Crisis
In 2008 had de crisis tot gevolg dat veel pensioenfondsen onder de dekkingsgraad van 100% zakten. Dit betekende dat zij op papier niet genoeg geld hadden om alle uitkeringen in de toekomst te kunnen betalen. Letterlijk “op papier” want het gaat bij de dekkingsgraad niet om een tekort aan cash om de pensioenuitkeringen van de komende jaren te betalen. Het gaat vooral om de lange termijn.
Herstelplan
De pensioenfondsen hebben een herstelplan opgesteld om uiterlijk in 2013 weer boven de 100% uit te komen. Nu de beurzen opnieuw zwaar in het rood staan ten opzichte van 2010 moeten er echter zwaardere maatregelen genomen worden om het herstelplan na te komen. Daarbij heeft het pensioenfonds de keuze tussen een hogere premie (voor zowel werkgever als actieve deelnemer) en/of het korten op de pensioenuitkeringen. Dit laatste geldt dan ook voor de gepensioneerden. Soms is het zelfs nodig om beide maatregelen te treffen.
Wie betaalt de rekening?
Met een hogere premie worden de huidige actieve deelnemers in het pensioenfonds het hardst getroffen. Zij betalen de rekening terwijl de gepensioneerden daarvan geen nadeel zouden ondervinden (zij betalen immers geen premie meer). Bij het korten op de pensioenuitkeringen worden alle groepen gelijk getroffen, want iedereen levert in. Maar deze maatregel treft in de praktijk de gepensioneerden het hardst, want die moeten nu van deze uitkering leven.
Oudere moet nu ook meebetalen!
In alle wetswijzigingen met betrekking tot pensioen worden de ouderen vaak ontzien door overgangsmaatregelen. Denk aan VUT en prepensioen: werknemers geboren voor 1950 mochten deze rechten gewoon houden. Voor de jongere groep kwamen deze rechten te vervallen of werden omgezet in iets anders. Moeten we nu de oudere ook ontzien? Een pensioenfonds is toch een instelling die gebaseerd is op solidariteit. En zou dus ook alle deelnemers evenveel moeten laten meebetalen aan noodzakelijke maatregelen. Korten op uitkeringen is dan het meest eerlijk. En deze korting kan wellicht later weer worden ingelopen.
Oudere heeft beter pensioen
Veel ouderen hebben in de opbouwfase van het pensioen nog geprofiteerd van eindloonregelingen, waar middelloonregelingen nu gemeengoed zijn. En, niet onbelangrijk, ouderen hebben tijdens de opbouw van het pensioen over het algemeen veel minder premie hoeven te betalen dan de huidige generatie actieve deelnemers. Het verschil in eigen bijdrage kan daarbij oplopen tot boven de 50%!
Als laatste is de pensioenleeftijd nog een belangrijke factor. Huidige deelnemers zullen later met pensioen kunnen dan de huidige gepensioneerden en dus langer premie moeten betalen.
Praktijk
In de praktijk betekent de keuze voor korten een verlaging van de pensioenuitkeringen en het pensioen in opbouw van maximaal 10%. Meer is niet haalbaar omdat de gepensioneerde vaak afhankelijk is van deze uitkering. Als dit niet genoeg oplevert, is verhogen van de premie voor de werkgever en deelnemers de volgende stap. Naar verwachting zal dit voor een aantal fondsen wel worden doorgevoerd.
Zuur
Natuurlijk is het zuur als de pensioenfondsen de pensioenen moeten verlagen. Zeker voor de gepensioneerden, omdat zij geen mogelijkheid hebben gehad om voor deze tegenvaller een buffer op te bouwen. Maar ook voor de huidige deelnemers, al bestaat bij hen nog de kans dat in de toekomst enig herstel kan optreden. In ieder geval hebben zij in mindere of meerder mate nog de mogelijkheid om zich er nu al op voor te bereiden.
Duidelijkheid over pensioen
In ieder geval wordt het in de komende jaren nog belangrijker om goed in de gaten te hebben welke consequenties alle maatregelen hebben voor uw eigen pensioenopbouw. Een duidelijk financieel inzicht is daarbij onontbeerlijk. Het is immers erg vervelend als de hoogte van uw pensioen tegenvalt, maar het is nog vervelender wanneer u daar pas achterkomt op uw pensioendatum. Een degelijk inzicht in uw persoonlijke financiële situatie is niet gratis, maar het kan uiteindelijk wel veel ergernis en verkeerde verwachtingen voorkomen.
Jeroen Hertog, pensioendeskundige en directeur Aecum (onderdeel Meeùs)
