden kan ook vooruitgekeken worden, hoewel
dit uiteraard met de nodige onzekerheid omgeven
is.
Gegeven de dnb-raming voor de Nederlandse economie
in 2009-2011 is puur op basis van bovenstaande
vraagfactoren niet uit te sluiten dat de zakelijke kredietverlening
gedurende enige tijd zal dalen. Dit hangt sterk
samen met de laagconjunctuur. De bezettingsgraad
blijft naar verwachting de komende jaren laag, zodat
bedrijven nog weinig prikkels hebben om uitbreidingsinvesteringen
te doen. Het is daarom mogelijk dat de
groei van de kredietverlening achter gaat lopen bij die
van het bbp. Een dergelijke vertraging tussen het economische
herstel en een opleving van de kredietverlening
is ook historisch gezien niet ongebruikelijk. Naast de
lage investeringen kan ook een verbetering van bedrijfswinsten
dempend op de kredietgroei werken, omdat
bedrijven dan meer intern kunnen financieren. Over
de raminghorizon wordt een herstel van deze winsten
voorzien, mede omdat bedrijven de arbeidskosten terug
brengen.
Naast de vraagzijde is het ook mogelijk dat de aanbodzijde
van de kredietmarkt een rol zal spelen bij de
ontwikkeling van de kredietverlening. Zo blijkt uit de
bls dat banken hun voorwaarden hebben aangescherpt,
door een hogere rente te vragen of door meer onderpand
te eisen bij een lening. Voor kredietverlening aan bedrijven
begon de verscherping eind 2007, terwijl de criteria
voor huishoudens in de loop van 2008 aangescherpt
zijn. De verscherping vond op brede schaal plaats. Zo
gaven in het eerste kwartaal van 2009 alle ondervraagde
banken aan hun criteria voor kredietverlening aan het
bedrijfsleven verscherpt te hebben. Sindsdien is het
netto percentage verscherpingen overigens wel weer
aan het afnemen.
Dat banken hun voorwaarden aanscherpen hoeft
niet te betekenen dat zij de kredietkraan dichtdraaien.
Ten gevolge van de crisis is de kredietwaardigheid van
diverse bedrijven en huishoudens in het gedrang gekomen.
Zo is het aantal faillissementen van bedrijven
gestegen, terwijl huizen – het onderpand voor hypotheken
– aan waarde hebben verloren. De raming voorziet
voorts nog een verdere stijging van dewerkloosheid,
waardoor de betrokken huishoudens een financiële
terugslag te verwerken krijgen. Vanuit deze overwegingen
is het niet onlogisch dat banken hun leenvoorwaarden
hebben aangescherpt. Maar naast deze ‘normale’,
conjunctuur-gedreven aanscherping kunnen ook de
bijzondere omstandigheden in de financiële sector een
rol gaan spelen. Banken die zwaar geraakt zijn in de
crisis, zullen hun balansen willen saneren. Dit is een
traag proces, ook omdat bedrijven op basis van eerder
afgesloten kredietlijnen nog toegang hebben tot bankfinanciering.
Mocht op termijn de beschikbaarheid
van krediet worden beperkt, zodat zelfs bedrijven met
goede vooruitzichten geen nieuw krediet meer kunnen
verkrijgen, zelfs tegen minder gunstige voorwaarden,
dan kan men van kredietrantsoenering spreken.
Tegelijkertijd blijft het van belang om te beseffen
dat een eventueel lager volume van de kredietverlening
niet automatisch duidt op rantsoenering. Immers, wat
betreft de zakelijke kredietverlening indiceren diverse
conjuncturele factoren al dat een daling de komende
twee jaren niet valt uit te sluiten. Wel blijft de mogelijkheid
van rantsoenering aanwezig, zeker voorbij de
huidige ramingsperiode. Juist als vanaf de tweede helft
van 2011 de economie weer wat steviger op haar benen
komt te staan en gezinnen en bedrijven meer willen
gaan besteden, zal de kredietvraag aantrekken. Bij een
onvolledige herstructurering van de balansen zouden
banken echter op dat moment wellicht nog niet in de
positie kunnen zijn om volledig aan de hernieuwde
vraag te voldoen. Indien overheden bovendien na 2011
er onvoldoende in slagen de begrotingstekorten terug
te dringen, zou het vraagoverschot in de kredietmarkt
nog groter kunnen worden. In dat geval zou het gebrek
aan krediet een beperkende factor kunnen worden voor
verder breed gedragen economisch herstel.
©RTLZ.nl