Economische Verkenning 2011-2015
Het kabinet Rutte heeft haar beleidsvoornemens gepresenteerd en de rekenmeesters van het CPB zijn daarmee voortvarend aan de slag gegaan om hun Economische Verkenning 2011-2015 te actualiseren. Het CPB publiceerde deze week de forecast van de collectieve uitgaven uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Dit is gebruikelijk voor het CPB maar ik vertrouw percentages niet als fractie van het bbp wanneer wij moeten vergelijken in de tijd. Als u in de eerste tabel hieronder de laatste kolom voor 2015 vergelijkt met die voor 2010 dan lijkt het landsbestuur in financieel opzicht inderdaad in goede handen. De uitgaven voor Openbaar bestuur, bijvoorbeeld, nemen flink af met 2,2%, de rente loopt wat op met 0,6% evenals de uitgaven voor de Zorgverzekeringswet. De overige posten plussen of minnen een beetje. Kortom, deze tabel lijkt vooral voer voor economen en geen reden tot zorg voor ons allen. Helaas ligt het anders.
Gegevens als percentage bbp, Tabel 1.8 uit CPB 213 Actualisatie Economische Verkenning 2011-2015.
Gegevens in mld. euro’s, gebaseerd op Tabel 1.8 en Tabel B.3 uit CPB 213 Actualisatie Economische Verkenning 2011-2015. Het BBP in 1994, 2000, 2005 komt uit CPB MEV2011 Bijlage E1.
Harde cijfers graag
Het is even zoeken naar de harde cijfers achter de percentages maar het beeld dat ontstaat op basis van de bedragen in miljarden euro’s is ronduit onthutsend. In de tweede tabel hierboven zijn aan de hand van het bruto binnenlands product (bbp) de percentages teruggerekend naar de oorspronkelijke cijfers. Nu kunnen we aan de slag om het verschil en de verhouding te bestuderen aan de hand van de twee Foliomappen hieronder. Ik vergelijk de ‘periode Balkenende’ met de komende ‘periode Rutte’ door verticaal het verschil tussen 2010 en 2000 af te zetten tegen horizontaal het verschil tussen 2015 en 2010. Deze jaren zijn in de Foliomap weergegeven met vierkanten aan het uiteinde van elke as. De verschillende posten van de collectieve uitgaven zijn weergegeven in de Foliomap met cirkels. De cirkelgrootte drukt de omvang uit van elke post zodat u een visuele indruk heeft van het relatief onderling gewicht in de staatsbegroting. De horizontale en verticale as kruisen bij de waarde 0 (geen verschil nominaal). Alle posten in de hoek rechtsboven, zoals bijvoorbeeld Collectieve zorg, Sociale zekerheid en Zorgverzekeringswet, nemen toe aan het einde van beide periodes. Alle posten in de hoek linksboven, zoals Openbaar bestuur, nemen nominaal toe aan het einde van de periode Balkenende maar zullen de komende vijf jaar afnemen. Rente is de enige post die afnam tijdens de periode Balkenende terwijl het fors zal toenemen gedurende de komende vijf jaar. Ronduit zorgwekkend is de positie van de collectieve uitgaven als Bruto totaalbedrag: continu toename, zowel tijdens Balkenende als straks onder Rutte.
Zorguitgaven groeien tegen de klippen op
De volgende Foliomap hieronder toont dezelfde ontwikkelingen, maar nu weergegeven met groeicijfers berekend door kolommen op elkaar te delen, respectievelijk horizontaal 2015/2010 en verticaal 2010/2000. De horizontale en verticale as van de Foliomap kruisen bij de waarde 1 (geen groei). Voor alle collectieve uitgaven rechts van de verticale as is sprake van een toename in 2015 in vergelijking met 2010. Rente maakt de grootste sprong (37,3%). Het beeld verticaal van de groei gedurende de Balkenende jaren 2000-2010 is pregnant. Het blijkt dat afgezien van Veiligheid het uitsluitend zorg gerelateerde collectieve uitgaven zijn die een toename hebben van meer dan 50%. Het zijn dezelfde posten die door blijven groeien met 12% tot 18% onder Rutte tot aan 2015. Samen met uitgaven voor de Werkloosheidswet en de Bijstand (6,8%), Sociale zekerheid (3,4%) en de AOW/ANW (15,3%) is het daar waar het kabinet Rutte extra geld zal inpompen. Ook onder de tweede liberale premier ooit is onze overheid allereerst de hoeder van het Nederlandse verzorgingsparadijs.
Waarnaar is Nederland op weg?
Overigens is deze ontwikkeling het CPB ook niet ontgaan: ‘In de zorg houdt de aanzienlijke stijging van de werkgelegenheid van 2,75% per jaar aan. Hierdoor werken er aan het einde van de verkenningsperiode meer mensen in de zorg dan bij de overheid’ (CPB 213, p. 18). Nederland is duidelijk op weg naar een economie ingericht op het nog beter verzorgen van de almaar zieker en zwakker wordende bevolking, werklozen en het groeiend aantal gepensioneerden. Dat lijkt billijk en het is zo mogelijk onontkoombaar, maar dringt het nieuws door hoe omvangrijk en structureel de collectieve uitgaven de afgelopen jaren zijn verschoven en dat deze ontwikkeling kennelijk niet is te stuiten?
Waar is de rem?
Uit de CPB cijfers blijkt dat het kabinet Rutte structureel het beleid van Balkenende voortzet van de afgelopen 10 jaar. Het grote verschil tussen het Balkenende tijdperk en de ambities van het kabinet Rutte voor wat betreft de collectieve uitgaven bestaat uit de extreem toegenomen rentelasten. Deze worden voor een belangrijk deel gecompenseerd door een afname in de Overdrachten aan bedrijven. Daarmee heeft het Kabinet Rutte voor mij een sociaal gezicht gekregen waarmee “links Nederland” zich in de handen kan wrijven. Dit kabinet is niet liberaal. Het bedrijfsleven hoeft niet te rekenen op meer overheidsinvesteringen. Bij Infrastructuur (-5,1%), Defensie (-11%) en Veiligheid (-3.9%) wordt het allemaal fors minder. Dat bij Onderwijs nog een bescheiden plus wordt genoteerd is de enige maar schrale troost (2,9%). Het is te hopen dat de wereldeconomie binnenkort fors aantrekt zodat het bedrijfsleven de motor van de Nederlandse economie wel in een hogere versnelling kan zetten.
Dr Eric Melse MBA
Nyenrode Business Universiteit
Program Director of the fulltime Master of Science in Management program
Wat vindt u van de column? Geef uw mening:
©RTLZ.nl

