De banken uit opkomende landen hebben relatief weinig leningen uitstaan tegenover de hoeveelheid spaargeld, waardoor ze minder hard geraakt werden door de kredietcrisis en nog volop leningen kunnen verstrekken, stelt econome Neeltje van Horen van DNB in een column op de website van de bank.
Ook hebben ze minder risicovol belegd, en grote kapitaalbuffers. Dat maakt de overgang naar de strengere internationale kapitaalstandaard Basel III voor deze banken veel eenvoudiger dan voor Europese banken.
Banken in opkomende markten zijn dus op dit moment veel beter gepositioneerd om te investeren in het buitenland, dan hun sectorgenoten uit de rijke landen, die gebukt gaan onder de Europese schuldencrisis en strengere regelgeving.
Toch verwacht Van Horen niet dat de Amsterdamse Zuidas over enkele jaren volstaat met Chinese en Braziliaanse banken. Ze ziet banken in opkomende landen zich voorlopig vooral richten op de eigen regio, waar nog een enorme markt braak ligt en de groeiperspectieven veel rooskleuriger zijn. Tot nu toe hebben banken uit opkomende markten 70% van hun investeringen gedaan in landen uit de eigen regio.
In de top 25 van grootste banken naar marktwaarde gemeten staan inmiddels vier Chinese banken, drie Braziliaanse en e e n Russische bank. De Chinese bank ICBC, die begin vorig jaar haar eerste Nederlandse kantoor opende aan het Amsterdamse Museumplein, is de grootste bank ter wereld, naar marktwaarde gemeten.
Ook naar balanstotaal gemeten staan de vier Chinese banken in de mondiale top 20. Banken in opkomende markten zijn goed voor 30% van de winst van de wereldwijde banksector, en de helft van het kernkapitaal, volgens de database van DNB.
Door Archie van Riemsdijk; Dow Jones Nieuwsdienst
