Debat
Vanavond kunt u kijken naar het debat over de economie. Naast Geert Wilders, Job Cohen, Jan Peter Balkenende en Mark Rutte staan ook Alexander Pechtold en Femke Halsema in de arena. Dit keer kunnen de lijsttrekkers er niet meer omheen draaien: de economie staat centraal. De door hen voorgestelde maatregelen zijn op effecten beoordeeld in het rapport Keuzes in Kaart van het Centraal Planbureau (CPB).
Wie komt in het kabinet?
De kiezer moet kritisch luisteren en kan de lijsttrekkers met dit rapport beoordelen op hun uitspraken. Helaas blijft het hoe dan ook lastig om in te schatten welke partijen straks zitting zullen nemen in het nieuwe kabinet en wie de volgende premier wordt
Geen premierverkiezing
Op 9 juni kiest u namelijk de samenstelling van de Tweede Kamer. De staatsrechtelijke hervorming die het mogelijk moet maken om rechtstreeks de premier te kiezen, als het ooit zo ver komt in Nederland, laat in ieder geval twee rondes op zich wachten. Het vergt immers een grondwetswijziging om dit mogelijk te maken die tweemaal de Tweede Kamer dient te passeren. Het is dus onzin om te doen alsof lijsttrekkers ‘kandidaat premiers’ zijn want net als Wouter Bos kan men op de valreep besluiten om toch plotsklaps af te haken om heel persoonlijke redenen. De stembusuitslag verplicht hen tot niets.
Het CPB zegt nee
Tijdens de presentatie van het rapport Keuzes in Kaart op 20 mei door CPB directeur prof. dr. Coen Teulings had hij geen antwoord op de vraag of ‘het CPB het effect heeft berekend van de verschillende coalities tussen de politieke partijen?’ Het CPB suggereert dat wij geen inzicht kunnen krijgen in de mogelijke samenstelling van het volgend kabinet op basis van hun rapport. Echter, dit is niet juist, want ik kan met dit CPB rapport wel degelijk een antwoord formuleren op deze vraag. In deze column laat ik zien welke partijen de meest optimale coalitie zijn als de economie de kern vormt van het debat.
Nogmaals het Samenvattend overzicht
In mijn laatste column De VVD wint de verkiezingen besprak ik al het profiel van de negen partijen ten opzichte van elkaar aan de hand van de hoofdlijnen en effecten van de negen door het CPB beoordeelde verkiezingsprogramma’s op basis van Tabel 2.1 uit hoofdstuk 2 (p. 19).
Klik op de tabel om deze te vergroten
Voor een samenvattend overzicht is deze eerste en mogelijk belangrijkste tabel uit het CPB rapport bepaald niet gemakkelijk te lezen. De maatregelen en hun effecten zijn moeilijk onderling vergelijkbaar omdat wordt gemeten met verschillende schalen: plussen en minnen, percentages, mensen, euro’s en tonnen CO2. Het
vergt een heel andere kijk op cijfers om hier wijs uit te worden.
Spectramap diagram
Het is wel mogelijk om in één Spectramap diagram het profiel van de maatregelen van politieke partijen en hun effecten in beeld te brengen met de meeste onderwerpen uit het samenvattend overzicht: 1. Houdbaarheid van de overheidsfinanciën 2. Werk, winst en koopkracht 3. Onderwijs, innovatie en wetenschap 4. Woningmarkt
Klik op het diagram om deze te vergroten
Met Spectramap ‘vergelijk ik appels met peren’ in een puntenwolk. Spectramap laat het contrast zien van de 9 politieke partijen ten opzichte van elkaar op basis van de relatieve verhouding tussen de door het CPB beoordeelde onderwerpen. We zien elke politieke partij op de kaart als een cirkeltje en elk onderwerp als een vierkantje. Deze staan in de kolommen en rijen van Tabel 2.1. De positie van elk onderwerp en partij volgt uit het onderling contrast.
Partijen in beeld
Staat een partij aan de rand van het Spectramap diagram dan is het contrast groot. Dit is, met de klok mee, het geval voor de PVV, de VVD, D66, GroenLinks en de SP. Staat een partij ongeveer in het midden dan is sprake van weinig contrast ten opzichte van de onderwerpen. Dit is het geval voor het CDA, de PvdA en de ChristenUnie. Deze positie is opvallend. Niet alleen is hun positie min of meer gelijk, gegeven de positionering middenin de beoordeelde effecten, maar er is voor hen daardoor ook geen sprake van een nadrukkelijk beleidsaccent. De SGP ligt tussen het centrum en de ‘buitenring’ en heeft met alle overige partijen een specifiek profiel op de kaart dat volgt uit het contrast van de beleidseffecten.
