Nu weet iedere duursporter, en ikzelf ook, uit eigen ervaring dat je inderdaad moet afzien om een goede prestatie te leveren of zelfs te winnen. Maar dat afzien is geen doel op zich (misschien alleen als je Bob de Jong heet), het is altijd een middel om te winnen.
Het lijkt me dat de keuze voor duursport versus teamsport iets zegt over het karakter van het meisje of de jongen die voor deze keuze staat. Maar we moeten niet vergeten dat de prikkels in beide typen van sport heel anders liggen. In duursport zit er maar een ding op: afzien. Je kunt je wel laten vallen en een ander daar de schuld van proberen te geven, maar dat levert niets op. Nou ja, alleen als je ondanks je val tweede bent geworden en de nummer één wordt gediskwalificeerd. Maar dat komt niet zo vaak voor. In het voetbal is het anders. Het oordeel van de scheidsrechter kan het verloop van de wedstrijd beïnvloeden en er is dus een prikkel om zijn oordeel in je voordeel te krijgen (overigens verklaart dit niet waarom er volgens mij in het voetbal meer met scheidsrechters wordt “gediscussieerd” dan in andere teamsporten).
In het economische leven werkt het soms net als in de sport. Als er prikkels zijn, dan hebben die meestal effect. Die prikkels hoeven niet altijd door de overheid te worden opgelegd. Als bv. de benzineprijs om wat voor reden ook stijgt, dan gaan we gemiddeld genomen in zuiniger auto’s rijden. Maar de overheid kan wel bijsturen en doet dat ook vaak. Kijk maar eens naar de meest verkochte auto’s in 2011. De top 5 wordt geheel ingenomen door compacte modellen die de nodige belastingvoordelen hebben.
Zo bezien lijkt het voeren van economisch beleid simpel. Het toedienen van de juist prikkels op het juiste tijdstip zou genoeg moeten zijn. Helaas is de praktijk weerbarstiger. Soms leiden prikkels tot ongewenste effecten. Toen in de VS een wet werd ingevoerd, waarbij de beloning van leraren deels afhankelijk werd van de prestaties van de leerlingen, gingen sommige leraren knoeien met de resultaten. Het invoeren of verhogen van belastingen kan ertoe leiden dat bv. activiteiten verplaatst worden naar het buitenland. En dan is er het aspect van rechtvaardigheid. Afschaffing van het minimumloon en uitkeringen zou de werkloosheid sterk doen verminderen, maar ook leiden to grotere armoede.
In zo ongeveer heel Europa wordt momenteel nagedacht over dit soort prikkels. Het versoepelen van arbeidsmarktregels bijvoorbeeld zou bedrijven ertoe moeten aanzetten eerder vast personeel aan te nemen. Het verlagen van overheidsbestedingen zou meer ruimte moeten geven aan de particuliere sector. Maar in een krimpende economie is dat niet gemakkelijk. Als je het ontslagrecht versoepelt, kunnen bedrijven immers gemakkelijker werknemers ontslaan als de economie krimpt. Lagere overheidsuitgaven leiden in eerste instantie juist tot dalende economische groei. En dat gebeurt in een flink aantal landen.
In Europa heeft men de balans tussen groei en bezuinigen nog niet gevonden. Dit is te zien aan de recent weer oplopende marktrentes in vooral Italië en Spanje. Het vinden van die balans is niet eenvoudig en heeft te maken met geloofwaardigheid. Markten willen snel resultaat zien. Als regeringen een geloofwaardig pakket van bezuinigingen en hervormingen weten te vinden en daaraan vasthouden, kijken beleggers hopelijk over de korte termijn heen en kunnen rentestijgingen beperkt blijven. Maar misschien is daar wel wat hulp van bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank bij nodig in de vorm van het opkopen van staatsobligaties.
©Joost van Leenders @ rtlz.nl
