Wat er niet bijstond is hoeveel frietjes er gebakken moesten worden om aan voldoende brandstof te komen voor deze vlucht. Milieudefensie rekende het uit: 1 miljoen zakken patat, voor een enkeltje. Eerder vloog KLM zo al eens naar Parijs. Het kost elke passagier omgerekend dus acht jaar patat eten om niet voor de Ardennen al zonder brandstof te komen te zitten.
Frituurvet als duurzame grondstof is een farce. Het wordt nu allang nuttig aangewend bij de productie van bijvoorbeeld zeep. Het is dus niet ‘over’. Toch blijven luchtvaartmaatschappijen met dit soort sprookjes aankomen. Het geeft aan hoe groot de wanhoop in deze structureel onrendabele en traditioneel door overheden op been gehouden sector is. Alles is eraan gelegen om de privileges - geen accijns of brandstof en geen BTW op tickets - in stand te houden. Bizarder dan deze duurzame sprookjes is dat het pubiek erin trapt en milieuclubs ermee aan de haal gaan.
> > De KLM wil ook gaan vliegen op biokerosine, van de zogenaamde tweede generatie De doelstelling voor 2015 is dat 1 procent van de brandstof uit echt duurzame biomassa komt. Eén procent! Ook niet schaalbaar dus, binnen afzienbare tijd. Ter illustratie: de Amerikaanse luchtmacht betaalde in een recente demonstratievlucht liefst 185 euro voor elke liter duurzame biokerosine.
Het is zeer de vraag is of de productie ooit wél opgeschaald en betaalbaar kan zijn. Een van de bronnen van ‘goede’ biobrandstof is bijvoorbeeld biomassa van Jatropha-boompjes. De claim is dat beplanting van dit weinig water en -kunstmest vragend wondergewas in de marges van bestaande akkers plaatsvindt, en dus geen landbouwgrond en hulpmiddelen ‘afpakt’ van voedselproduktie. Van de aanvankelijk hoge verwachtingen van Jatropha heeft de praktijk helaas weinig heel gelaten. De productie valt tegen, en oogsten en verwerking kósten juist heel veel (fossiel opgewekte) energie. Bovendien missen die ‘marginale gronden’ vaak aansluiting op wegen of spoor, en is de plaats van verwerking tot bruikbare olie ver weg. Grootschalige winning met een redelijk energetisch rendement lijkt een illusie. Laat staan dat het economisch rendabel door KLM kan worden ingezet.
Ook al zóu het lukken de gehele productie van kerosine CO2-neutraal voor elkaar te krijgen, dan nog is toepassing in de luchtvaart niet goed voor het milieu. Verbranding van koolstof geschiedt op zeer grote hoogte, waar het broeikasverhogend effect vele malen groter is dan op de grond. Het klimaat zal met vliegen dus altijd verliezen, waar de brandstof ook vandaan komt.
De KLM heeft desondanks met het Wereldnatuurfonds een partnership gesloten. Op een gezamenlijke website staat het vreselijk misleidende zinnetje dat de luchtvaartindustrie ‘2-3 procent bijdraagt’ aan de totale CO2-uitstoot door de mens. Dat klinkt onschuldig. Maar door de verbranding op grote hoogte is de bijdrage in het echt wel 5 procent. En in Nederland zelf is het de bijdrage van de luchtvaart aan het door de mens veroorzaakte broeikaseffect zelfs meer dan 15 procent.
Wat bezielt natuurbeschermers dan om hun goede naam aan uit te lenen aan een partnership met een vervuiler als KLM? WNF probeert, vast met de beste bedoelingen, de vliegeniers de goede kant op te taxiën. Maar met de beste wil van de wereld is er van de luchtvaart weinig te verwachten.
Wat WNF wél bereikt is dat milieubewuste consumenten zich door deze partnership over de streep laten trekken om tóch maar die vlucht te boeken, in plaats van de trein te nemen of naar Texel op vakantie te gaan. Op tragische manier is het effect van deze goedbedoelde maar naïeve WNF-actie voor het milieu dus per saldo waarschijnlijk negatief. Des te meer bevreemdt de reactie van het WNF. ‘ WNF staat voor een 100 procent duurzame energievoorziening in 2050. Dat kán, maar alleen als we de snel groeiende luchtvaart erbij betrekken’.
©Hans de Geus, RTLZ

