Handhaven
En inderdaad: DNB en AFM – die een aanbeveling ex art. 1:49 WFT toepaste – traden handhavend op vanuit een WFT-kader. En wel in de zaak-Zalm waarin zij moesten oordelen. In dat licht is het aardig even terug te blikken naar de woorden van toenmalig minister Zalm.
Gesprekken
Minister Zalm: ‘Ik heb al gesproken over de zaak Veer Palthe Voûte. De heer Biermans heeft gevraagd, of het ontslag van Kempen & Co daarmee vergelijkbaar is. Om te beginnen is een beroepsverbod wat anders dan een straf. Een beroepsverbod is immers iets wat je vooraf stelt. In beide gevallen heeft de toezichthouder geoordeeld dat die bestuurders niet boven elke twijfel waren verheven, en daarmee niet in die functie kunnen worden gehandhaafd. Er zijn twee gerechtelijke uitspraken over de zaak Veer Palthe Voûte, terwijl over de zaak Kempen & Co geen rechtszaak loopt. Dan valt niet meer ex post te verifiëren of dat al dan niet terecht is geweest. Je zou kunnen afleiden – hoewel ik dat gevaarlijk vind jegens betrokkene – dat deze zich erbij heeft neergelegd, aangezien er geen rechtszaak is aangespannen. Maar dat kan alsnog gebeuren, waarna wij de uitspraak van de rechtbank moeten afwachten. Over eventuele aansprakelijkheid zal de civiele rechter een oordeel moeten geven. Een heel interessante casus!’
Beroepsverbod
De heer Biermans (VVD): ‘Ik heb gesproken over een materieel beroepsverbod als gevolg van het ontzetten uit de functie. ’’Materieel’’, omdat ik mij niet kan voorstellen dat een ontzette bestuursvoorzitter van een bank een dergelijke functie ooit nog zal kunnen gaan vervullen. Mijn fractie vindt dat dat ontzettend ver gaat. Daaraan kun je de vraag koppelen of het nu werkelijk een taak van de AFM en DNB is om op die manier in individuele gevallen in te grijpen.’
Toezicht
Minister Zalm: ‘Ik denk van wel. Het is een onderdeel van het toezicht om niet in abstracto, waar wij juist voor zijn, maar in concreto in te grijpen in zaken die als een misstand of als onjuist gedrag worden gezien en belangrijk genoeg zijn om iemand uit zijn functie te zetten. Ik laat even in het midden of men het in de twee individuele gevallen juist heeft gezien. Dat laat ik aan de rechter, maar ik ben er wel degelijk van overtuigd dat die mogelijkheid er is. Overigens is het niet juist dat je helemaal geen kansen meer hebt als je een keer ontslagen bent. De heer Docters van Leeuwen is een prachtig voorbeeld van iemand die ontslagen is en daarna nog een prachtige kans heeft gekregen, als officier bij de AFM.’
Docters
De heer Biermans (VVD): ‘Ik denk dat die vergelijking niet helemaal juist is. De heer Docters van Leeuwen is ontslagen bij de een, maar hij is nu directeur van een andere organisatie. Ik heb gezegd dat de AFM in dezen optreedt als regelbedenker, als controleur en als rechter. De straf is feitelijk uitgesproken. Dat kun je niet meer terugdraaien.’
Blaam gezuiverd
Minister Zalm: ‘Dat denk ik niet. Als de rechter de AFM in het ongelijk stelt, is de betrokkene van blaam gezuiverd. Dan is er geen enkele belemmering voor betrokkene om weer in de financiële sector actief te zijn. De AFM treedt dus niet op als rechter. Zij heeft wel een bestuursmaatregel genomen, maar uiteindelijk is het aan de rechter om de proportionaliteit en de rechtvaardigingsgronden te beoordelen. (…) De algemene bevoegdheden, die er naar mijn overtuiging moeten zijn, moeten wij niet door elkaar halen met het gevoel dat de heer Biermans heeft, namelijk dat in de twee genoemde gevallen misschien wel heel stevig of overdreven stevig tegen de betrokkenen is opgetreden. Die individuele beoordeling moet ik aan de rechter overlaten. Daar kan ik niet in treden.’
Vertrouwen
De heer Biermans (VVD): ‘Als de AFM en de Nederlandsche Bank op deze manier optreden en achteraf ongelijk krijgen van de rechter, beschamen zij het vertrouwen dat in hen kan worden gesteld. Dat is doodzonde.’
Eens
Minister Zalm: ‘Dat ben ik met de heer Biermans eens, maar dat moet nog blijken. Zoals ik al zei, in het geval van de bank weet ik nog helemaal niet of er wel een procedure komt. In het andere geval zijn er twee uitspraken van twee rechters die contrair zijn. Bij de een volgt een strafrechtelijke veroordeling, terwijl de bestuursrechter zegt dat de AFM het nooit had mogen doen. Ik denk dat wij ook hier de rechtsgang moeten afwachten alvorens conclusies te trekken. Dat de toezichthouder zichzelf negatief in de kijker speelt als zijn beslissing wordt teruggedraaid door de rechter, is juist. Dat betekent overigens niet dat de toezichthouder altijd zo safe moet spelen dat hij nooit de kans loopt om door de rechter teruggefloten te worden, want dan wordt de toezichthouder wel heel soft. Hij moet toch wel een zekere afweging maken. In Nederland heeft de rechter gelukkig nog altijd het laatste woord.’ Waarvan akte!
Marcel Pheijffer
Marcel Pheijffer is hoogleraar Accountancy aan de Universiteit Nyenrode en hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden.©RTLZ.nl

