Als je vroeger de persvoorlichters belde van de Nederlandsche Bank, dan nam één van hen op met: persvoorlichting, de NederlansGe Bank. Vanwege die ‘sch’ in Nederlandsche. Die ‘sch’ was veelzeggend. DNB was als toezichthouder op de financiële sector boven de Nederlandse banken verheven en gedroeg zich daar ook naar.
Verantwoording afleggen was er niet of nauwelijks bij. Wat binnen de muren van De NederlandsGe Bank gebeurde, bleef daar ook. Wie vragen had over het functioneren van DNB, of haar directieleden, werd beleefd de deur gewezen. En wie aanhield kreeg te maken met de juristen van de bank.
Die Wet openbaarheid van bestuur was prima. Maar niet van toepassing op De NederlandsGe Bank, zo voerde de bank in menige procedure aan.
Sinds een jaar is dat anders. Waar RTL Nieuws twee jaar moest vechten om een deel van de directiedeclaraties, maakte DNB onlangs zelf alle declaraties openbaar, zij het met een vertraging van zes maanden.
Uit de openbaarmaking blijkt dat De NederlandsGe Bank een Nederlandse bank is geworden. Nog wel de toezichthouder, maar niet langer boven alles en iedereen verheven. En dus bereid tot het afleggen van verantwoording.
Maar op de declaraties zelf is nog wel het één en ander aan te merken. Want die zijn nog altijd weinig volks. Zo vliegt ook de huidige directie binnen Europa standaard businessclass, iets dat geen gewone bankier nog in zijn hoofd haalt.
De directieleden maken daarbij – standaard, zo lijkt het – gebruik van de VIP-ruimte op Schiphol. Dat kost de centrale bank per bezoek 220 euro per persoon. Directieleden van DNB kunnen daarnaast de fooien die zij geven declareren. In Nederland genieten zelfs ministers en staatssecretarissen dit voorrecht niet.
Door de publicatie van de declaraties is De Nederlandsche Bank dan misschien volkser geworden. In het declaratiegedrag zelf zie je dit nog niet helemaal terug.

