De elementen
Rare jongens, die Grieken. Alles is lucht, zei Anaximenes in de zesde eeuw voor Christus, en zelfs de aardbol haalt adem. Welnee, zei Heraclitus een halve eeuw later. Alles is gemaakt water, en als de drijvende aarde deint op een flinke golf, voelen we dat als een aardbeving. De arts Empedocles (492-432 v. Chr.) moet genoeg hebben gekregen van zijn bekvechtende collega-filosofen en stelde een compromis voor. Er is niet één oerstof, het zijn er vier: aarde, water, vuur en lucht. En doordat die steeds wisselende verbindingen met elkaar aangaan, verandert alles om ons heen, is de zee soms wild en dan weer kalm, komt na regen zonneschijn, en worden we geboren en gaan we dood. Dit alles dankzij onzichtbare deeltjes die zich, onder invloed van de krachten liefde (Philotes) en haat (Neikos), eerst tot elkaar voelen aangetrokken en zich dan weer woedend van elkaar losrukken.
Aarde, water, vuur, lucht zijn dus de vier elementen. Je kunt ze als vriend zien (ze leveren tenslotte energie bijvoorbeeld), maar je kunt ze ook als vijand tegenkomen. Bloeiende akkers, metershoge dijken, bliksemafleiders en stormbestendige wolkenkrabbers zijn nodig om ons te verdedigen tegen de grillen van moeder natuur. Maar pas op: de strijd tegen de vier elementen aarde, vuur, water en lucht is nooit gewonnen. >>
Ken je tegenstander in de strijd der elementen.






