"Er is victorie gekraaid over het verlagen van de variabele beloning, maar in ruil voor een hoger vast salaris", aldus het hoofd personeel van ABN Amro in de periode van 2006 tot 2008 - het jaar dat de bank werd overgenomen door Royal Bank of Scotland Group plc, Fortis nv en Banco Santander sa.
De PvdA-minister schreef vorige week dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer over de aanpassingen in het beloningsbeleid bij de bank, die op dit moment 100% eigendom is van de Nederlandse Staat. Volgens de minister betekende de vaststelling van het basissalaris op EUR600.000 per bestuurslid en de maximering van de bonus op 60% van het vaste salaris een daling van 65% ten opzichte van de beloningen uit het verleden.
Van der Meer Mohr wijst erop dat dit "een verdubbeling van de vaste salarissen" betekent. Daar op dit salaris ook de pensioenen zijn gebaseerd, zal dit volgens haar in de toekomst grote extra kosten met zich meebrengen.
In haar gesprek met de commissie die de oorzaken van de kredietcrisis onderzoekt, vertelt ze hoe in aanloop naar de overname de salarissen voor een aantal topfunctionarissen binnen de bank werden opgeschroefd. Er werden zogenaamde retentie-bonussen gegeven om te voorkomen dat belangrijk personeel zou overlopen naar andere partijen.
Na de overname werkte deze extra's ook door in vertrekregelingen die met de banken uit het consortium werden gesloten. Van der Meer Mohr noemt de vertrekregelingen "genereus" en zegt dat ze deze "achteraf hoog" vindt.
Te meer omdat de regelingen gebaseerd waren op "formules met bonussen uit het verleden" - waarin de retentie-bonussen dus versleuteld zaten. Van der Meer Mohr benadrukt dat zij zelf geen retentie-bonus of afkoopregeling heeft getroffen.
Voor zichzelf had ze al bij aantreden een jaarsalaris bedongen in geval van afvloeiing. Dat is meer dan de veel gehanteerde kantonrechtersformule bij afvloeiing. Die formule kent over het algemeen slechts een maandsalaris per gewerkt arbeidsjaar toe.
In haar relaas neemt de oud-ABN functionaris, thans voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam en commissaris bij ASML Holding nv, het evenwel op voor het beloningsbeleid in de periode voor de overname en de financiele crisis.
Over de beloning van bestuurders als oud-CEO Rijkman Groenink was de raad van commissarissen volgens haar goed geinformeerd. Over de laag daaronder met vooral zakenbankiers en handelaren was de raad minder op de hoogte, al werden hier vaak nog hogere bonussen toegekend.
