RTL Z

Films maken de crisis persoonlijk

    
Wed, 6 Jun 2012 12:46:11 +0200( LAATSTE UPDATE: Wed, 06 Jun 2012 12:50:02 GMT )

De kredietcrisis is niet alleen een dankbaar onderwerp voor boeken, zoals het onlangs besproken Boomerang, maar ook voor films. De speelfilm Wall Street: Money Never Sleeps speelt zich af tijdens het hoogtepunt van de marktpaniek, maar boven aan de lijst van crisisfilms die je gezien moet hebben staat zonder twijfel de documentaire Inside Job.

Inside Job afficheert zich als ‘de film die 20.000.000.000.000 dollar kostte om te maken’. Aan de hand van interviews met betrokkenen en experts brengt regisseur Charles Ferguson haarfijn in beeld hoe de financiële sector zich al in de jaren tachtig stapsgewijs begon te ontworstelen aan strenge regels en scherp toezicht. Superbelegger George Soros legt dit proces heel mooi uit aan de hand van een vergelijking met een supertanker. Die is in verschillende compartimenten ingedeeld om te voorkomen dat de heen en weer klotsende olie het schip doet kapseizen. Amerikaanse banken en verzekeraars zijn ruim twintig jaar bezig geweest met het verwijderen van de afscheiding tussen compartimenten in het financiële systeem, en dat leidde er uiteindelijk toe dat de hele economie slagzij maakte.

Het meest schokkende van Inside Job – naast het feit dat de film gebaseerd is op ware gebeurtenissen – is het gemak waarmee waarschuwingssignalen werden genegeerd. In 1998 probeerde Brooksley Born als hoofd van de Commodity Futures Trading Commission het toezicht op de groeiende derivatenmarkt naar zich toe te trekken. Dat initiatief werd echter afgeschoten door onder meer Fed-voorzitter Alan Greenspan, waardoor de derivatenhandel ongestoord verder kon groeien.

Het is niet de enige film die de misstanden binnen de financiële sector laat zien. Vijf jaar eerder kwam al Enron: The Smartest Guys in the Room uit, waarin de opkomst en ondergang van Enron werden geportretteerd. De onderneming verdiende geld met de handel in energie, waarbij bestuursvoorzitter Kenneth Lay en president Jeffrey Skilling op frauduleuze wijze de winst en omzet tot recordhoogtes opvoerden – tot de boekhoudschandalen in 2001 bekend werden en de onderneming binnen enkele dagen failliet ging.

Intelligentie en hebzucht

Net als Inside Job komt uit deze film duidelijk naar voren wat de gevolgen zijn als de combinatie van intelligentie en hebzucht niet door regels en toezicht wordt beteugeld. Dat is hetzelfde gegeven waarmee Wall Street is uitgegroeid tot de meest populaire film in de financiële sector. “Greed is good”, oftewel hebzucht is goed, is in de klassieker uit 1987 het begin van een toespraak waarin de door Michael Douglas vertolkte investeerder Gordon Gekko zijn handelwijze verdedigt. Die handelwijze is gestoeld op handel met voorkennis en handigheidjes, die ook terugkomen in het vervolg, Wall Street: Money Never Sleeps. In deze film uit 2010 vertoont magnaat Bretton James dezelfde handelwijze en nietsontziende zakengeest als Gekko in het origineel.

Er is echter een groot verschil tussen Gordon Gekko, Bretton James, de slimste mensen in de kamer bij Enron en de bankiers en politici die via financiële deregulering de weg geplaveid hebben voor het opblazen van de derivatenmarkt en het ontstaan van de zeepbel op de Amerikaanse huizenmarkt. Het eerstgenoemde gezelschap moest de combinatie van slimheid en hebzucht bekopen met een lange celstraf. Gekko krijgt aan het eind van de eerste Wall Street-film een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd voor handel met voorkennis en aandelenfraude; Bretton James dreigt aan het eind van de tweede film eveneens opgesloten te worden; Jeff Skilling vecht vanuit zijn cel in een gevangenis in Colorado zijn straf aan van 24 jaar en vier maanden gevangenisstraf plus een boete van 45 miljoen dollar. Kenneth Lay overleed in 2006 aan een hartaanval voordat hij veroordeeld kon worden voor zijn rol in de val van Enron.

Plaatsvervangende schaamte

De meeste hoofdrolspelers van Inside Job lopen niet alleen vrij rond, maar hebben vaak ook nog belangrijke maatschappelijke posities. Het levert regelmatig een gevoel van plaatsvervangende schaamte op als deze mensen wordt gevraagd verantwoording af te leggen voor de rol die zij speelden bij het ontstaan van de problemen. Het is bijvoorbeeld pijnlijk om te zien hoe Frederic Mishkin verklaart dat hij zich eind augustus 2008, tijdens het hoogtepunt van de kredietcrisis, terugtrok uit het college van bestuurders bij de Federal Reserve omdat hij correcties moest aanbrengen in een studieboek dat hij als leraar bij Colombia Business School had geschreven.

In Inside Job komt onder meer Dominique Strauss-Kahn aan het woord. Hij is voormalig topman van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en heeft als een van de weinige geïnterviewden wel de binnenkant van een gevangeniscel gezien – maar niet in verband met zijn aandeel in de kredietcrisis. Hij herinnert zich een diner bij voormalig minister van Financiën Henry Paulson, waar de topstukken uit de Amerikaanse financiële sector onderling erkennen dat hun hebzucht een mogelijke bedreiging vormt voor de economische stabiliteit. Tot grote verbazing van Strauss-Kahn steken ze daarbij niet de hand in eigen boezem, maar concluderen ze dat er eigenlijk maar beter toezicht moet komen om hun hebzucht te beteugelen.

 

Best gelezen artikelen

Best bekeken video's