JA zegt DNB, dan hebben we onnodig onrust veroorzaakt.
De wet
“Maar we kunnen niet anders”, aldus de pensioendeskundigen van DNB op een besloten bijeenkomst vorige week. “We voeren de wet uit.” De Tweede Kamer zou er wel voor kunnen zorgen dat de kortingen niet doorgaan, dan zouden ze met een tussenwet moeten komen. Een wet tussen de huidige pensioenwet en de nieuwe wet die vanaf 1 januari 2014 ingaat. De tussenwet zou dan moeten voorkomen dat er definitief wordt afgestempeld.
Dilemma kortingsbeslissing
Als de economie herstelt en we hebben gekort op de pensioenen, dan hebben we te maken met de volgende nadelen, aldus DNB:
-Korting weer ongedaan maken
-Gepensioneerden benadeeld
-Onnodig onrust veroorzaakt
Geen herstel en geen kortingen
Maar wat als de economie niet herstelt en de pensioenfondsen hebben geen kortingen doorgevoerd? Dan heeft DNB het ook niet goed gedaan. Een duivels dilemma dus voor de heren en dames aan het Frederiksplein.
De nadelen zijn dan:
-Alsnog rechten korten
-Onevenwichtige verdeling lasten (aantasting solidariteit)
-Kans op extra zware ingrepen
Juiste beslissing
DNB, minister Kamp en de Tweede Kamer zouden met het korten van de pensioenen nu ook precies wel eens het goede kunnen hebben gedaan. Volgt er geen herstel en hebben we wel gekort dan hebben we nu “de juiste beslissing genomen”, aldus DNB.
De omstreden berekening van de dekkingsgraad
Momenteel moeten de pensioenfondsen rekenen alsof ze de komende 15 - 20 jaar gemiddeld maar 2,5% rendement maken, wat historisch laag is. Dat volgt uit de pensioenwet, waarin staat dat de fondsen de verplichtingen moeten verrekenen met de risicovrije Swap-rente, en die rente staat op een historisch dieptepunt van 2,5%. Dat de fondsen al jaren gemiddeld 5,5% rendement maken en daar ook in de komende jaren op rekenen, dat telt niet. De risicovrij discontovoet telt. Dat de fondsen gezamenlijk rond de 875 miljard euro in kas hebben telt ook niet. Het gaat om de verhouding met de verplichtingen.
Aanpassen rekenrente
Als de fondsen zouden mogen rekenen met bijvoorbeeld 4% rendement per jaar, wat ze vroeger wel mochten, dan zouden alle grote fondsen een dekkingsgraad hebben van minimaal 105 en zou geen enkel fonds hoeven af te stempelen. Als de lange rente morgen naar 4,5% gaat, dan hoeft niet 1 fonds te korten.
Veel politieke partijen neigen naar een aanpassing van de rekenrente om de gevolgen voor de gepensioneerden te versoepelen.
DNB stelt nadrukkelijk dat ZIJ de spelregels rond de rekenrente niet kunnen aanpassen. Dat moet de Tweede Kamer doen.
Een voorbeeld: ABP staat voor een serie pensioenverlagingen
Het grootste pensioenfonds van Nederland, het ABP, staat door de lage rekenrente per saldo al jaren rond de 90 met de dekkingsgraad, terwijl 105 het minimum is voor een fonds. Eind 2013 moet het ABP echt op 105 staan, van DNB. Elk punt onder de 105 wordt daarna direct van het pensioen gehaald.
Het ABP stempelt in een scenario dat de dekkingsgraad niet herstelt dan op 1 april 2013 de nu aangekondigde 0,5% af van het pensioen af. Eind 2013 volgt dan een korting van het maximum van 7%. Begin 2014 volgt de rest: weer 4,5%.
De pensioenfondsen mogen overigens de pensioenen ook nog eens niet verhogen voor de inflatie als ze in onderdekking zijn. Gepensioneerden krijgen derhalve al jaren geen compensatie voor koopkrachtverlies. Dit verlies ligt nu rond de 7%. Bij elkaar loopt het koopkrachtverlies dan op tot maar liefst 20%.
