Timing goed
De kunst is om de timing hiervan (grotendeels) goed te hebben. Beleggers worden momenteel in meerdere opzichten geraakt. De economische – en waardedalingen in de afgelopen jaren hebben de privé belegger zowel getroffen in de waarde van zijn bezittingen als ook in de jaarlijkse opbrengst hiervan. Naast economische problemen als ontslagen en/of daling van dagelijks arbeidsinkomen leidt de lagere rentestand ook tot beduidend lagere opbrengsten uit belegd vermogen. Zij die inkomen hebben uit kapitaal hebben of pensioen weten hierover mee te praten. Hoe nu hiermee om te gaan?
Seizoenen
Het blijven bestaan van de economie met zijn beleggingsseizoenen geeft hier een oplossing. Zoals oudere beleggers nog weten hebben we in de afgelopen veertig jaar een drietal (misschien wel vier) economische terugslagen gehad. De eerste oliecrisis in 1973 leidde tot alarm alom en de breed gestelde vraag of de toentertijd bestaande economie wel kon blijven bestaan. Ruim vijf jaar later waren de koersen verdubbeld. In 1980-’82 sloegen torenhoge rente en inflatie hard toe en de zware (arbeidsintensieve)industrie begon grotendeels te verdwijnen uit Europa. Uit deze dramatische periode ontstond echter de sterkste stijging van de 20e eeuw met een jaarlijkse stijging van aandelenindices van 13% per jaar tot het jaar 2000. De ruim tienjarige periode daarna leidde tot verlies op de markten, deels gecompenseerd door het jaarlijkse dividend. We hebben allemaal de gebeurtenissen sinds ’08 voor ogen. Een aanvankelijk fors herstel flauwde af en grote macro economische (europese) zorgen versluieren momenteel het beeld. Het herstel uit deze periode kost tijd en na de problemen bij de bedrijven in ’08 hebben de overheden nu problemen mede door hun hulp aan de markten toentertijd. Na de problemen met energie( 1974) en die met arbeidskosten plus rente en inflatie (1982) dienen we nu de financieringvraagstukken op te lossen.
Kosten
Het genoteerde bedrijfsleven heeft zich hierop grotendeels ingesteld door de sterke liquiditeits- en balanspositie mede door relatief lagere voorraden en investeringen. De recent in Nederland gemelde maatregelen aan de kostenkant van bijvoorbeeld Philips en AkzoNobel geven al de vroegtijdige actie aan ter beheersing van de marges. Als we uitgaan van een Nederlands bedrijfsleven met een betere financiële positie dan in ’07, relatief bestendige winstontwikkeling en dividendrendement (ca. 4,1% voor AEX fondsen) dan is een waarderingsverschil van dertig procent me toen hoog en het bedrijfsleven gemiddeld goedkoop.
Dividend
De huidige beurswaardering, sterk beïnvloed door macro economische zorgen, wordt meer door psychologische invloeden bepaald dan door de lange termijn waardering. Uitgaand van de tijdelijk psychologische invloed is (voorzichtige) belangname in kwalitatief goede bedrijven aantrekkelijk. Het dividendrendement is hoger dan het (overheids-)obligatierendement, en dat geeft een bijzondere en tijdelijke positie aan. Het verkrijgen van (een deel van) het jaarlijkse inkomensrendement via het hogere dividend is al stap eén naar een verbetering en de kans op stijging van het vermogen sluit hier op aan. Met belegging wordt een risico genomen; maar hoeveel daarvan zit al in de koersen? In ieder geval nemen de lange termijn kansen toe. En welke dekkingsgraad hadden de Nederlandse pensioenfondsen gehad als zij in de afgelopen decennia geen aandelenbelangen hadden gekocht…beduidend lager dan nu.
Goedkoop
De tijd zal leren wat goedkoop is, maar voorzichtig kansen benutten is op zijn plaats. En nog enkele internationale bedrijven in dit kader : Koninklijke Shell, DSM, Imtech, Unilever.
©Tom Muller, beleggingsadviseur Theodor Gillissen


