Dat stelt DNB. De verslechterende economische omstandigheden zijn ook terug te zien in de financiële positie van pensioenfondsen. De fondsen lopen volgens DNB bijna allemaal achter op het herstelplan met een gemiddelde dekkingsgraad van 95.
De eerste 90 miljard euro is nodig om de dekkingsgraad op te trekken naar 105%. Door de lage rekenrente en de slechte rendementen op effecten hebben de fondsen momenteel maar liefst 90 miljard euro te kort in kas om aan de nominale verplichtingen te voldoen.
De fondsen kunnen ook nog lang geen inflatie vergoeden. Bij een inflatieverwachting van 2% de komende 15 jaar staat de reële dekkinsggraad nu slechts rond de 70%. De afgelopen 10 jaar hebben slechts weinig pensioenfondsen kunnen indexeren voor inflatie. Met de huidige problemen kunnen gepensioneerden de extra euro's voor gestegen kosten van het levensonderhoud de komende jaren ook wel vergeten.
Uit het rapport van DNB:
-
Resultaten pensioenfondsen
De verslechterende economische omstandigheden zijn ook terug te zien in de financiële positie van pensioenfondsen. Door de daling van de lange rente en slechte prestaties van hun effectenportefeuilles is de gemiddelde dekkingsgraad in september gedaald tot rond 95 procent.
Hiermee komt de sector als geheel onder de minimaal vereiste dekkingsgraad. Hoewel er grote verschillen bestaan tussen de individuele fondsen, betekent dit dat veel fondsen niet in staat zijn om aan de geraamde toekomstige verplichtingen te voldoen. Om de sector als geheel weer op de minimale vereiste dekkingsgraad te brengen, moet de positie van pensioenfondsen naar schatting met circa EUR 90 miljard verbeteren. Om de buffers van de sector duurzaam te herstellen en op de strengere vereiste dekkingsgraad uit te komen is naar schatting circa EUR 200 miljard nodig.
In een scenario waarin de groei terugvalt en de rente laag blijft, zal het voor pensioenfondsen bijzonder moeilijk zijn de dekkingsgraad autonoom op peil te brengen. De meeste fondsen herstellen nog van de crisis in 2008 en liggen inmiddels achter op hun herstelplannen Additionele herstelmaatregelen, zo nodig een voorwaardelijke korting van aanspraken en uitkeringen, lijken bij een aantal fondsen onvermijdelijk. De wet schrijft voor dat pensioenfondsen een kortingsvoornemen tijdig moeten aankondigen. Het is immers van belang dat pensioenfondsen begrijpelijk aan hun deelnemers uitleggen welk pensioenresultaat zij mogen verwachten en welke onzekerheid daarbij hoort.
Wanneer significante verbetering van de financiële positie vervolgens uitblijft, zal een jaar na de aankondiging een definitieve beslissing tot korting genomen moeten worden. Gezien de abrupte verslechtering van het marktsentiment heeft DNB net als vorig jaar besloten om pensioenfondsen de mogelijkheid te bieden in 2012 af te wijken van de eis dat de premie tijdens een dekkingstekort moet bijdragen aan herstel. Dit is nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke adempauze.
Fondsen krijgen gedurende 2012 de gelegenheid om te komen tot een sluitende financiële planning, zodat zij in de toekomst wel aan deze eis voldoen. Pensioenfondsen die dit jaar al gebruik hebben gemaakt van de adempauze en fondsen die in 2012 een korting moeten doorvoeren komen niet in aanmerking voor de regeling.
Het belang van buffers bij pensioenfondsen
Buffers om nieuwe verliezen op te vangen zijn bij de meeste fondsen nu niet of nauwelijks meer beschikbaar. Versterking van de buffers blijft van groot belang, voor de deelnemers van pensioenfondsen, maar ook voor de financiële stabiliteit. Een stelsel met significante buffers, met risicospreiding door de tijd en tussen generaties, vermindert de gevolgen van financiële cycli. Zonder een buffer moeten immers de premies regelmatig worden aangepast of op de pensioenuitkeringen worden gekort. Buffers hebben daarmee een stabiliserende werking op de inkomensontwikkeling en de economie als geheel. De buffers in het huidige stelsel hebben tijdens de kredietcrisis hun stabiliserende waarde bewezen. De grootste naoorlogse financiële crisis kon worden opgevangen terwijl tijdens de neergang de opgebouwde pensioenrechten nauwelijks hoefden te worden verlaagd. Als dat wel was gebeurd, was de recessie in Nederland waarschijnlijk nog dieper geweest.
Nieuw pensioencontract
Pensioenfondsen krijgen te maken met nieuwe afspraken die voortvloeien uit het pensioenakkoord. Ook onder het nieuwe akkoord blijft het belangrijk goede buffers te behouden. De egalisatiereserve, die het pensioenakkoord introduceert, dient daarom volgens DNB een bindend karakter te krijgen en voldoende ruim te zijn.
Bij het nieuwe pensioencontract wordt voortaan vooraf getoetst of de reële ambitie op termijn haalbaar is. Dit is een goed vertrekpunt. De haalbaarheidstoets is echter afhankelijk van aannames, bijvoorbeeld over toekomstige rendementen. Hierdoor ontstaat een prikkel om een zo hoog mogelijk rendement te veronderstellen. Om dit tegen te gaan is een stevig toezichtkader nodig, dat heldere normen stelt aan financiële opzet en communicatie van pensioenfondsen. Voor de toekomstbestendigheid is het voorts positief dat de pensioenleeftijd aan de levensverwachting wordt gekoppeld. Dit voorkomt dat het stelsel door vergrijzing te duur wordt.
De transitie van het huidige naar het nieuwe systeem is complex en vergt zorgvuldigheid bij de rechtenadministratie. Het is op dit moment niet duidelijk of collectief invaren van bestaande rechten mogelijk is. Bij de overgang moeten eigendomsrechten zorgvuldig worden behandeld, opdat dit niet tot onzekerheid en vertrouwensverlies bij deelnemers leidt.