Onderwerpen
Bekijken we de positie van de door het CPB beoordeelde beleidseffecten dan valt het op dat deze veelal ver van het midden staan op het Spectramap diagram. Dit betekent dat geen enkel onderwerp in gelijke mate door alle partijen op dezelfde wijze wordt behandeld want anders stond zo’n vierkantje in het midden. De enige uitzondering is Innovatie/Wetenschap en Woningmarkt die wel dezelfde plek innemen op de kaart maar hierbij is sprake van een gelijksoortig contrast waarbij tussen partijen wel beleidsverschil is. Anders gezegd, de PVV scoort zeer laag op deze onderwerpen terwijl GroenLinks en D66 juist hoog scoren. De partijen die hebben gekozen voor een zwaartepunt in hun beleid hebben dat gedaan op een geheel eigen manier. GroenLinks, bijvoorbeeld, krijgt een heel eigen positie met haar beleid dat nadrukkelijk ook is gericht op de reductie van broeikasgassen. Wel is horizontaal gezien ruwweg een verdeling te maken tussen partijen met relatief groter positief beleidseffect—of juist omgekeerd—op het huishoudboekje van de burger (huur, zorg, koopkracht, koopwoningen) en die op de macro economie (EMU, bereikbaarheid, bedrijven, werkgelegenheid, houdbaarheid, onderwijs, innovatie en woningmarkt). Deze laatste categorie is hieronder ingekleurd met het blauwe vlak tussen de beleidseffecten op vrijwel de hele rechterhelft van de Spectramap.
Klik op het diagram om deze te vergroten
Coalitie in beeld
Onderwerpen nabij een politieke partij wegen relatief zwaarder voor die partij dan de onderwerpen die veraf staan op het diagram. Ik besprak al de PVV, GroenLinks en D66. Op deze wijze kunnen coalities worden vastgesteld op basis van de beleidseffecten. Bijvoorbeeld, in de Spectramap is een driehoek getrokken vanuit het middelpunt naar D66 en de VVD. Van alle mogelijke combinaties tussen partijen aan de ‘buitenring’ vormt deze de kleinste driehoek en dit impliceert dat sprake is van de grootste mate van associatie tussen beleidseffecten (zowel positief als negatief). Let hierbij ook op de SGP die in deze driehoek een positie inneemt.
Hemelsblauw
Als u zoekt naar de optimale coalitie op basis van de beleidseffecten dan valt er inderdaad wat te kiezen om te spreken met de woorden van CPB directeur prof. dr. Coen Teulings. Trek een denkbeeldige driehoek tussen de SP, GroenLinks en de PvdA als u kiest voor het huishoudboekje van de burger. Of tussen de PVV, het CDA en de VVD als het zwaartepunt middenin moet liggen tussen burger en economie. VVD, SGP en D66 zijn macro economisch gezien aantrekkelijk omdat deze partijen relatief gezien daar hetzelfde profiel hebben. Het door hen voorgestelde beleid op het gebied van overheidsfinanciën, de werkgelegenheid en de eigen welvaart geeft een gelijksoortig profiel. Dit brengt rust in een anderszins heel ongebruikelijke coalitie als het gaat om deze onderwerpen. De stembusuitslag zal het niet onmiddellijk mogelijk maken maar heeft het een kans als ook de ChristenUnie aanschuift? Alexander Pechtold in De Volkskrant van afgelopen zaterdag (p. 12) over sociaaleconomische thema’s: ‘Op dit terrein. Dat zie je altijd zo leuk in zo’n puntenwolk. Op de schaal van behoudend-hervormend, maatschappelijke thema’s rond individu en samenleving, zijn we opponenten, maar op het sociaaleconomisch vlak staan we misschien dichter bij elkaar dan velen denken.’ Inderdaad, de Spectramap analyse van de relatieve positie van de negen door het CPB beoordeelde partijen laat zien dat een volstrekt nieuwe coalitie tot de mogelijkheden behoort: hemelsblauw.
dr Eric Melse MBA Nyenrode Business Universiteit Program Director of the fulltime Master of Science in Management program
Wat vindt u van de column? Geef uw mening:
©RTLZ.nl

