Pensioenfondsen verder in de problemen
5 tot 7 procent
De impact op een gemiddeld pensioenfonds wordt in totaliteit geschat op een percentage tussen de vijf en zeven procent, in vergelijking met de AG Prognosetafel 2007. De grote fondsen hebben eind 2009 al een voorlopige voorziening genomen van een procent of 4 op basis van cijfers van het CBS. Deze fondsen moeten nu nog tussen de 1 en 3 procent extra afboeken op hun toch al lage dekkingsgraad. De gevolgen van de nieuwe berekeningen van het genootschap zullen overigens per fonds sterk verschillen. Dit hangt vooral af van de leeftijdsopbouw en opleidingsniveau van de verzekerden/deelnemers.We worden
Het eindniveau van de prognose komt voor nuljarigen in 2060 uit op een levensverwachting van 85,9 voor mannen en 87,6 voor vrouwen. Ter vergelijking met de vorige AG prognose (2007), die liep tot 2050, kwam de levensverwachting voor 0-jarigen toen uit op 82,5 voor mannen en 84,3 voor vrouwen. De nieuwe prognose geeft als resultaat voor het jaar 2050: 85,5 voor mannen en 87,3 voor vrouwen. Dit komt, voor zowel mannen als voor vrouwen, neer op een verschil van 3 jaar met de oude prognose. Hoog- of laag opgeleid De prognosetafel geldt voor de gehele Nederlandse populatie. De netto impact op de financiële instelling zal daarom per instelling sterk verschillen vanwege de kenmerken van de specifieke verzekerde populatie van de instelling. Hoogopgeleide mensen leven een jaar of 6 langer dan laagopgeleide mensen. Heeft een fonds veel hoogopgeleide deelnemers dan moeten er grotere voorzieningen worden aangehouden. Lees hier het hele rapport: Prognose tafel 2010-2060
Lees ook uit ons recente archief:
"We worden stokoud en straatarm"©RTLZ.nl
