Ik ontwaar in de media twee richtingen in de crisis: of de eurozone geleidelijk opbreken, of een monetaire en economische eenheid vormen. Waar gaan we nu heen?
“Het meest waarschijnlijk is dat we naar een échte economische en monetaire unie gaan. Dat is waar we inmiddels al 60 jaar naartoe werken. Daarvoor moeten we de huidige crisis uiteraard oplossen. Wat daarvoor nodig is, is een grote centrale aansturing nodig, denk bijvoorbeeld aan Europees bankentoezicht en een minister van financiën voor de gehele eurozone. Pas dan kan er weer politieke en financiële zekerheid ontstaan waardoor bedrijven weer durven te investeren en consumenten weer gaan besteden.”
“Het risico is dat we het met z’n allen niet eens worden over het inleveren van eigen zeggenschap in ruil voor een grotere rol voor een Europees bestuur. Dan kan de bereidheid verdwijnen om elkaar financieel te ondersteunen waardoor de euro ophoudt te bestaan. Op dat moment krijgen Zuid-Europese landen weer hun eigen munt, waardoor de waarde van hun beleggingen en bezittingen flink daalt. De Nederlandse munt zal sterk zijn. Maar ook voor Nederland is dat ongunstig omdat een nieuwe dure Nederlandse gulden onze internationale concurrentiepositie benadeelt. Een heel zware economische terugval is dan onvermijdelijk.”
Waarom gaat het allemaal zo langzaam? Ik heb ondertussen geen idee waar ik aan toe ben.
“Dat kan ik me voorstellen. Wat bij de inwoners en bedrijven in Europa ontbreekt, is vertrouwen in de eurozone. Mensen willen duidelijkheid en hebben dat nodig om weer vertrouwen te kunnen krijgen, maar deze duidelijkheid wordt op de korte termijn in ieder geval niet verschaft. Dat komt doordat het een politiek proces betreft met harde onderhandelingen.”
“Bijvoorbeeld, als Duitsland Zuid-Europa te gemakkelijk te hulp schiet, is de neiging in Zuid-Europa om de economie daadwerkelijk te hervormen en hun zelfstandigheid over te dragen te klein. Daarvoor is zware politieke druk nodig. Dit probleem snel oplossen leidt ertoe dat er te weinig verandert in Zuid-Europa en dat ondermijnt de overlevingskans van de euro op de lange termijn.”
Draait het allemaal om vertrouwen?
“Vertrouwen is een deel van het verhaal. Het draait vooral om politieke wil. Als we met de euro door willen gaan dan moeten we de structuur van de eurozone aanpassen, want zoals het nu geregeld is blijkt ontoereikend. Vervolgens is het vertrouwen van belang. Door het ontbreken van vertrouwen willen de inwoners van Europa alles liever even afwachten en kiezen ze er eerder voor om te sparen dan om geld uit te geven.”
“Wanneer we eenmaal een echte economische en monetaire unie hebben en er is vertrouwen, dan is het bovendien niet meer logisch om te zeggen dat een land uit de eurozone zou moeten stappen. Denk bijvoorbeeld aan Nederland. Niemand verzint het om een economisch zwakke provincie eruit te zetten. Of neem de VS, niemand vindt dat bijvoorbeeld Californië uit de VS zou moeten en dat de Californische dollar moet worden ingevoerd.”
Kunnen we eigenlijk nog terug?
“Het point of no return dat het kosteloos kan, ligt ver achter ons. Het gaat hoe dan ook geld kosten, of we nu uiteindelijk een echte monetaire en economische eenheid vormen of dat we de eurozone uit elkaar laten vallen.”
“In feite zijn de noordelijke Europese landen schuldeisers van de zuidelijke Europese landen. Wij hebben veel meer geëxporteerd naar deze landen dan andersom en daardoor is Europa uit balans geraakt. Noord-Europa heeft financiële claims op Zuid-Europa die ze lastig kunnen terug betalen. Dat moeten we weer zien te herstellen. “
“Enerzijds door de slagkracht van de zuidelijke economieën te vergroten, anderzijds door de schuldberg terug te brengen. Die schuldberg verkleinen is feitelijk de welvaart over Noord- en Zuid-Europa herverdelen. Dat kan bijvoorbeeld door hen tegen een vriendenprijsje geld uit te lenen, geld toe te schuiven uit hulpfondsen, door hogere inflatie die de schuldberg een stukje verkleint of, in het ergste geval, doordat landen hun schulden niet geheel afbetalen.”

