Bezuinigingen
Het moment waarop het kabinet Rutte zal gaan vergaderen over de extra aan Nederland op te leggen bezuinigingen nadert met rappe schreden. Er circuleren volop lijstjes, zelfs volledige keuzemenu’s. Voor elk wat wils. Op voorhand worden de politieke stellingen ingenomen, variërend van het door wanpolitiek geteisterde CDA (“We moeten niet gewoon, maar ‘slim’ bezuinigen”), tot de populistische PVV (“De hypotheekrenteaftrek is niet bespreekbaar, maar misschien toch wel”).
Rare wereld, die politiek
De Partij van de Arbeid twist om het hardst met de SP over wie nou toch die arbeider van vroeger was, maar verliest intussen het laatste beetje achterban dat nog over is. Job Cohen heeft zijn krediet verspeeld omdat hij te aardig, te integer en te bestuurlijk is. Hem rest geen andere optie dan aftreden. Behalve als de val van het kabinet Rutte in zicht komt. Dan mag hij van de fractie weer meedoen. Rare wereld, die politiek. Emile Roemer bouwt ondertussen lustig verder aan zijn imago van gewone burgerman. Hij raakt het hart van de bevolking omdat hij zo gezellig is. Gezellig? Gaat het daarom?
Mooie mensen
Alexander Pechthold ziet zichzelf nog steeds als buitenstaander in Den Haag, maar hij is wel zo’n beetje de enige. Niemand herkent zich meer in hem, vanwege de ijle hoogte die hij heeft bereikt. Jolanda Sap van Groen Links vindt Mark Rutte lang niet meer zo aardig als ten tijde van het debat over de politie missie in Afghanistan. Sindsdien bungelt zij aan het zijden draadje van haar mooie uiterlijk.
Grote Vragen
De Nederlandse politiek is een warboel geworden. We hebben een Parlement van Poppetjes en een Kabinet van Wazigheden. De grote vraagstukken van deze tijd worden niet beantwoord. Ze worden niet eens gesteld. In de huiskamers van Nederland is dat anders. Daar worden de Grote Vragen wel gesteld.
Schuldenlast
Ten eerste is er natuurlijk de Europese schuldencrisis en de financiële consequenties daarvan voor Nederland. Niemand heeft meer het totaaloverzicht van oorzaken en gevolgen en geen politicus kan zeggen of we het ergste achter de rug hebben of dat het ergste nog moet komen. Zijn we na Griekenland ervan af en kunnen we dan onze wonden likken? Blijft de wereld die wij kennen intact?
Eenheid of afzondering
Ten tweede is er de grote vraag van Nederland in Europa. Dát Nederland blijft en zich dus niet met of zonder anderen afsplitst, lijkt een uitgemaakte zaak voor regering en parlement te zijn. Maar waarom eigenlijk? Is het een kwestie van gewoonte, of van meerwaarde? Zijn de uittredingskosten daadwerkelijk te hoog? Op grond waarvan dan? Ook hier ontbreekt het totaalplaatje van concrete voor-en nadelen en van heldere principes en visie. Nederland verwacht terecht duidelijkheid van alle politici, ongeacht de partij. Want deze grote vraag raakt –net als de andere grote vragen- alle burgers. En hun kinderen.
Open of gesloten
Ten derde is er de grote vraag van onze open economie en samenleving. Waar verdient Nederland eigenlijk zijn geld mee en hoe? Wat is toch die kenniseconomie en kunnen we daarvan eten? En wie nodigen wij aan tafel uit om mee te eten, na een dag van hard werken? De Polen? Nederland maakt sinds kort mee dat de economie krimpt. Is dat conjunctureel of structureel? De meeste Nederlandse economen zagen de crisis niet eens aankomen en stapten pas laat op het brandende huis af. De meeste politici weten zelfs nu nog niet of ze moeten blussen of herbouwen. Of gewoon niets doen.
Oorlog?
Ten vierde is er de grote vraag van vrede en veiligheid. Dankzij Europa, zo wordt gesteld, heeft Nederland de langste periode van vrede en veiligheid gekend sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar blijft dat zo? Het Europa van Sarkozy heeft Nederland listig betrokken bij de slag om Libië. Daar is nu een stammenstrijd gaande. Heeft deze strijd echt iets opgelost? De kans dat Nederland via Iran te maken zal gaan krijgen met een koude –nucleaire- oorlog is volop aanwezig. Deze klok tikt steeds luider. Zelfs een warme oorlog binnen de grenzen van Europa is niet meer ondenkbaar. Gelukkig kan niemand zich iets bij een burgeroorlog voorstellen. Maar we worden momenteel door zoveel verrassende ontwikkelingen opgeschrikt, dat niets meer onmogelijk is.
Totaalplaatje
De Nederlandse politiek is toe aan een opknapbeurt. Regering en Parlement hoeven het niet eens te worden over wat er gedaan ‘moet’ worden, maar over hoe het zo is gekomen en wat de gemeenschappelijke stand van denken ‘in en over ons land’ is. Partijen moeten elkaar niet beconcurreren op basis van onderscheidende inzichten maar juist elkaar opzoeken met het oog op het totaalplaatje waarop Nederland wacht. Nederland wil weten waar het staat. Als land, als natie, als economie en als samenleving. Daarna kan er veranderd (hervormd) worden en zelfs bezuinigd. Maar niet eerder.

