Bizar beleggingsjaar
2011 gaat de geschiedenisboeken in gaan als een bizar beleggingsjaar. Een jaar dat goed begon, maar gaandeweg stormde het steeds harder. De storm is nog lang niet overgewaaid. Of de storm alsnog uitgroeit tot een orkaan of dat de windkracht juist afneemt is niet te zeggen. Navigeren door een storm is alles behalve makkelijk. Zelfs de ‘beste’ beleggers worstelen dit jaar. Vorige maand schreef ik dat diversificatie de enige zekerheid is die u heeft tijdens deze crisis. Deze maand voeg ik daaraan toe dat het beperken van dalingen in uw portefeuille u helpt om deze crisis te overleven.
Een verloren jaar als 2011 is voor beleggers vaak moeilijk te verkroppen. Ik moet toegeven dat ik er zelf ook altijd moeite mee heb als ik aan het einde van het jaar lager sta dan aan het begin van het jaar. Maar ik ben ook een realist en behoed mij liever voor (nog) grotere dalingen. Waarom? Simpelweg omdat risico’s asymmetrisch zijn.
Asymmetrie van risico’s
Stel dat uw portefeuille of één van uw beleggingen in uw portefeuille in waarde daalt. Wat doet u dan? De meeste beleggers doen ‘niets’ terwijl ze bij een tegenovergestelde situatie wel in actie komen. Daarover zo meer. Stel uw portefeuille daalt met 20 procent in waarde. U heeft dan een stijging van 25 procent nodig om weer op ‘nul’ te komen. Er rijzen dan twee vragen. De eerste vraag is in hoeverre een stijging van 25 procent realistisch is gezien het gemiddeld historische rendement van de beleggingen in uw portefeuille. De tweede vraag is welke tijdshorizon u beschikbaar heeft. Des te forser de daling, des te meer tijd u beschikbaar moet hebben om deze daling weer goed te maken. Heeft u deze tijd überhaupt wel beschikbaar? In de grafiek hiernaast ziet u welke stijging nodig is om een
daling goed te maken. Al vrij snel komt u op een punt dat u zich afvraagt of een dergelijke stijging nog wel realistisch is. Stel u had enkele jaren geleden het aandeel ING gekocht tegen een koers van 30 euro. In de jaren 2005, 2006 en 2007 noteerde het aandeel ruim boven dat niveau en steeg zelfs tot boven de 45 euro uit. Op het moment van schrijven noteert het aandeel ING zo’n 7,83 euro. Kortom, een daling van zo’n 74 procent. Los van het dividend wat u heeft ontvangen, is een koersstijging nodig van 284 procent (!) om weer op 30 euro uit te komen. Realistisch? Wat denkt u zelf? Niet echt natuurlijk. U moet dus een fors permanent verlies incasseren. Er is dus veel voor te zeggen om dalingen te beperken en bij verliezen in een eerder stadium een deel van het verlies te accepteren om verdere verliezen te vermijden. Dus beleggingen die zich in een dalende trend begeven stelselmatig afbouwen (door bijvoorbeeld naar cash te gaan). Dit gaat bij veel beleggers tegen hun gevoel in.
Stel u staat met uw portefeuille op een verlies van ‘maar’ 15 procent. U heeft dan ook maar 17,7 procent nodig om weer op ‘nul’ te komen. Realistisch? Ja, ik denk het wel en zeker omdat de tijd die ervoor nodig is geen jaren in beslag neemt.
Dispositie effect
Een van grootste valkuilen waar veel beleggers keer op keer in vallen is dat ze juist de beleggingen die op verlies staan aanhouden en beleggingen waar ze op winst staan verkopen. Vervolgens stijgen de verkochte beleggingen verder in waarde en dalen de aangehouden beleggingen verder in waarde.
Verliezen leiden ertoe dat beleggers bereid zijn nog meer risico’s te nemen en bij winsten worden beleggers juist risico-avers. Dit wordt in de behavioral finance het dispositie effect genoemd. Het leidt in de praktijk tot nóg grotere verliezen, mede doordat beleggers moeite hebben om beleggingen waarop ze op verlies staan te verkopen. Dat komt omdat beleggers een irrationeel geloof hebben in mean reversion. Dit betekent dat ze denken dat de belegging altijd wel weer in waarde stijgt tot het niveau waarop zij het gekocht hebben. Het terugkeren naar een historisch gemiddelde koers wil niet zeggen dat dit automatisch ook de aankoopkoers is waarop de belegger is ingestapt. Meestal gebeurt dit namelijk helemaal niet. Zie het eerdere voorbeeld van ING en daarvan zijn er nog talloze te vinden. In de praktijk blijft bij veel beleggers dus een portefeuille over met veel verliezers en geen winnaars waardoor het rendementspotentieel van de portefeuille vrijwel nihil is.
Hoge cashweging
Juist in deze crisistijd waarin weinig houvast is waaraan beleggers zich kunnen vastklampen is het beperken van verliezen te prefereren boven het nemen van risico’s. Simpelweg omdat het nemen van risico’s vooralsnog op kortere termijn niet beloond wordt. Het aanhouden van veel cash in een portefeuille is dus niet iets om u voor te schamen. Beleggingsveteraan Jeremy Grantham van GMO zei het onlangs treffend: ‘wees niet te trots om een hoge cashweging aan te houden’. De financiële markten balanceren tussen hoop en vrees en zolang de onzekerheid aanhoudt zijn diversificatie en het beperken van dalingen een van de weinige zekerheden die u heeft!

