RTL Z

Back to the Future

    
Valentijn van Nieuwenhuijzen (ING), rtlz.nl  Mon, 23 Apr 2012 12:55:42 +0200( LAATSTE UPDATE: Mon, 23 Apr 2012 12:59:07 GMT )

Er lijkt maar geen einde aan de crisis te komen. Een belangrijke reden achter het onvermogen een effectief antwoord op de crisis te vinden is het gebrek aan het stellen van de juiste diagnose. Lees de analyse van Valentijn van Nieuwenhuijzen (ING).

De crisis heeft verschillende stadia doorlopen de afgelopen 5 jaar.

De overgang van de Amerikaanse “sub-prime”-crisis in 2007 naar de Europese schuldencrisis is er echter meer een transformatie dan een eliminatie.

Een belangrijke reden achter het onvermogen een effectief antwoord op de crisis te vinden is het gebrek aan het stellen van de juiste diagnose. De schuld-problemen die zich wereldwijd voordoen zorgen voor heel andere economische uitdagingen dan die we kennen uit de laatste decennia. Behalve dan de overeenkomstige problemen die Japan de laatste 20-jaar kent. Het blijft daarom opmerkelijk hoe weinig er geleerd is van de aanhoudende Japanse stagnatie die volgde op de boom-bust cyclus in vastgoed- en aandelenprijzen en de daaruit volgende schuldencrisis. Helaas wordt het Japanse verhaal echter voornamelijk genegeerd door de rest van de wereld. In Europa worden door politici and andere beleidsmakers voornamelijk ‘jaren tachtig’-oplossingen aangedragen om problemen van een geheel andere aard te lijf te gaan.

Een inflexibele aanbodzijde van de economie als gevolg van overmatig overheidsingrijpen en buitensporig veel invloed van vakbonden en loonindexering zijn voornamelijk problemen uit het verleden. In de jaren ’70 en ‘80 ontstond een economisch klimaat waarin een te kleine productiecapaciteit botste met een te grote vraag naar goederen en diensten. Dit leidde tot loon-prijsspiralen, te hoge inflatie en uit hun jasje gegroeide overheden die een rem zetten op de productiviteitsgroei. Met die kennis op zak, wordt nu vol enthousiasme het ouderwetse mantra gepredikt van hervormingen aan de aanbodzijde en het streven om de overheid af te slanken. Maatregelen die zeer effectief bleken om de economische problemen van pakweg dertig geleden aan te pakken, maar nauwelijks zijn toegesneden op de uitdagingen die voor ons liggen.

Tegenwoordig geldt namelijk bijna het omgekeerde. De economie wordt nu geconfronteerd met een enorm vraagtekort ten opzichte van het economisch productiepotentieel. Dat probleem is een direct gevolg van het afgraven van de huidige schuldenbergen. Met een focus op schuldreductie in zowel de publieke en de private sector, blijft de vraag naar goederen en diensten achter. Als gevolg daarvan bevinden bijna alle grote economieën zich nog altijd ruim onder hun productiecapaciteit en zijn gevaren als loon-prijsspiralen en een vertragende groei van productiecapaciteit niet het eerste om zich druk over te maken.

Nu de kern van de problematiek niet beperkingen aan aanbodzijde zijn, maar een tekort aan de vraagzijde, moet een toekomstgerichte oplossing erop gericht zijn de vraag te op korte termijn te ondersteunen en de schuldpositie van de private én de publieke sector op de lange termijn op orde te brengen. Het populaire waanidee dat acute bezuinigingen hierbij kunnen helpen door het vertrouwen van het bedrijfsleven en onder consumenten te verbeteren helpt hierbij niet – vrijwel elke keer dat tot nu toe in deze crisis naar dit middel is gegrepen, is het gewenste resultaat uitgebleven en bleek de vraag juist extra terug te vallen.

Desondanks is er volgens de Noord-Europese beleidsmakers geen reden om hun failliete strategie van de laatste twee jaar te wijzigen. Destructieve bezuinigen worden eerder kracht bij gezet om aan zelfopgelegde 3%-regels te voldoen. Een investering in de juiste diagnose van het probleem blijft dus achterwege en een economische ratio achter deze beleidskoers ontbreekt. Was men bereid geweest om een toekomstgerichte visie te ontwikkelen dan zouden vraag stimulerende maatregelen in landen die zich goedkoper dan ooit kunnen financieren (Duitsland, Nederland en Finland bijvoorbeeld) gecombineerd worden met hervormingen die het huishoudboekje van overheden en stabiliteit van de financiële sector op de lange termijn zouden waarborgen. Dat laatste komt neer op het aanpakken van het gebrek aan financiële dekking voor pensioen- en zorgstelsels, het elimineren van verstorende en kostbare subsidies (denk aan de hypotheekrenteaftrek), meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt en het invoeren van integraal Europees toezicht op de financiële sector.

Zolang men geen toekomstvisie heeft zal de groei en de omvang van begrotingtekorten blijven tegenvallen. Verder zullen, in tegenstelling tot de beloftes van politici, de financiële markten twijfels blijven houden over de houdbaarheid van de financiële huishouding van vele Europese overheden. Markten zijn lang niet altijd rationeel en soms overdreven emotioneel, maar ze zijn niet dom. Een niet geloofwaardige belofte om volgend jaar het begrotingtekort terug te dringen zonder overtuigend aandacht te geven aan hard oplopende vergrijzingkosten in de jaren daarna creëert geen vertrouwen onder beleggers. Het verkooppraatje van Noord Europese politici en centrale bankiers dat “de markt” hun dwingt om op de korte termijn hard te bezuinigen gaat dus ook mank.

Het besef dat je zonder groei en overtuigende structurele maatregelen de schuldproblemen niet kunt oplossen is heel duidelijk aanwezig in de markt en pas wanneer beleidsmakers dat beseffen hebben ze een kans de crisis tot een einde te brengen. Als zij echter aan het verleden blijven hangen in plaats van naar de toekomst te kijken, is het denkbaar dat de Europese beleidsmakers de aanhoudende crisis onnodig verlengen of zelfs verergeren. Voorlopig lijkt helaas dit laatste nog altijd meer waarschijnlijk dan het loslaten van oude reflexen. Zoals de bekende econoom Keynes al stelde: “De grootste uitdaging is niet om mensen nieuwe ideeën te laten accepteren, maar om ze de oude te laten vergeten”.

©Valentijn van Nieuwenhuijzen (ING), rtlz.nl
 

Best gelezen artikelen

Best bekeken video's