Either way…
Vanaf het eerste scheurtje in het financiële stelsel in Europa eind 2008, waren de acties van overheden en centrale banken er op gericht om commerciële banken overeind te houden. Bankbuffers moesten worden aangevuld om het vertrouwen in deze instellingen terug te brengen. De bancaire en interbancaire geldmarkt moest weer tot leven worden gewekt, want dat was het smeermiddel voor onze economische groei. En dat gebeurde met geld en garanties van de belastingbetaler. In Nederland is dat avontuur goed afgelopen. Banken en verzekeraars betalen keurig terug, met rente (al is het onwaarschijnlijk dat de belastingbetaler het geld voor de redding van ABN AMRO in zijn geheel terug zal zien).
Staatsleningen
Met dezelfde uitgangspunten moet nu de markt voor staatsleningen worden gered. In 2009 werd die nog beschouwd als een onaantastbare, veilige vluchthaven. Weet u nog? Overheden kónden niet failliet gaan, tenminste niet in het normale, welvarende westen.
Dat liep anders. Inmiddels zijn de acties van overheden en centrale banken er opnieuw op gericht om deze markten draaiende te houden. En opnieuw wordt niet de vraag gesteld, of we dat eigenlijk wel moeten willen.
Het failliet van een euroland past niet in ons economisch zelfbeeld. Want dan is de veilige, vanzelfsprekende markt geen veilige, vanzelfsprekende markt meer, maar een mijnenveld. En wat dat doet met de Westerse mythe van eeuwige groei en een onbezorgde oudedag, laat zich raden.
Ook hier wordt de markt overeind gehouden met geld en garanties van belastingbetalers. Maar nu zijn de risico's voor die belastingbetalers een stuk groter en onbekender. En er zijn nog maar weinigen die geloven in een goede afloop waarbij al dat geld weer terugvloeit naar de gulle lener, laat staan met rente.
Rechtvaardig
Is dat eerlijk? Nee waarschijnlijk niet, maar die vraag lijkt even irrelevant. Rechtvaardigheid is wel zo’n beetje het eerste principe dat overboord moet wanneer je een crisis als deze goed wilt oplossen. Het gaat om effectiviteit.
Maar politici zijn er nooit goed in geweest om dat verhaal goed uit te leggen. Stoere taal bepaalde ook in ons land al gauw het politieke debat. En daarmee is een oplossing voor de huidige crisis uiteindelijk steeds moeilijker geworden.
Je kunt rustig stellen dat het grootste deel van het besmettingsgevaar van de Europese schuldencrisis is veroorzaakt door politici. En dan met name de politici die meenden dat er rechtvaardig moest worden opgetreden; dat degenen die het risico hadden genomen, ook mee moesten betalen.
Het probleem is naar de markt gebracht
Daarmee is het probleem naar de markt gebracht. Diezelfde markt die juist gered moest worden. En een markt heeft geen boodschap aan gevoelens van rechtvaardigheid, markten zijn calculerend en rationeel.
Als een bank wordt gedwongen om mee te betalen aan de problemen van de Grieken, dan zal die bank snel overwegen investeringen in landen waarbij mogelijk hetzelfde risico wordt gelopen van de hand doen. En dat gebeurde dan ook.
Kijk naar de balans van ING. De bankverzekeraar heeft in een paar maanden voor miljarden euro’s aan Italiaans en Spaans staatspapier verkocht. En ING heeft groot gelijk. Als je er vanuit gaat dat je mogelijk op je leningen in de nabije toekomst een nog onbekend bedrag moet afschrijven, dan kun je die stukken misschien beter meteen verkopen en een calculeerbaar verlies direct nemen.
En ING is natuurlijk niet de enige. Meer banken en verzekeraars doen dit. Het effect is wel dat de prijs voor leningen van potentiële probleemlanden als Italië en Spanje daalt en dat de rente oploopt. Daarmee komen financiële problemen voor die landen ineens een stuk dichterbij. Het is dan ook niet gek, dat slechts een paar weken na het akkoord van Deauville (waar Europa het eens werd over het principe van meebetalen aan Griekse noodsteun) ook Portugal en Ierland de hand op moesten houden.
De risico’s
Gelukkig leert Europa snel. Tegenwoordig springt de ECB in de markt om Spaans en Italiaans staatspapier op te kopen van banken als ING. Liquiditeit aan de markt verschaffen, heet dat.
Gevolg is wel dat hierdoor het risico op deze leningen verschuift van de banken naar de belastingbetaler. Want als het mis gaat, en de ECB opnieuw gefund moet worden, komt dat voor rekening van deelnemende landen. En dat zijn u en ik.
Het fantastische resultaat van de politieke wil om de private sector te laten meebetalen aan Griekse noodhulp, is dus dat er meer risico gedragen wordt door de schouders van de belastingbetaler, in plaats van minder.
Maar de truc van de banken om anderen met het risico op te zadelen werkt niet meer met de Griekse leningen. Europa wil dat banken hun leningen doorrollen en dus kunnen ze die niet verkopen. Daarmee blijft het risico waar het was, bij de banken.
Goed nieuws voor de belastingbetaler zou u denken. Helaas niet. Als het tot een Grieks faillissement komt, zullen banken een fors verlies moeten nemen. Markten gaan er van uit dat hierdoor banken in problemen kunnen komen. Een aantal Franse en Italiaanse banken heeft om die reden al een afwaardering te pakken. Dat betekent dat het voor die banken lastiger wordt om geld te lenen. En banken hebben nou eenmaal altijd geld nodig.
Bankencrisis
Een creditcrunch deed zich twee weken geleden al voor toen er een acuut tekort aan dollars dreigde. Europese financials konden niet meer lenen bij Amerikaanse geldmarktfondsen, omdat die de banken niet meer vertrouwden. En zo gaat het hele gebouw weer schuiven.
Iedereen weet inmiddels om welke banken het gaat. Die zijn dus besmet op de kapitaalmarkt, en dat kan er weer toe leiden dat overheden (belastingbetalers) straks weer mogen bijspringen om de instellingen overeind te houden met extra buffers of extra garanties om de markt maar draaiende te houden.
Bedenk wel: er zijn steeds minder overheden in Europa die zich die luxe kunnen permitteren. Falende banken kunnen een overheid financieel onderuit trekken, dat hebben we geleerd van de Ierse crisis. Of anders gezegd: wat denkt u dat er gebeurt met de Franse kredietwaardigheid als Société Générale, Crédit Agricole en BNP Paribas moeten worden gered?
Stabiliteit
De G20 heeft afgesproken de financiële stabiliteit te zullen handhaven, lees: de liquiditeit op financiële markten te zullen garanderen. Gelukkig maar. En wie denkt u dat daarvoor de rekening gaat betalen?
Die stabiliteit wordt dus al met al een dure grap voor de belastingbetaler, want hij zal opdraaien voor alle ‘moral hazard’ die banken en centrale banken op hun balans hebben geparkeerd. Rechtvaardig? Nee natuurlijk niet. Noodzakelijk? Dat is een kwestie van opinie, dus die afweging moet u zelf maar maken.
Maar het idee dat we met deze grote verschuiving van risico's markten in stand houden die ons welvaart en groei brengen en dat we daarmee onze economie en onze mythe van eeuwige groei redden, is een sprookje. Of op zijn minst een aanname, geen feit.
Either way, you are going to pay!
© Roland Koopman @ rtlz.nl

