In het gelid staan
Direct na de topbijeenkomst van de Europese regeringsleiders van begin december, vroeg ik mij in een column af hoe Duitsland en Frankrijk toch in staat waren geweest om ook de niet-Euro landen zover te krijgen dat zij instemden met de verregaande fiscale integratie van de lidstaten en de zware financiële gevolgen daarvan voor hun bevolkingen. Met uitzondering van Engeland leek iedereen ‘gladjes’ mee te bewegen, zelfs zo gemakkelijk dat snel sprake leek te zijn van een gelopen race. Was Engeland het domste jongetje van de klas?
Wie heeft hier de leiding?
Het tegenovergestelde bleek het geval. Het was Engeland alleen niet gelukt om de macht over Europa naar zich toe te trekken. Het land deed een moedige, maar vergeefse poging om de niet-euro landen gezamenlijk stelling te laten nemen tegen de –inderdaad ingrijpende- overdracht van soevereiniteit aan, tja aan wie eigenlijk? Aan de bureaucratie van Brussel? Aan een regiegroep van de Eurozone, al dan niet onder leiding van Duitsland en Frankrijk? Aan het IMF dat extra geld kreeg toegeschoven om de boel te kunnen saneren?
Meer geld, minder democratie
Zelfs nu nog, na bijna een biljoen Euro aan financiële garantstellingen en andere vormen van kapitaalinjecties die ‘over de hoofden’ van mensen werd besloten, weet niemand hoe het Europese besturingsmodel er uit zal gaan zien en of dat aan democratische principes van besluitvorming onderhevig zal zijn. Ogenschijnlijk was er na het uittreden van Engeland sprake van een gesloten front dat op weg is naar meer eenheid. Maar in werkelijkheid is daarvan geen sprake.
Grondwet
Allereerst heeft Portugal kenbaar gemaakt geen politieke meerderheid te kunnen verkrijgen voor het in de Portugese grondwet verankeren van een schuldenplafond en van begrotingsevenwicht. De huidige regering heeft daarvoor de linkse oppositie nodig en die heeft laten weten voor de eer te bedanken. De socialistische partij maakte zelfs bekend de schuldenlast van het land als een economisch ‘kernwapen’ in de discussie met Duitsland en Frankrijk te willen inzetten. Portugal moet nu een nieuwe truc bedenken om toch mee te kunnen blijven doen. Want het Europese geld is hard nodig.
Geen ja, geen nee
Al tijdens de topbijeenkomst bleek dat Zweden, Hongarije en Tsjechië weliswaar geen néé tegen Europa hadden gezegd, maar ook geen ja. Men wilde de tijd hebben om goed na te kunnen denken en vond het terecht ondoenbaar om binnen tien dagen over een extra kredietfaciliteit van 200 miljard euro aan het IMF te beslissen. Sowieso werd de vraag gesteld waarom Europa aan het IMF geld ter beschikking wilde stellen om het vervolgens weer teruggeploegd te krijgen, wetende dat het IMF statutair niet in staat is om een apart europotje te vormen. In het besturingsmodel van het IMF gaan daar nu juist alle donorlanden over en zonder machtsstrijd gebeurt er in het IMF niets, zeker niet ten gunste van Europa. Het IMF dreigt een politiek rovershol te worden.
Achterdeurtjes
In Zweden werd zelfs met afgrijzen op de Europese top gereageerd. Omdat men nieuwe schuldhulpverlening als een achterdeurtje beschouwd om Zweden alsnog in de Eurozone te manoeuvreren. Dit was ook een overweging voor Engeland om buiten het ‘grote smijten met geld dat er niet is’ te willen blijven. De kans dat Zweden uiteindelijk toch ja zal zeggen is niettemin groot, hoewel ruim 80% van de bevolking tegen het huidige Europa is.
Uit de Euro
De kans dat Griekenland het gaat redden is minimaal. Driekwart van de bevolking verwacht zelfs dat het land op korte termijn failliet gaat. Met verdwazing kijken de Grieken naar de humanitaire crisis die zich om hen heen afspeelt. Zelfs de Griekse elite is er niet langer immuun voor. Het overgrote deel van de bevolking heeft het helemaal gehad met Europa. De economische depressie á la 1929 waarvoor Christine Lagarde van het IMF verleden week waarschuwde is in Griekenland al lang een feit. Het is zelfs dagelijkse kost.
Hoe lang nog?
Ondanks het publiciteitsoffensief na de recente topbijeenkomst, is het nog steeds de vraag hoe lang Europa intact zal blijven, vooral nu het geld dat door de Europese regeringsleiders wordt geschapen de bevolking van Europa niet bereikt en dat waarschijnlijk nooit zal doen. In de problematische lidstaten wordt de bevolking alleen maar armer. In de rijke lidstaten wordt de bevolking dat ook. Alleen wordt de rekening via een andere –langzamer en daardoor sluipender- weg aan hen gepresenteerd. Nergens in Europa is sprake van een goedlopende economie, zelfs niet in Duitsland. Waar is het geld gebleven?
De angst regeert
De roep om leiderschap in Europa is niet groot, tot zelfs afwezig. De angst zit er momenteel zo verlammend sterk in, dat niemand in staat is om zich uit de kopgroep los te maken. In het peloton houdt iedereen elkaar scherp in de gaten. Frankrijk en Engeland voeren een openlijke woordenstrijd. Het naoorlogse vertrouwen is weg. Van Duitsland worden de Europese motieven gewantrouwd. Nederland blijft zich beijveren voor het inmiddels achterhaalde Europese ideaal en krijgt daarvoor parlementaire rugdekking. Aan de bevolking wordt niets gevraagd. Dat was zo, is zo en zal waarschijnlijk altijd wel zo blijven. In Europa is niets nieuws onder de zon.

